Koo, Johannes de (1841-1909)

 
English | Nederlands

KOO, Johannes de (1841-1909)

Koo, Johannes de, journalist (Middelie gem. Zeevang 13-9-1841 - Luik 10-5-1909). Zoon van Abraham de Koo, N.-H. predikant, en Anna Maria Reberge. Gehuwd sinds 15-2-1879 met Cornelia Elisabeth Pel. Uit dit huwelijk werden 2 zoons geboren. afbeelding van Koo, Johannes de

De Koo volgde aanvankelijk het voetspoor van zijn vader en werd in 1865 predikant van de N.-H. kerk. In 1869 werd hij vanuit het Gelderse Ingen beroepen naar Drachten waar hij een voorstander van de moderne richting was. Zijn kritische opstelling van de kansel leverde een wezenlijke bijdrage tot het losser worden van de band der gemeenteleden met de kerk. Liefde tot het pastorale werk ontbrak hem ten enenmale, terwijl hij huisbezoek en catechisatie als een last beschouwde. In 1874 legde hij zijn ambt neer, koos een andere werkkring en werd in Amsterdam redacteur-correspondent van Het Vaderland. Enkele maanden na de oprichting in 1877 van het weekblad De Amsterdammer door de letterkundigen Taco H. de Beer en Manuel van Loghem aanvaardde hij het hoofdredacteurschap van het blad. Het succes van het weekblad De Amsterdammer moet vooral gezocht worden in De Koo's gave bekwame medewerkers aan te trekken. Daartoe behoorden ook een aantal Tachtigers, wier opvattingen hij niet deelde, maar die hij nochtans gastvrijheid in het weekblad verleende.

Vooral op zijn initatief verscheen per 1 januari 1883 naast het weekblad ook het dagblad De Amsterdammer en wel tweemaal daags. Ook van dit blad was De Koo hoofdredacteur. Deze krant onderscheidde zich van andere Nederlandse dagbladen door haar pittige, directe stijl van schrijven, haar polemische instelling, haar belangstelling voor de arbeidersklasse en in het algemeen voor de minder bedeelden. Het was het eerste grote dagblad dat stelselmatig interesse toonde voor de arbeidersbeweging. Hoewel het zich aanvankelijk liberaal noemde, stond het sterk afwijzend tegenover de heersende liberale beweging. Dit weerhield vooraanstaande liberalen de eerste jaren er niet van het dagblad financieel te steunen. De krant had die steun hard nodig: gelet op de beschikbare geldmiddelen was de opzet te ambitieus en de zakelijke leiding was zwak. Er volgden enige reorganisaties, waarbij nieuwe kapitaalverschaffers optraden. In 1887 waren dit links opgestelde liberalen, die zich radicalen noemden en zich in januari 1888 van de liberale beweging afscheidden: zij stichtten de radicale kiesvereniging Amsterdam, voorloopster van de vrijzinnig-democratische beweging. De Koo trad hierbij met zijn beschouwingen in het dagblad De Amsterdammer als gangmaker op. Zijn invloed op het radicalisme is zeer groot geweest, vooral in Amsterdam, maar in hoofdzaak door zijn artikelen; een actieve politieke rol te spelen, ambieerde hij niet.

Hoewel zelf geen radicaal werd het dagblad De Amsterdammer ook financieel gesteund door jhr. Henry Tindal, aan wie De Koo vele malen gastvrijheid verleende voor diens artikelen over de verdediging van Nederland tegen een onverhoedse Duitse aanval. Tindal verwierf de meerderheid van de aandelen van het dagblad en raakte, bij een poging om het blad over te doen aan de zogenaamde Kerdijk-factie van de liberalen, in conflict met De Koo. Deze nam, en met hem de hele redactie, per 1 oktober 1894 ontslag en stichtte een nieuwe krant, Het Dagblad. Het dagblad De Amsterdammer had toen al veel aan betekenis ingeboet, onder meer door de verschijning in 1893 van De Telegraaf. Tindal, de oprichter-eigenaar, had dit blad dat alleen 's ochtends uitkwam, aanvankelijk beschouwd als complement op het dagblad De Amsterdammer, dat sedert 1-4-1886 alleen 's middags werd uitgegeven. Per 1 november 1893 verscheen De Telegraaf met twee edities per dag en daarmee was het lot van De Amsterdammer bezegeld. Onder hoofdredactionele leiding van J. van Loenen van Martinet heeft het haar bestaan nog tot begin 1896 kunnen rekken. Het Dagblad heeft het maar van 2 oktober tot 31 december 1894 kunnen bolwerken. Vervolgens stichtte De Koo, samen met S.L. van Looy, een nieuw politiek weekblad, De Volksstem. Weekblad gewijd aan de belangen van staat en maatschappij, dat op 9 februari 1895 voor het eerst verscheen. Het heeft bestaan tot 30 januari 1897.

Intussen bleef De Koo de hoofdredactie van het weekblad De Amsterdammer voeren tot 1907, toen zijn slechte gezondheid hem noopte zich terug te trekken. De betekenis van het weekblad was in de jaren negentig minder geworden. De jongere medewerkers gingen allengs kritischer staan tegenover het redactionele beleid van De Koo, die het niet eens was met de zich manifesterende culturele vernieuwingen. De plannen van P.L. Tak tot oprichting van De Kroniek (1895) vonden bij deze jongeren een warm onthaal en al spoedig publiceerden zij bij voorkeur in De Kroniek.

A: Archief-De Koo in het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis te Amsterdam.

P: De Koo heeft enkele toneelstukken geschreven onder pseudoniem van Doctor Juris: o.a. De candidatuur van Bommel (Amsterdam, 1898), Tobias Bolderman (Amsterdam, 1900), Vier ton ([Amsterdam], 1901), Het feest.. . ('s-Gravenhage, 1909).

L: J.H. Rössing, 'J. de Koo', in Op de hoogte. Maandschrift voor de huiskamer 6 (1909) 383-386; Smellingera-land. . . (Drachten, 1944-1950. 2 dln. in 1 bd.); H.J. Scheffer, Henry Tindal. Een ongewoon heer met ongewone besognes (Bussum, 1976) 159 vlg. en 252 vlg-, alsmede de literatuur genoemd in de noten 2 en 4 van hoofdstuk V.

I: Website Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren http://www.dbnl.org/auteurs/auteur.php?id=koo_001 [2-6-2008] [Portret getekend door Joh. Braakensiek].

H.J. Scheffer


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 1 (Den Haag 1979)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013