Hullu, Johannes de (1864-1940)

 
English | Nederlands

HULLU, Johannes de (1864-1940)

Hullu, Johannes de, archivaris (Cadzand 12-12-1864 - Cadzand 20-11-1940). Zoon van Jacobus de Hullu, landbouwer, en Maria de Hullu. Hij bleef ongehuwd.

De Hullu, telg van een oud Hugenotengeslacht dat zich eind zeventiende eeuw in Zeeuws-Vlaanderen vestigde, bezocht de lagere school te Cadzand en het gymnasium te Middelburg en liet zich in 1884 inschrijven als student in de Nederlandse letteren te Leiden. In 1887 legde hij het kandidaats- en in 1888 het doctoraal examen af. In 1892 volgde zijn promotie cum laude bij R. Fruin op een proefschrift Bijdrage tol de geschiedenis van het Utrechtsche schisma ('s-Gravenhage, 1892). Van 1893 tot 1899 was De Hullu werkzaam als gemeentearchivaris van Deventer, waar hij zich vooral verdienstelijk maakte met de voortzetting van de door J.I. van Doorninck begonnen uitgave van de Cameraars-rekeningen van Deventer. In 1899 werd hij chartermeester van het Rijksarchief te Utrecht, maar de verhouding tot zijn chef S. Muller Fzn. was van dien aard, dat zijn benoeming tot archivaris van het Algemeen Rijksarchief te 's-Gravenhage op 31 mei 1902 voor hem een bevrijding betekende. In zijn nieuwe functie werd hij belast met de zorg voor de archieven van de VOC en de Admiraliteiten, later ook van de wie; bovendien met het beheer van de koloniale bibliotheek. De Hullu liet vele inventarissen het licht zien, vooral in Verslagen omtrent 's Rijks oude archieven; afzonderlijk nog De archieven der admiraliteitscolleges ('s-Gravenhage, 1924). Interessante, maar niet altijd diepgravende artikelen van zijn hand verschenen o.m. in Bijdragen lot de taal-, land- en volkenkunde van Nederlandsch-Indië, over de geschiedenis der Hugenoten o.m. in Nederlandsch Archief voor Kerkgeschiedenis. In 1919 ageerde hij scherp tegen Belgische annexatieplannen met zijn brochure Zeeuwsch Vlaanderen door historie en volksaard Noord-Nederlandsch gebied.

De Hullu was in het Algemeen Rijksarchief door zijn brede kennis een grote steun voor de bezoekers, die hij echter door zijn hoekig optreden ook wel eens kon afschrikken. Hij stelde weinig eisen aan het leven en leidde een teruggetrokken bestaan; ook in de kring der archivarissen bleef hij op de achtergrond. Ten aanzien van politiek, maatschappij en literatuur hield hij er buitengewoon conservatieve opvattingen op na. In 1924 kreeg De Hullu - niet tot zijn ongenoegen - wegens bezuinigingsmaatregelen van de overheid vervroegd ontslag. Hij vestigde zich eerst te Middelburg en in 1925 te Cadzand, waar hij zich verder verdiepte in de geschiedenis van zijn geliefd Zeeuws-Vlaanderen.

Op 9 mei 1940 maakte hij een ongelukkige val; na een aanvankelijk herstel overleed hij toch nog enigszins onverwacht.

A: 'Verzameling Dr. J. de Hullu', in M.P. de Bruin, Gebundelde inventarissen ('s-Gravenhage, 1962-dln.) I, 139-169.

P: Behalve de bovengenoemde werken: Bescheiden betreffende de Hervorming in Overijssel. Uitg. door J. de Hullu (Deventer, 1899) I; De verovering van het land van Cadzand onder het beleid van prins Maurits van Oranje in 1604 (Breskens, 1904); met S.A. Waller Zeper, Catalogus van de archieven van de kleine kapittelen en kloosters (Utrecht, 1905); met A.G. Verhoeven, Andries Vierlingh. Tractaet van dijckagie ('s-Gravenhage, 1920); met W. Minet, Register of the Walloon Church of Cadzand in Holland, 1685-1724 ([London], 1934); Uit het leven van den Cadzandschen landbouwer in vroeger dagen (Oostburg, [1936J-1937. 5 dln.); De Belgische aanvallen op Westelijk Zeeuwsch- Vlaanderen in 1830 en 1831 (Oostburg, [1936]).

L: P.A. Meilink, in Nederlandsen Archievenblad 48 (1940-1941) 141-146; ibidem, 49 (1941-1943) 85-86.

S.B.J. Zilverberg


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 1 (Den Haag 1979)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013