Mok, Salomon (1902-1948)

 
English | Nederlands

MOK, Salomon (1902-1948)

Mok, Salomon, jurist (Amsterdam 12-12-1902 - Utrecht 23-2-1948). Zoon van Machiel Mok, diamantbewerker, en Aaltje Coster. Gehuwd op 16-4-1931 met Gonda Marie Jacobs. Uit dit huwelijk werden 2 zoons en 1 dochter geboren. afbeelding van Mok, Salomon

Na de HBS doorlopen te hebben kreeg hij een functie op het bureau van de Nederlandse Werkloosheidsraad. In 1925 werd hij tot adjunct-secretaris van die raad benoemd. Intussen had hij zich aan de Universiteit van Amsterdam laten inschrijven voor de juridische studie (1921). Na eerst nog in 1923 het noodzakelijke staatsexamen te hebben afgelegd, volgde het kandidaats- en het doctoraal examen in respectievelijk 1924 en 1927. Korte tijd beoefende Mok daarop de advocatuur. In het volgende jaar werd hij benoemd tot chef van het documentatiebureau van het Nederlands Verbond van Vakverenigingen (NVV). Deze werkkring combineerde hij, vanaf 1932, met het lidmaatschap van de Amsterdamse gemeenteraad voor de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij (SDAP). Hieraan kwam een einde ten gevolge van zijn vertrek naar Leiden, wegens een benoeming tot voorzitter van de Raad van Arbeid aldaar (1938). Hij kreeg daardoor meer tijd voor wetenschappelijk werk. In 1939 voltooide hij een proefschrift dat getiteld was Het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten (Haarlem, 1939). Kort vóór 10 mei 1940 verkreeg hij toelating als privaatdocent in het arbeidsrecht aan de Rijksuniversiteit van Utrecht. Pas na de oorlog - hij verbleef onder andere in Westerbork en Theresienstadt - kon hij zijn openbare les houden: Vrijheid en gebondenheid in het arbeidsrecht (Haarlem, 1946). Het inmiddels hervatte voorzitterschap van de Raad van Arbeid te Leiden verwisselde hij voor die zelfde positie in Utrecht. Op vele terreinen is Mok actief geweest, bijvoorbeeld in het maatschappelijk werk, en ook voor de oorlog al als zionist. Zijn wetenschappelijke belangstelling was zeer breed gericht. Hij heeft echter vooral naam gemaakt als beoefenaar van het arbeidsrecht. In velerlei opzicht heeft hij zich daarvoor verdienstelijk gemaakt, in grondslagenstudies en rapporten, maar ook als kundig popularisator door middel van cursussen en brochures. Zeer vele artikelen verschenen van zijn hand, in algemeen-juridische en in arbeidsrechtelijke tijdschriften. Bij dit alles had hij ook een grote organisatorische inbreng.

P: Behalve de in de tekst genoemde publikatie o.a. Arbeidsrecht. Een inleiding (Amsterdam, 1936); De vakbeweging, ontwikkelingsschets en problemen 14 dr. (Amsterdam, 1947); Arbeidsrechtelijke opstellen [Samengest. door M.G. Levenbach e.a.] (Alphen a.d. Rijn, 1950).

L: J. Barents, in Socialisme en Democratie 5 (1948) 131-132; Marius G. Levenbach, in Mr. S. Mok. Arbeidsrechtelijke opstellen (Alphen a.d. Rijn, 1950) IX-XVI.

I: Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden in woord en beeld. Onder hoofdred. van H.P. van den Aardweg (Amsterdam 1938) 1026 [Foto: Hanna Elkan].

S. Faber


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 1 (Den Haag 1979)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013