Meijer, Jan Willem (1887-1968)

 
English | Nederlands

MEIJER, Jan Willem (1887-1968)

Meijer, Jan Willem (bekend onder de naam Meyer Ranneft) bestuursambtenaar in Nederlandsch-Indië (Magelang op Java 31-10-1887 -'s-Gravenhage 3-2-1968). Zoon van Willem Meijer (na beschikking van de G.G. van 20-11-1891 no. 44 Meijer Ranneft geheten), adjunct-inspecteur inlands onderwijs in Nederlandsch-Indië, en Everdiena Margo Ranneft. Gehuwd sinds 11-6-1913 met Petronella Wilhelmina Twiss. Uit dit huwelijk werden 2 zoons en 1 dochter geboren. afbeelding van Meijer, Jan Willem

Meyer Ranneft voltooide een HBS-opleiding te Haarlem en sinds 1904 te Leiden de studie voor Indisch bestuursambtenaar, die hij op 19 juni 1906 met het grootambtenaarsexamen voor de Indische dienst afsloot. Van 1907 tot 1916 was hij werkzaam op diverse standplaatsen in Midden- en Oost-Java. Tijdens een verlofperiode van twee jaar bezocht hij vervolgens de Nederlandsch-Indische bestuursacademie (1916-1918) voor hogere vorming in Den Haag en behaalde hij in 1917 de acte M.O.-staathuishoudkunde en -statistiek.

Terug in Indië oefende Meyer Ranneft van 1918 tot 1925 de functie uit van adjunct-inspecteur voor agrarische zaken. In deze periode verrichtte hij onderzoek inzake de desastructuur en de gevolgen, die de toenemende contacten tussen de inlandse bevolking en het westerse bedrijfsleven hadden voor de sociale verhoudingen in Indië. Reeds vanaf 1914 had hij op dit terrein artikelen gepubliceerd. Baanbrekend was de studie, in samenwerking met dr. W. Huender, Onderzoek naar den belastingdruk op de inlandsche bevolking ('s-Gravenhage, 1926), welke publikatie bijdroeg tot de afschaffing van het hoofdgeld in 1927.

Van 1926 tot 1928 was hij assistent-resident te Pati en van 1928 tot 1929 resident ter beschikking te Semarang. In het laatste jaar werd hij voorzitter van de Volksraad, van welk college hij als vertegenwoordiger van de bestuursambtenaren sinds 1924 lid is geweest (1924-1925; 1927-1928). Onder zijn leiding evolueerde de raad tot een in Indië gezaghebbend forum, waar ook het inlandse standpunt kon doordringen. In 1932 verleende de Universiteit van Amsterdam hem een eredoctoraat in de handelswetenschappen.

Onder gouverneur-generaal jhr. B.C. de Jonge was Meyer Ranneft van 1933 tot 1936 vice-president van de Raad van Nederlandsch-Indië. De samenwerking tussen de twee hoogste gezagsdragers in Indië is bepaald stroef verlopen: daartoe verschilden zij te zeer in karakter en achtergrond alsmede in hun visie op het te voeren economische beleid. De op aandringen van H. Colijn doorgevoerde krachtige bezuinigingspolitiek achtte Meyer Ranneft voor Indië catastrofaal. In de loop van 1934 leidde hij de moeizaam verlopen handelsbesprekingen met Japan. Toen in 1936 jhr. A.W.L. Tjarda van Starkenborgh Stachouwer tot gouverneur-generaal werd benoemd, nam Meyer Ranneft ontslag uit zijn functies, waarna hij in juni 1936 repatrieerde.

Als ambteloos burger publiceerde hij in maart 1937 een kritisch artikel in De Gids, getiteld 'Hollands fout in Indië', waarin hij pleitte voor meer zelfstandigheid voor de Indische regering. In 1942 werd hij door de Duitsers geïnterneerd te St. Michielsgestel.

In augustus 1945 werd hij benoemd tot lid van de Raad van State: hij zou dit tot november 1958 blijven. Deze functie belette hem niet in de jaren 1945 tot 1949 scherpe oppositie te voeren tegen het Indonesië-beleid van de regering: kritiek ondervond hij bij zijn ondertekening van een door P.S. Gerbrandy e.a. ingediend adres dat op 28 april 1948 bij de Tweede Kamer is binnengekomen met het verzoek een strafvervolging te doen instellen tegen ministers, die zich bij het Indonesië-beleid zouden hebben schuldig gemaakt aan schending van de grondwet. Met Gerbrandy en F.C. Gerretson was hij een der kopstukken van het nationaal Comité 'Handhaving Rijkseenheid'.

Na de door hem als rampzalig beschouwde overdracht van de souvereiniteit aan Indonesië heeft Meyer Ranneft zich intensief bezig gehouden met de oorzaken van de ondergang van het Nederlandse gezag aldaar. Hij publiceerde diverse artikelen over het karakter van de 'gemengde samenleving' in Nederlandsch-Indië. Het meest typerend voor zijn denkbeelden is in dit verband zijn bijdrage 'Nederlands geestesmerk in Indië' in het verzamelwerk, dat in 1961 onder de titel Balans van Beleid (Assen, 1961) onder redactie van H. Baudet en I.J. Brugmans verscheen.

Als bestuursambtenaar in Nederlandsch-Indië kan Meyer Ranneft worden aangeduid als representant van de ethische richting. Door zijn grote kennis van economie en sociale verhoudingen in Indië betekende hij voor de regering een waardevol adviseur. Zijn politieke visie ten aanzien van de toekomst van Indië kan niet worden vrij gepleit van zekere patriarchale en behoudende elementen: een in koninkrijksverband zelfstandig Indië, waarbinnen onder Nederlandse leiding het Aziatische en Europese element vreedzaam zouden evolueren naar een gemengde samenleving. Deze denkbeelden vonden in Nederland weinig weerklank, terwijl de situatie in Indonesië zelf zich na 1945 in geheel tegengestelde richting ontwikkelde.

A: Collectie-J.W. Meyer Ranneft, berustend op het Algemeen Rijksarchief te 's-Gravenhage. I.W.L.A. Caminada en F.J.M. Otten, Inventaris van de papieren van Dr. J.W. Meyer Ranneft ('s-Gravenhage, 1971).

P: Behalve de reeds genoemde: talrijke artikelen en brochures, voornamelijk betreffende Nederlandsch-Indië.

I: Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden in woord en beeld. Onder hoofdred. van H.P. van den Aardweg (Amsterdam 1938) 1012.

F.J.M. Otten


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 1 (Den Haag 1979)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013