Kruijt, Hugo Rudolph (1882-1959)

 
English | Nederlands

KRUIJT, Hugo Rudolph (1882-1959)

Kruijt, Hugo Rudolph (bekend onder de naam Kruyt) chemicus (Amsterdam 3-6-1882 - 's-Gravenhage 31-8-1959). Zoon van Johannes Hermanus Kruijt, boekhandelaar, en Maria Perkins. Gehuwd sinds 21-3-1907 met Maria Fredrika Paris. Uit dit huwelijk werden 2 zoons en 4 dochters geboren. Na de scheiding op 27-3-1942 hertrouwd met Jacoba Maria Kramer op 30-4-1942. Uit dit huwelijk waren geen kinderen. afbeelding van Kruijt, Hugo Rudolph

Kruyt deed, na het eindexamen aan de HBS te Amersfoort te hebben afgelegd in 1899, het admissie-examen voor de Universiteit in 1901. Hetzelfde jaar liet hij zich inschrijven als student aan de Universiteit van Amsterdam waar hij scheikunde studeerde onder H.W. Bakhuis Roozeboom, J.D. van der Waals, J.J. van Laar en F.M. Jaeger. In 1904 deed hij zijn kandidaatsexamen, in 1906 zijn doctoraal. Hij was toen als assistent van Bakhuis Roozeboom reeds begonnen met zijn promotieonderzoek. Na bet overlijden van Roozeboom in 1907 ging hij naar Utrecht waar hij bij diens leerling E. Cohen op 25 juni 1908 promoveerde op De dynamische allotropie der zwavel. In 1909 werd Kruyt daar privaatdocent en in Groningen tijdens de cursus 1910-1911 bovendien tijdelijk lector. In 1912 werd hem te Utrecht de persoonlijke titel van lector in de fasenleer verleend, waarna in 1916 zijn benoeming volgde tot buitengewoon en in 1921 tot gewoon hoogleraar in de fysische scheikunde aan de Utrechtse Universiteit. Hij aanvaardde het hoogleraarsambt op 17 mei 1916 met een oratie over De algemeene theorie en bizondere ervaring. In 1922 werd hij benoemd tot lid van de Koninklijke Akademie van Wetenschappen.

Kruyt is een van de grondleggers van de moderne colloïdchemie, waarvoor hij een colloïdchemische afdeling in het Utrechtse Van 't Hoff-laboratorium stichtte. De resultaten van zijn experimentele en theoretische onderzoekingen met zijn vele leerlingen vatte hij samen in: Colloids. A Textbook, waarvan de eerste druk in 1927 verscheen (van de tweede uitgebreide druk, 1930, verschenen een Russische, 1932, en een Franse, 1933, vertaling). In de jaren 1949 en 1952 kwam zijn tweedelig overzichtswerk Colloid Science van de pers. Voor zijn leerlingen schreef hij een vele malen herdrukte Inleiding tot de physische chemie, de kolloïdchemie in het bizonder. Voor biologen en medici (1924) waarvan in 1926 een Duitse en in 1931 een Russische vertaling verscheen. Onder zijn promovendi bevonden zich een tweetal historisch-wijsgerige: R. Hooykaas (1933) en A.G.M. van Melsen (1941). In 1946 legde hij zijn hoogleraarschap neer, terwijl hij tot 1953 voorzitter van de Nederlandsche Centrale Organisatie voor Toegepast-Natuurwetenschappelijk Onderzoek (TNO) was.

Naast zijn wetenschappelijk werk vervulde Kruyt talrijke leidinggevende functies. Zo was hij curator van de Universiteit van Amsterdam (1947-1958). Verder heeft hij met grote toewijding aan de ontwikkeling van TNO gewerkt, eerst als secretaris van de Commissie-Went, na het tot stand komen van de wet betreffende de Nederlandsche Centrale Organisatie voor Toegepast-Natuurwetenschappelijk Onderzoek (1930) in verschillende functies culminerend in het voorzitterschap. Van 1928 tot 1934 was hij vice-voorzitter en van 1947 tot 1951 voorzitter van de Union Internationale de Chimie Pure et Appliquée; van 1937 tot 1945 vice-voorzitter en van 1945-1946 voorzitter van de International Council of Scientific Unions. Veel werk besteedde hij in de UNESCO als voorzitter van de Nederlandse UNESCO-commissie (1947-1957) en als leider van de Nederlandse delegatie bij de UNESCO en lid van de Executive Board van de UNESCO. Al vroeg was hij doordrongen van het belang dat wetenschap en industrie voor elkaar hebben. In een rede als voorzitter van de Nederlandse Chemische Vereniging pleitte hij voor een 'Samenwerking van wetenschap en industrie in Nederland' (Chemisch Weekblad 15 (1918) 418-426). In 1923 hield hij een voordracht over 'Wetenschappelijk onderzoek en algemeen belang' (ibidem, 20 (1923) 541-544). In een brochure Hooge School en Maatschappij (1931) brak hij een lans voor een universiteit die nauw met de maatschappelijke werkelijkheid samenhangt.

P: Bibliografie in Chemisch Weekblad 30 (1933) 451-459; 42 (1946) 250-254; 54 (1958) 322-323; H.R. Kruyt, 'Afscheidscollege... 20 September 1946...', ibidem, 42 (1946) 264-270.

L: E. Cohen e.a" in Chemisch Weekblad 30 (1933) 414-459; J.Th.G. Overbeek, 'Bij het aftreden van prof.dr. H.R. Kruyt als hoogleeraar in de physische scheikunde', ibidem, 42 (1946) 246-254; idem, 'Professor Kruyt 50 jaar doctor', ibidem, 54 (1958) 321-324; H.J.C. Tendeloo, ibidem, 55(1959) 569-571.

I: Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden in woord en beeld. Onder hoofdred. van H.P. van den Aardweg (Amsterdam 1938) 865.

H.A.M. Snelders


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 1 (Den Haag 1979)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013