Lint, Jan Gerard de (1867-1936)

 
English | Nederlands

LINT, Jan Gerard de (1867-1936)

Lint, Jan Gerard de, huisarts, privaatdocent in de geschiedenis der geneeskunde te Leiden (Princenhage 25-3-1867 - 's-Gravenhage 15-9-1936). Zoon van Cornelis Johannes de Lint, heel- en vroedmeester, en Hermina Agatha Theodora van Genderen. Gehuwd op 29-6-1898 met Martina Maria Kolff. Uit dit huwelijk werden 2 zoons en 1 dochter geboren.

Jan Gerard de Lint zette met zijn keuze voor een medische loopbaan de familietraditie voort.

Na de HBS in Breda doorlopen te hebben liet hij zich inschrijven aan de Universiteit van Amsterdam, waar hij in 1895 het artsdiploma behaalde. Daarop vestigde hij zich te Gorinchem als huisarts. Al spoedig vervulde hij daar de functies der notabelen: o.m. voorzitter van het Curatorium van het Gorkums Gymnasium en president-kerkvoogd. In 1918, na het van kracht worden van de wet-Limburg, promoveerde De Lint tot doctor in de geneeskunde bij prof. E.C. van Leersum te Leiden op een proefschrift getiteld Geneeskundige Volksprenten in de Nederlanden. In 1923 werd hij toegelaten als privaatdocent aan de Leidse Universiteit. In 1924 vestigde hij zich in Den Haag als arts. De Lint was zeer actief in de Vereeniging voor de Geschiedenis der Genees- Natuur- en Wiskunde, die in 1928 bij Koninklijk Besluit in een Genootschap werd omgezet. Op 18 maart van dat jaar besloot de vergadering van het Genootschap, m Rotterdam bijeen, om een instituut op te richten waar de beoefening van de geschiedenis der genees- natuur- en wiskunde kon plaats vinden. De Lint werd directeur. Prof. J. van der Hoeve zorgde voor onderdak in de afdeling oogheelkunde van het Academisch Ziekenhuis. Op 23 juni 1928 werd het instituut officieel in gebruik genomen. De wens, dat nu ook in Nederland een leerstoel voor de geschiedenis der geneeskunde zou worden ingesteld, werd niet vervuld. Wel stelde de minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen J. Terpstra een bescheiden subsidie voor dr. De Lint ter beschikking. De titel van lector mocht hij echter niet voeren. Voor de Universiteit bleef hij privaatdocent.

Niettegenstaande deze smalle basis volbracht de Lint een omvangrijke taak met een elan, dat past bij een geleerde van internationaal niveau. Op zijn voorstel werd in 1934 een geneeskundige afdeling in het Natuurwetenschappelijk Museum te Leiden ingericht, waarin hij in het bijzonder de aandacht vestigde op de collectie heelkundige instrumenten afkomstig uit het bezit van de Universiteit, o.a. de verzameling van Cornelis Solingen (1641-1687). Hij was een pionier bij de organisatie van de internationale congressen voor de geschiedenis der geneeskunde. In 1921 werd, gedurende het tweede congres dat in Parijs plaats vond, op voorstel van De Lint de Société Internationale de l' Histoire de Médecine opgericht. Gedurende vele jaren bleef De Lint een sleutelfiguur van deze congressen; in 1927 was hij voorzitter van het zesde Internationale Congres in Leiden/Amsterdam. Zijn vele buitenlandse relaties komen tot uitdrukking in zijn publikaties, in de samenwerking met E. Sigerist, Charles Singer en anderen. De 'deftige dokter', zoals hij in Gorkum genoemd werd, was een geleerd en kunstzinnig man. Hij had een goede speurzin naar bronnen, hij vond in codices en op rommelmarkten menige onbekende tekst en prent. Hij publiceerde zijn vondsten en beschouwingen in diverse tijdschriften. Bovendien recenseerde hij vele boeken op een wijze, die internationaal zeer werd gewaardeerd. Evenals zijn stad- en vakgenoot M.A. van Andel heeft De Lint de Nederlandse Volksgeneeskunde gedocumenteerd. Maar bovendien verzorgde hij uitgaven van onbekende bronnen, o.a. veertien door Clifford Dobell gesignaleerde brieven van Anthony van Leeuwenhoek, anatomische pamfletten en afbeeldingen van medische instrumenten van Guy de Chauliac. Hij organiseerde verscheidene tentoonstellingen, o.a. ter herdenking van Andreas Vesalius (1915) en voor het Congres van militaire geneeskunde te Den Haag (1930). Ook ging zijn belangstelling uit naar de Egyptische geneeskunde, waarover hij verscheidene publikaties in Janus en andere internationale tijdschriften het licht liet zien.

In zijn huis aan de Groenmarkt in Gorinchem kon men zich aan zijn met zorg bijeengebrachte bibliotheek en prentencollectie vergasten. Deze laatste is thans ondergebracht in het Rijksmuseum voor de Geschiedenis der Natuurwetenschappen te Leiden. Gaarne verbleef hij op Frissestijn, het huis van zijn schoonouders, gelegen aan de Waal in Herwijnen. In dit dorpje is hij ook begraven. De grote verdienste van De Lint is, dat hij de Nederlandse geschiedenis der geneeskunde internationaal meer bekendheid heeft gegeven.

A: Collectie-De Lint in Rijksmuseum voor Geschiedenis der Natuurwetenschappen in Leiden.

P: Behalve de in de tekst genoemde dissertatie: De herleving van de geschiedenis der geneeskunde (Gorinchem, 1924); Atlas of the history of Medicine. I. Anatomy (London, 1926). Met inl. van Charles Singer; Rembrandt ('s-Gravenhage, 1930). Great Painters and their works as seen by a doctor: I; H.E. Sigerist, Geneeskunde. [Einführung in die Medizin]. Encyclopedisch overzicht. Bew. door J.G. de Lint. Met inl. van J.A.J, Barge (Leiden [enz.], 1933), een bibliografie in onder L genoemd werk.

L: G.A. Lindeboom, Classified Bibliography of the history of Dutch Medicine 1900-1974 (Den Haag, 1975), waarin ook necrologieën betreffende De Lint op no's 1186 en 1187.

Mw. A.M. Luyendijk-Elshout


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 1 (Den Haag 1979)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013