Lotsij, Karel Johannes Julianus (1893-1959)

 
English | Nederlands

LOTSIJ, Karel Johannes Julianus (1893-1959)

Lotsij, Karel Johannes Julianus (bekend onder de naam Lotsy) sportleider (Baltimore (U.S.A.) 3-3-1893 - Koog aan de Zaan 29-8-1959). Zoon van Johannes Paulus Lotsij, botanicus, en Catharina Christina Goossen. Gehuwd sinds 18-6-1919 met Wilhelmina Diderica Vriesendorp, van wie hij op 17-5-1935 gescheiden was. Uit dit huwelijk werd 1 dochter geboren. Hertrouwd sinds 30-1-1936 met Aaltje Beltman. Dit huwelijk bleef kinderloos. afbeelding van Lotsij, Karel Johannes Julianus

Karel Lotsy kwam uit een intellectueel milieu. Zijn vader, afkomstig uit Dordrecht, was in verband met zijn wetenschappelijk werk veel in het buitenland. Toen Lotsij sr. lector in de plant- en dierkunde was aan de Johns Hopkins Universiteit in Baltimore in de Verenigde Staten, werd Karel geboren. Van zijn tweede tot zijn achtste jaar verbleef hij te Malabar in het toenmalige Nederlands-Indië, waar zijn vader naar toe was gezonden om kina-onderzoekingen te verrichten. Toen een van Karels zusters malaria kreeg, keerde het gezin Lotsij naar Nederland terug. Karels vader werd in 1904 te Leiden lector aan de universiteit en was sinds 1906 directeur van 's Rijks Herbarium.

Na de lagere school te hebben doorlopen ging Karel Lotsy in Leiden naar het gymnasium. In die tijd maakte hij zijn entree in de voetbalwereld. Hij werd lid van Ajax in Leiden, een club die later ter ziele ging. Vader Lotsij was niet erg gesteld op voetbal. Karel mocht lid zijn van een club, maar niet aan wedstrijdsport meedoen.

In 1909 verhuisde het gezin Lotsij naar Haarlem, waar Karels vader secretaris was geworden van de Hollandsche Maatschappij voor Wetenschappen. Karel werd lid van Haarlemse Football Club (HFC) en mocht van zijn vader nu ook in wedstrijden uitkomen. Hij bleek een speler met matige capaciteiten. Zijn grote kracht bleek al gauw te liggen in de psychische begeleiding. In 1911 - achttien jaar oud -werd Karel Lotsy bij HFC benoemd tot tweede secretaris, een functie waarin hij het toezicht op de lagere elftallen kreeg. In die periode ontdekte hij hoeveel via de sport voor de karaktervorming van de jeugd zou kunnen worden gedaan.

Na in 1912 eindexamen gymnasium te hebben gedaan, slaagde hij kort daarop te Parijs voor een examen in de botanie. Hij kreeg vervolgens de kans om als 'student-assistant' bij het Amerikaanse ministerie van Landbouw naar de Verenigde Staten te gaan. Na in de VS aan allerlei landbouwkundige proefnemingen te hebben meegewerkt, vertrok Karel Lotsy in de winter van 1913 op 1914 naar Svalöf in Zweden, waar hij assistent werd van de Zweedse botanicus prof. Nilsson Ehle aan het zaad-veredelingsinstituut aldaar. De mobilisatie dwong hem terug te keren naar Nederland. Hij kwam als militair in Ede terecht. Na reserveluitenant van de veldartillerie te zijn geworden, vond hij de gelegenheid om college te lopen aan de Landbouwhogeschool in Wageningen. Juist toen hij zijn eerste examen zou afleggen, kreeg hij via een familielid de uitnodiging adjunct-directeur te worden van de Brandverzekeringsmaatschappij Holland in Dordrecht, waarvan zijn grootvader een der oprichters was. Hij aanvaardde het aanbod en verhuisde naar Dordrecht. Terwijl hij daar woonde bekleedde hij van 1917 tot 1919 het voorzitterschap van HFC. Deze club raakte door toevallige omstandigheden kort daarna in een crisis. Het eerste elftal degradeerde twee achtereenvolgende seizoenen. In 1921 verzocht een groep HFC' ers Lotsy de club te hulp te komen. Hij nam de leiding van het eerste elftal op zich, gesteund door enkele vrienden. In die periode ontwikkelde Lotsy min of meer intuïtief zijn befaamd geworden concentratie- en mentaltraining methode. Hij schreef in die tijd onder meer alle elf spelers van het eerste team tweemaal per week afzonderlijk twee brieven, waarin ze vurig werden aangespoord alles te doen om HFC terug te brengen in de Ie klasse. In maart 1923 bereikte het eerste elftal het gestelde doel.

