Loerakker, Anthonius Josephus (1873-1950)

 
English | Nederlands

LOERAKKER, Anthonius Josephus (1873-1950)

Loerakker, Anthonius Josephus, pionier katholieke arbeidersbeweging (Heemstede 26-8-1873 - Haarlem 30-9-1950). Zoon van Johannes Jacobus Loerakker, schildersknecht, en Joziena Francisca Helena van Raaphorst. Gehuwd op 9-2-1898 met Johanna Maria van Honschoten; na haar overlijden op 7-11-1938 getrouwd met Guurtje Maria Truijens op 16-8-1939. Uit het eerste huwelijk werden 4 dochters en 7 zoons geboren. Uit het tweede waren geen kinderen. afbeelding van Loerakker, Anthonius Josephus

Loerakker ging zich na het doorlopen van de lagere school verhuren als bloemistenknecht in de Hollandse bollenstreek. Daar kwam hij in aanraking met de ernstige sociale problemen, die in het bloembollenbedrijf heersten (zeer lange werktijden tijdens de zomer, werkloosheid tijdens de wintermaanden en lonen die bij het gemiddelde peil achterbleven). Mede onder invloed van de spoorwegstaking van 1903 onstond in de zomer van dat jaar grote arbeidsonrust in de bollenstreek, waarbij hij samen met zijn broer B.N. Loerakker nauw betrokken was. Laatstgenoemde nam het initiatief tot de oprichting van een R.K. Bloemisten en Tuinlieden Secretariaat (1904), de voorloper van de latere R.K. Landarbeidersbond 'St. Deusdedit'. Op 23 maart 1913 werd A.J. Loerakker gekozen tot de eerste vrijgestelde bestuurder van deze vakvereniging. Twee jaar later volgde zijn benoeming tot voorzitter, een functie die hij tot enkele maanden vóór de liquidatie van de bond door de Duitse bezetters op 25 juli 1941 bekleedde. Veelvuldige en hardnekkige tegenstand ten spijt (in het bisdom Breda werd hem zelfs tot viermaal toe de toegang tot alle R.K. lokaliteiten geweigerd), wist hij de bond van de grond te krijgen en zelfs tot bloei te brengen. Op grond van zijn bestuurlijke kwaliteiten werd hij ook met andere sociale en politieke functies belast. Hij werd benoemd tot lid van de Hoge Raad van Arbeid. Voor de R.K. Staatspartij had hij als één der vakbondsspecialisten voor de fractie zitting in de Tweede Kamer (1923-1946). Loerakker behoorde tot de R.K. dissidenten, die onder leiding van Van Schaik in oktober 1923 de Vlootwet van het geestverwante kabinet-Ruijs de Beerenbrouck hielpen verwerpen. Ook in de jaren dertig kan men hem rekenen bij de linkervleugel der RKSP-fractie, sceptisch gestemd met betrekking tot de liberaal-confessionele samenwerking in het tweede kabinet-Colijn (crisis Aalberse-Colijn in 1935). Hij was tevens lid van de gemeenteraad en later wethouder van Schoten; na de inlijving van deze gemeente bij Haarlem kreeg hij zitting in de gemeenteraad van Haarlem. Voorts maakte hij deel uit van de raad voor de Wieringermeer. Ondanks al deze functies voelde hij zich weinig tot de politiek aangetrokken. Zijn hart ging in de eerste plaats uit naar het katholieke vakbondswerk. Gedreven door sociale bewogenheid en begaafd met een taai doorzettingsvermogen en een goed organisatorisch inzicht heeft hij, tegen veel weerstanden in, de R.K. Landarbeidersbond tussen de twee wereldoorlogen opgebouwd. Om zijn bestuurlijke en persoonlijke kwaliteiten genoot hij een groot gezag in de kringen van de katholieke arbeidersbeweging. Door middel van zijn gezin, dat hetzij rechtstreeks, hetzij aangetrouwd, diverse katholieke vakbondsleiders heeft voortgebracht, duurde zijn invloed ook na de Tweede Wereldoorlog voort.

P: A.J. Loerakker, Ontstaan en geschiedenis van de Nederlandse Rooms-Katholieke Landarbeidersbond Sint Deusdedit [Haarlem, 1944].

L: C.J. van der Ploeg, Oogst van de laatste 10 jaren [Haarlem, 1954] 229-230.

I: Katholiek Documentatie Centrum te Nijmegen, Collectie personen: afb. 3a979.

J.H. Roes


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 1 (Den Haag 1979)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013