Manus, Rosette Susanna (1881-1943)

 
English | Nederlands

MANUS, Rosette Susanna (1881-1943)

Manus, Rosette Susanna (Rosa), feministe en pacifiste (Amsterdam 20-8-1881 - Ravensbrück (D.) 28-4-1943). Dochter van Henry Philip Manus, tabakshandelaar, en Soete Vita Israel. Zij was ongehuwd. afbeelding van Manus, Rosette Susanna

Rosa Manus, afkomstig uit een gefortuneerd vrijzinnig-joods gezin, waarvan de vader weinig op had met moderne opvattingen, bezocht na de lagere school en de middelbare school voor meisjes te Amsterdam, enige kostscholen in het buitenland. Tot haar 27e jaar leidde zij het lege leven van een welgesteld meisje uit die tijd, bestaande uit kleine huishoudelijke bezigheidjes en lange uren aanwezig zijn bij bezoeken en familiegebeurtenissen. Een toevallige uitnodiging bracht de verlossing uit dit 'canapé-engelbestaan' en liep uit op een benoeming tot 'page' (= duvelstoejager) op het derde internationale congres van de Wereldbond voor Vrouwenkiesrecht dat van 15-20 juni 1908 in het Amsterdamse Concertgebouw plaats vond. Eindelijk kon zij daar met haar levendige, ondernemende en zakelijke geest doen wat haar tot dien was onthouden: werk verrichten.

De kennismaking met ervaren feministen als Johanna Naber, dr. Aletta Jacobs, de Amerikaanse Carrie Chapman Catt, presidente van de Wereldbond voor Vrouwenkiesrecht, en met leeftijdgenoten als haar Engelse 'medepage' Margaret Corbett en (de latere dr.) Mia Boissevain stimuleerden haar tot voortgaande activiteit en eigen organisatorische en menskundige talenten maakten het haar mogelijk haar verdere leven daarop te richten.

Bij de Nederlandse Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht, opgericht door Mina Drucker in 1894, vond Rosa Manus haar leerschool als secretaresse van Johanna Naber en later van Aletta Jacobs. In 1912 durfde het tweetal Manus-Boissevain het aan de tentoonstelling 'De Vrouw 1813-1913' voor te bereiden en te leiden, ondanks sterke oppositie van de oudere generatie, die bevreesd was voor een fiasco. De tentoonstelling (mei-september 1913) die propagandistisch een groot succes was, stelde de bezoeker in staat de indrukwekkende vooruitgang te meten sinds 1899, het jaar van de Haagse tentoonstelling: 'Vrouwenarbeid'. Vanaf dat ogenblik is Rosa Manus een naam die iedereen kent die maar iets met de vrouwenbeweging te maken heeft.

Toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak, schreef zij naast feminisme het woord pacifisme in haar vaan. Met hart en ziel werkte zij mee aan het merkwaardige Haagse congres van vrouwen uit beide oorlogvoerende partijen, dat Aletta Jacobs in 1915 bijeen had geroepen. Internationaal werden Rosa Manus' capaciteiten nog sneller onderkend. Tijdens het congres, volgend op dat in Amsterdam, werd zij benoemd tot 'special organiser' o.m. van alle driejaarlijkse Wereldbondcongressen in diverse Europese hoofdsteden die, tot en met het jubileumjaar (Berlijn 1929), in omvang en luister toenamen. Met nooit verflauwende bereidwilligheid en onverstoorbare opgewektheid regelde Rosa Manus correct en zakelijk de honderd en één aangelegenheden die zich voordoen bij evenementen van die omvang. Daarenboven bezat zij te allen tijde de gave een ieders gevoeligheden te ontzien, de juiste mensen bij elkaar te brengen en en passant iets van haar eigen geestdrift te doen overspringen. Het duurde dan ook niet lang of de 'special organiser' was tevens lid van 'the Board', het hoofdbestuur van de Wereldbond.

In 1922 vergezelde Rosa gedurende een klein jaar Carrie Chapman Catt op een wereldtournee met Zuid-Amerika als hoofddoel, en in 1935 Carrie Catts opvolgster, Margaret Corbett Ashby op een propagandareis naar Egypte, Palestina en Syrië, teneinde de Oosterse vrouwen op te wekken in 1936 het congres te Istanboel bij te wonen.