Karel Lotsy trok zich na dit succes opnieuw uit HFC terug, ook al omdat zijn functies in de voetbalwereld steeds veelvuldiger werden. Hij was onder meer lid van de westelijke elftalcommissie, voorzitter van de Dordtse voetbalbond en districtsbestuurder van de KNVB. In 1924 ging hij mee naar de Olympische Spelen in Parijs teneinde ervaring op te doen als sportleider. In 1928 werd hij voorzitter van de regelingscommissie voor voetbal op de Olympische Spelen in Amsterdam. Twee jaar later volgde zijn verkiezing in het hoofdbestuur van de Koninklijke Nederlandse Voetbal Bond. In 1931 verwierf hij ook het voorzitterschap van de technische commissie, later eveneens van de keuzecommissie.

Het voetbal in Nederland verkeerde destijds in een impasse. Het Nederlandse elftal won in de periode van 1927-1931 van de 21 interlands er slechts drie. Lotsy, die inmiddels zijn concentratie-methode door studie had geperfectioneerd, pakte de voorbereiding van de Oranjevoetballers vooral in het geestelijk vlak krachtig aan. Befaamd werden zijn toespraken vlak voor interlands, waarin spelers een laatste prikkel werd gegeven. De resultaten waren opmerkelijk. In de periode 1931-1934 won Oranje er van de 21 interlands elf, een sterke verbetering vergeleken met de jaren ervóór. Het clubgebouw van VUC in Den Haag, waar de voorbereidingen van Oranje zich afspeelden, kreeg in die dagen de bijnaam 'De wondertent'.

Daar hij inmiddels ook functies had gekregen in het Nederlands Olympisch Comité en de FIFA (de wereldvoetbalorganisatie) legde Lotsy zijn functie als voorzitter van de technische commissie in 1934 neer. Bij drie Olympische Spelen was hij chef de mission (Berlijn 1936, Londen 1948, en Helsinki 1952). Als adviseur voor sportaangelegenheden -later als lid van het College van gemachtigden voor de sport - is Lotsy van oktober 1940 tot najaar 1941 - toen hij ontslag nam - verbonden geweest aan het departement van Opvoeding, Wetenschap en Kultuurbescherming. Van 1942 tot 1953 was hij voorzitter van de KNVB. Toen begin 1959 de Nederlandse Sport Federatie werd opgericht werd hij haar eerste leider.

Karel Lotsy, die ook in andere takken van sport dan voetbal grote invloed heeft gehad, stond bekend als een zeer dynamische en charmante figuur, die voortreffelijk kon organiseren. Zijn idealisme heeft zeer inspirerend gewerkt op anderen. Wegens zijn grote verdiensten werd hij talloze malen onderscheiden.

P: K.J.J. Lotsy, in Wat het leven mij heeft geleerd. Onder red. van J.J. van Loghem e.a. (Arnhem, 1952) 141-150.

L: J. Simons, 13 geprekken met Karel Lotsy en de spelers van het Nederlands elftal 2e dr. (Amsterdam, [1934]); H. Herberts, 'Karel Lotsy. Zijn technisch werk in den K.N.V.B.', in Jubileumboek K.N.V.B. 1889-1939. Onder red. van A. van Emmenes [S.l., 1939] 308-310; G. Zalsman, Karel Lotsy en het Nederlandsche voetbal (Baarn, [1946]); [J.]. S[poel-der], 'Karel Lotsy', in Gedenkboek van de Koninklijke H.F.C. 1879-1954 . . " 121-122; Onderdrukking en verzet. Nederland in oorlogstijd. [Onder red. van J.J. van Bolhuis e.a.]. (Amsterdam, [1954]) III, 361-362; P.C. van Houten, in Haerlem. Jaarboek: 30(1959)40-43; Voetballen, toen en nu . . .. (['s-Gravenhage, 1964]).

I: Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden in woord en beeld. Onder hoofdred. van H.P. van den Aardweg (Amsterdam 1938) 9 (Verbeterblad).

G.W. Overdijkink


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 1 (Den Haag 1979)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013