Kessler sr., Jean Baptiste August (1853-1900)

 
English | Nederlands

KESSLER SR., Jean Baptiste August (1853-1900)

Kessler sr., Jean Baptiste August , industrieel (Batavia 15-12- 1853 - Napels 14-12- 1900 ). Zoon van Hermanus Johannes Kessler, gezagvoerder ter koopvaardij, later scheepsmakelaar, en Johanna Hermana Maria Op de Laeij. Gehuwd op 5-4-1881 met Margaretha Jacoba Johanna de Lange. Uit dit huwelijk werden 2 dochters en 4 zoons geboren.

Kessler ging na het verlaten van de HBS in 1872 naar de Polytechnische School in Delft die hij echter al het jaar daarop verruilde voor een koopmanskantoor. Het is toegeschreven aan financiële omstandigheden maar ook aan een zekere afkeer van het abstracte en voorkeur voor het concrete, op geldelijk resultaat gerichte. Zijn aanleg voor comptabiliteit vormde hem tot onderlegd administrateur die in 1876 op goed geluk naar Nederlands-Indië toog waar hij een aanstelling kreeg bij de Nederlandsch-Indische Handelsbank. Vervolgens werd hij verbonden aan het voorname handelshuis Tiedeman & Van Kerchem dat hij in 1887 als firmant verliet. De daarbij gerezen moeilijkheden vinden wij niet gespecificeerd. Wellicht hingen zij samen met zijn energiek en heerszuchtig karakter, moeilijk in de omgang, een keerzijde van zijn aangeboren leiderschap. In 1888 keerde Kessler naar Europa terug om herstel van zijn gezondheid te zoeken en te pogen een nieuwe werkkring te vinden.

Het viel Kessler evenwel niet gemakkelijk een nieuwe functie te verwerven. Uiteindelijk bood de in 1890 opgerichte N.V. Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot Exploitatie van Petroleumbronnen in Nederlandsch-Indië hem een positie; zijn schoonvader, G.A. de Lange, oud-firmant van Tiedeman & Van Kerchem, behoorde tot de eerste commissarissen der onderneming. Al bij oprichting der 'Koninklijke' kwam Kessler in aanmerking voor de functie van administrateur. Om onbekende redenen aanvaardde hij deze niet, doch liet zich een jaar later wel (met de toezegging van een directeursplaats) uitzenden in een commissie van onderzoek, die te Pangkalan Brandan in Noord-Sumatra het door te kort schietende leiding vastgelopen bedrijf tot produktie moest zien te krijgen. Veeleer dan van een mooie kans was hier voor Kessler sprake van een laatste kans. In hetzelfde jaar 1891 bedrijfsleider te Pangkalan Brandan geworden wist hij de onderneming door een uiterste krachtsinspanning eind februari 1892 in bedrijf te krijgen. Als enige directeur, officieus sinds november 1892 en officieel sedert 2 februari 1893, leidde hij de 'Koninklijke' door de eerste moeilijke jaren. Van grote betekenis was dat hij in 1896 H.W.A. Deterding aan de onderneming wist te verbinden, die hem in 1901 zou opvolgen. De voorspoed kwam tot uiting in de stijging der aandelenkoersen tot 850, in 1898 echter gevolgd door een ernstige terugslag toen de produktie sterk terugliep. Kessler sloot daarop contracten met andere producenten af en verijdelde aanslagen van buitenlandse concurrenten door het creëren van preferente aandelen. Op zijn initiatief tot de bouw van een eigen vloot en tankinstallaties in China en Brits-Indië volgde zijn aanzet tot een samengaan met de overige in Nederlands-Indië werkzame petroleummaatschappijen. Terwijl betere tijden zich reeds aankondigden, bezweek zijn nimmer sterke gezondheid toen hij midden december 1900 op weg was van Indië naar patria.

Kesslers betekenis als ondernemer is die van een pionier en grondlegger die ter plaatse aanwezig en vrijwel eigenhandig de jonge onderneming voor de ondergang behoedde en de grondslagen legde voor haar toekomstige groei.

L: S.W.F. Margadant, 'Kessler', in Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek II, kol. 666-667; C. Gerretson, Geschiedenis der 'Koninklijke'' 3e dr. (Baarn, [1971]) I en II, passim; W.P.H. du Pon, 'Terugblik van een pionier', in Olie 8 (1955) 10-13; 82-85; 204-207; 296-299.

Joh. de Vries


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 1 (Den Haag 1979)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013