Sinds ongeveer 1930 hielden de verschillende internationale vrouwenverenigingen haar jaarvergaderingen te Genève tijdens de Volkenbondszittingen en voerden aldaar een gezamenlijke actie ter verkrijging van meer plaats voor vrouwen in het Secretariaat en voor een permanente Volkenbond-commissie voor aangelegenheden van de vrouw. Rosa Manus, die nooit ontbrak, slaagde er vaak in andere Nederlandse vrouwen te bewegen deze leerzame gebeurtenissen bij te wonen. Een hoogtepunt vormden Rosa's bemoeienissen met een handtekeningenactie t.g.v. de Geneefse Ontwapeningsconferentie van 1932, waar zij de tien miljoen vrouwelijke adhesiebetuigingen uit 56 landen aan de secretaris-generaal van de Volkenbond overhandigde.

Lord Cecil, later Viscount of Chelmswood, deed een beroep op Rosa's capaciteiten voor de organisatie van een pacifistisch congres dat moest voeren tot een 'Rassemblement Universal pour la paix' (te Brussel in 1937). Hoe knap deze vererende opdracht ook door haar werd uitgevoerd, laverend tussen verschillende stromingen van meer behoudend-democratische en van links-radicale richting, toch bracht dit congres een verdeelde politieke sfeer mee, waarin Rosa zich nooit thuis kon voelen. Ook in de vrouwenbeweging liet zij de vragen van politieke of diplomatieke aard aan anderen over. Haar talenten lagen op een ander terrein, nl. het doorgeven en samenbrengen. Niet gezegend met een fysieke présence - ze was klein van gestalte en gezet - hield zij zich bovendien in deze jaren van heftige sentimenten, ook als joodse, liever op de achtergrond. Waar de gelegenheid zich voordeed kwam zij op openbare bijeenkomsten vaak met korte, stimulerende mededelingen, vergat zij ook nimmer haar buitenlandse ervaringen in Nederland bekendheid te geven, maar hield zelden of nooit een volledige voordracht.

Op initiatief van een actief geworden jongere generatie, stichtte Rosa Manus met Johanna Naber en dr. W.H. Posthumus-van der Goot in 1935 te Amsterdam een wetenschappelijk documentatiecentrum, het IAV internationaal Archief voor de Vrouwenbeweging) waaraan zij de haar nagelaten kostbare bibliotheek van dr. Aletta Jacobs schonk, helaas later door de bezetter in beslag genomen en verdwenen.

Toen Hitlers machtsovername in 1933 een stroom uitgewekenen naar Nederland voerde, vormde Rosa Manus met de dames J. Polak-Kiek en L. Huisman-van Kol een Neutraal Vrouwencomité voor Vluchtelingen, zodat, dank zij ingezamelde gelden, in een lege school aan de Rechtboomsloot te Amsterdam een gastvrij pied à terre voor deze ontwortelde mensen kon worden ingericht. In korte tijd waren buiten ontspanning, lectuur en advies, andere faciliteiten beschikbaar, zoals studie en deelneming aan cursussen, musiceren, herstel en aanvulling van kleding, evenals gelegenheid voor verschaffen van voedsel en drank in de kantine. Een bonnensysteem kwam tegemoet aan wie zonder geld had moeten vluchten.

Na de Duitse inval op 10 mei werd Rosa Manus bevangen door de somberste voorgevoelens. Ondanks dringende uitnodigingen van haar moederlijke vriendin mrs. Chapman Catt, die bevriend was met de Amerikaanse president Roosevelt en diens echtgenote, had zij haar verwanten in Nederland niet willen verlaten. Op 17 augustus 1941, een paar dagen voor haar zestigste verjaardag, kwam de gevangenneming op beschuldiging van 'internationale en pacifistische neigingen'. Na een verblijf van drie maanden in het 'Oranje-hotel' (de strafgevangenis) te Scheveningen, werd zij november 1941 in het vrouwenconcentratiekamp te Ravensbrück ingeschreven. Vermoed wordt dat zij in 1943 op transport werd neergeschoten.

L: Clara M. Meyers, Een moderne vrouw van formaat. Leven en werken van Rosa Manus (Leiden, 1946); Van moeder op dochter. Onder red. van W.H. Posthumus-van der Goot en A. de Waal. Herdr. van de 3e herz. dr. (Nijmegen, 1977).

I: Van moeder op dochter. De maatschappelijke positie van de vrouw in Nederland vanaf de Franse tijd. Onder red. van W.H. Posthumus-van der Groot en Anna de Waal (Utrecht [etc.] 1968).

Mw. W.H. Posthumus-van der Goot


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 1 (Den Haag 1979)
Laatst gewijzigd op 13-04-2016