Kors, Joannes Augustinus Alphonsus Maria (1885-1966)

 
English | Nederlands

KORS, Joannes Augustinus Alphonsus Maria (1885-1966)

Kors, Joannes Augustinus Alphonsus Maria, hoogleraar in de theologie; voorzitter van de Stichting Katholieke Radio Omroep (Boxtel 14-9-1885 - Utrecht 6-8-1966). Zoon van Franciscus Augustinus Hermanus Kors, winkelier-goudsmid, en Marianna Dikker. Hij tekende met J.B. Kors. De 'B' in zijn handtekening was de voorletter van zijn kloosternaam Benedictus. afbeelding van Kors, Joannes Augustinus Alphonsus Maria

Kors ontving zijn gymnasiale opleiding te Nijmegen en trad in 1903 toe tot de orde der Dominicanen. Na in 1910 tot priester te zijn gewijd, zette hij zijn theologische studies voort aan de Universiteit in Fribourg (Zw.), waar hij in 1916 promoveerde tot doctor in de theologie. Op basis van zijn dissertatie, publiceerde hij het werk La justice primitive et le péché originel d'après S. Thomas (Kain, 1922). In 1923 werd hij hoogleraar in de dogmatische theologie aan de Katholieke Universiteit te Nijmegen. In 1928 verwisselde hij die leerstoel voor het professoraat in de moraaltheologie en beschouwende sociologie aan dezelfde Universiteit, waarvan hij van 1934 tot 1935 rector magnificus was. In 1932 verwierf hij de hoogste wetenschappelijke titel van zijn orde: magister in de theologie. Van 1928 tot 1939 was hij voorzitter van het bestuur van de R.K. Vredesbond, lid van het bestuur van het Thijmgenootschap en van de Union de Malines d' Etudes Sociales. In Nijmegen was hij o.m. de geestelijk leider van de Heemvaart, de eerste spirituele stroming die onder de studenten baan brak. Hij was ook adviseur van diverse plaatselijke en landelijke organisaties. Bij de katholieke sociale en politieke voormannen uit die dagen verkreeg hij om zijn kennis en inzicht, die getuigden van zijn trouw aan paus en dogma, een steeds grotere autoriteit.

In 1945 nam hij ontslag als hoogleraar wegens zijn benoeming tot voorzitter van de Katholieke Radio Omroep, een functie die hij tot 1959 bekleedde. Als zodanig was hij ook hoofdredacteur van de Katholieke Radio Gids (van 1957 af de Katholieke Radio- en Televisiegids). Van 1947 tot 1959 was hij de gekozen voorzitter van de Nederlandse Radio Unie en vanaf de komst van de televisie in oktober 1951 ook van de Nederlandse Televisie Stichting (tot 1959). Kors was een fervent voorvechter van het bestaansrecht van onafhankelijke omroepen in Nederland. Hij genoot zowel in de gehele omroep als bij de officiële instanties die ermee te maken hadden groot gezag. Men waardeerde hem als een bedachtzaam verstandelijk bekwaam strateeg die met een minimum aan middelen een maximum aan resultaat wist te bereiken. Van 1951 afwas hij ook voorzitter van UNDA, de internationale Katholieke organisatie voor radio en televisie; na zijn aftreden in 1959 werd hij erevoorzitter van dit instituut. Was hij voor de gehele Nederlandse omroep een figuur van grote betekenis, nog veel meer gold dit voor de KRO als medium van het katholieke volksdeel. Hij bouwde 'zijn' omroep uit tot een zendgemachtigde, die onder zijn bestuur destijds de grootste van Nederland was.

In zijn leiding en koersbepaling van de KRO toonde hij zich de theoloog van de Thomistische school. De leer van Thomas van Aquino is een volkomen eenheid, uitgaande van de kerkelijke traditie. Vanuit de opvatting over het bestaan van de volstrekt souvereine God, bouwt Thomas zijn beschouwingen op over Gods voorzienigheid, zijn leiding van en zijn inwerking op zijn schepselen. Christus, de mensgeworden God, is beginsel en einde van de genadebedeling. De kerk heeft vooral een geestelijk karakter en het primaatschap van de paus is onbetwistbaar. De theologische zedenleer is, hoewel stoelend op de natuur, bovennatuurlijk gericht: het leven is een opgang naar God. Kors leefde en werkte volgens die beginselen en kon daarbij geheel aansluiting vinden bij de toenmaals algemeen aanvaarde principes zoals die binnen de goed gedisciplineerde en vrijwel eensgezinde katholieke gemeenschap leefden. Orthodox geloofsverdediger oude stijl met respect voor andermans geloofsovertuiging, genoot hij behalve bij zijn geloofsgenoten ook bij andersdenkenden grote waardering, vooral om zijn hartelijkheid in de persoonlijke omgang. Ook bleek het uit de vele reacties van luisteraars op zijn apologetisch radioprogramma dat hij wekelijks op zondag verzorgde.

In 1959 ging Kors met emeritaat. De stormachtige ontwikkelingen in het begin van de jaren '60 onderging hij met diepe bezorgdheid en hij stond buitengewoon kritisch tegenover de moderne opvattingen die in de theologie doorbraken.

P: Behalve het reeds genoemde werk in de tekst, verder Van Gods geslacht ([Antwerpen], 1928); 'Nationaliteit en Staat', in Annalen van de Vereeniging tot het bevorderen van de beoefening der wetenschap onder de katholieken in Nederland 26 (1934) 57-64; Het vraagstuk eener eigen politieke groepeering van de Nederlandsche Katholieken [Helmond, 1944]; diverse artikelen in kranten, periodieken en in de Katholieke Radio- en Televisiegids.

L: J. Derks, in De Tijd, 14-8-1950; red. van De Tijd 16- 11-1950; red. van Katholieke Radio Gids 23 (1950) 33 (13 augustus) 3-4; B. Brockbernd, in De Nieuwe Dag. Amsterdam's Dagblad, 17-9-1954; P. de Waart, in het Noordhollands Dagblad, 21-9-1954; red. van De Maasbode, 23-9-1954; red. van Katholieke Radio Gids 27 (1954) 38 (19 september) 3; red. van De Gelderlander, 28-2-1959; A. Rammelt, in de Volkskrant, 28-2-1959; en idem, in De Tijd 6-8-1966; red. van Katholieke Radio- en Televisiegids 39 (1966) 34 (21 augustus) 2, 3.

I: Katholiek Documentatie Centrum te Nijmegen, Collectie personen: afb. 2a15891 [Foto: Archief T.L.J.A.M Baader].

H.W.A. Joosten


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 1 (Den Haag 1979)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013