Koster, Fran├žois Charles Ernest Lucius (1856-1926)

 
English | Nederlands

KOSTER, François Charles Ernest Lucius (1856-1926)

Koster, François Charles Ernest Lucius, marineofficier (Batavia 12-10-1856 - 's-Gravenhage 1-10-1926). Zoon van Pieter Hendrik Koster, chef generale staf van het K.N.I.L., en Frederique Wilhelmina Adolphina Borwater. Gehuwd sinds 29-12-1902 met Maria Adriana de Bordes. Uit dit huwelijk werden geen kinderen geboren.

Koster begon in 1872 zijn opleiding tot marineofficier aan het Koninklijk instituut voor de marine te Den Helder. Op 1 september 1875 werd hij benoemd tot officier (adelborst der Ie klasse). Hij diende eerst in West-, daarna in Oost-Indië waar hij in 1881 adjudant van de gouverneur-generaal werd. Daarna deed hij afwisselend in Nederland en Indië dienst zowel aan boord van schepen als aan de wal. Koster was onder meer belast met het bevel over verschillende kanonneerboten; ook fungeerde hij als Chef van de Staf der Zeemacht te Willemsoord. In 1906 werd Koster als commandant van Hr. Ms. Tromp naar Indië gezonden. Daar aangekomen kreeg hij tevens het commando over het eskader. Terug in Nederland werd hij op 1 november 1909 benoemd tot Chef van de Marinestaf in de rang van schout-bij-nacht en op 16 november 1910 tot Directeur en Commandant der Marine te Willemsoord, tevens Commandant van de stelling Den Helder. Op 1 november werd hij bevorderd tot vice-admiraal en twee jaar later ging hij met pensioen.

Koster droeg het ereteken voor belangrijke krijgsverrichtingen (Atjeh en Kleine Soenda eilanden). Hij was een marineofficier die meer dan normaal de aandacht trok: een flink, rondborstig man, afkerig van gewichtigdoenerij.

L: F.H.A. van der Brugh, in Marineblad 41 (1926) 403-404.

J.A. van der Kooij


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 1 (Den Haag 1979)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013