Minderhoud, Abraham (1891-1958)

 
English | Nederlands

MINDERHOUD, Abraham (1891-1958)

Minderhoud, Abraham, landbouwkundige (Nieuwdorp, gem. 's-Heer Arendskerke 16-10-1891 - Utrecht 10-7-1958). Zoon van Jan Minderhoud, sinds 1893 opziener van de hoeve Hongersdijk in de Wilhelminapolder bij Goes, en Sentina Polderdijk. Gehuwd sinds 15-11-1917 met Elizabeth Jacoba Maria Zomer. Uit dit huwelijk werden 1 dochter en 2 zoons geboren. afbeelding van Minderhoud, Abraham

Reeds in zijn vroege kinderjaren stond het voor Abraham vast, dat hij landbouwer wilde worden. Op dertienjarige leeftijd werd hij ingeschreven als leerling van de HBS te Goes, maar na drie klassen doorlopen te hebben mocht hij tot zijn opluchting naar de Rijkslandbouwwinterschool. Na het behalen van zijn einddiploma meldde Minderhoud zich aan voor de cursus van de Nederlandsche Heidemaatschappij, maar werd niet toegelaten, omdat voor het volgen van deze cursus een minimum-leeftijd van 19 jaar was gesteld. Hij volgde toen het advies op, om in afwachting van het bereiken van deze leeftijd, dienst te nemen bij de Heidemij om op deze wijze praktijkervaring op te doen bij verschillende ontginningen. Na het bereiken van de negentienjarige leeftijd doorliep hij van 1911-1913 de cursus van de Heidemij en werd daarna als opzichter aangesteld. In 1917 volgde de benoeming tot hoofdopzichter bij de N.V. Grontmij te Zwolle; in 1918 die van directeur. Vanaf 1930 was hij inspecteur bij de Directie van de Wieringermeer, en vervolgens sinds 1936 directeur van de Wilhelminapolder.

Ofschoon Minderhoud ook in zijn vroegere functies met grote deskundigheid en werklust heeft gearbeid, is dit laatste directoraat toch zijn eigenlijke levenswerk geworden. De Wilhelminapolder is de grootste landbouwonderneming van ons land en ontstond in 1809 door bedijking van een schorrengebied ten N. van Goes ter grootte van ca. 1400 ha. In de 19de-eeuw was deze landbouwonderneming uitgegroeid tot een internationaal modelbedrijf. Bij de komst van de nieuwe directeur had de Wilhelminapolder in landbouwkringen weliswaar nog een goede naam, maar in verscheiden opzichten was er toch een feitelijke achterstand te constateren, omdat het beheer niet steeds op rationele wijze was gevoerd en de nieuwste ontwikkelingen op landbouwgebied niet werden gevolgd. Op uiterst bekwame wijze heeft Minderhoud het bedrijf gemoderniseerd en gerationaliseerd, ondanks de opeenvolgende moeilijkheden en tegenslagen, waarmee hij tijdens zijn directoraat te kampen heeft gehad. Hij aanvaardde zijn functie tijdens de grote landbouwcrisis, daarna volgde de oorlogsperiode waarin geen verbeteringen konden worden aangebracht en o.a. door maatregelen van de bezetter in vele opzichten een achteruitgang onvermijdelijk was en ten slotte deden zich tijdens zijn directoraat twee ernstige dijkvallen voor. Ondanks deze grote moeilijkheden kon de Wilhelminapolder bij het afscheid van Minderhoud in 1957 opnieuw als modelbedrijf worden gekwalificeerd.

Minderhoud, die als mens en directeur zeer hoog stond aangeschreven, was een bescheiden figuur met een bijzondere belangstelling voor zakelijke en technische problemen. Zijn werkkracht en deskundigheid stelde hij ook beschikbaar voor algemene agrarische belangen. Hij was plaatsvervangend voedselcommissaris voor Zeeland en voorzitter en lid van talrijke instellingen op landbouwgebied.

L: D. [= J.D. Dorst], in Zeeuws Landbouwblad 46 (1958) 489; J.M.G. van der Poel, De Wilhelminapolder, 1809-1959 (Wageningen, 1959) 231-256.

I: Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden in woord en beeld. Onder hoofdred. van H.P. van den Aardweg (Amsterdam 1938) 1022.

J.M.G. van der Poel


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 1 (Den Haag 1979)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013