Oord, Jacob van der (1882-1973)

 
English | Nederlands

OORD, Jacob van der (1882-1973)

Oord, Jacob van der, bisschop van de Oud-Katholieke Kerk te Haarlem (Hoogwoud 11-2-1882 - Purmerend 7-1-1973). Zoon van Pieter van der Oord, bouwkundig aannemer, en Brigitta Krul. Hij huwde na opheffing van het verplichte celibaat in 1922 met Elisabeth Kerkhoff op 26-6-1923. Uit dit huwelijk waren geen kinderen.

Van der Oord ging in september 1895, na zijn schoolopleiding te Den Helder, naar het oud-katholiek seminarie te Amersfoort. Vervolgens bezocht hij het stedelijk gymnasium waar hij eindexamen gymnasium-A deed, en studeerde daarna wijsbegeerte en theologie aan genoemd seminarie. Zijn priesterwijding vond op 28 mei 1908 plaats. Hij was achtereenvolgens pastoor te Culemborg (1908-1916), te Egmond aan Zee (1916-1926) en te Amsterdam (1926-1946); voorts sedert 1937 deken van het bisdom Haarlem. Na het aftreden van mgr. H.T.J. van Vlijmen, bisschop van Haarlem, koos het Haarlemse kiescollege hem op 18 september 1945 tot diens opvolger. Hij ontving de bisschopswijding op 13 november 1945 in de kathedrale kerk te Haarlem door de aartsbisschop van Utrecht dr. Andr. Rinkel, bekleedde zijn bisschopsambt tot op 85-jarige leeftijd en aanvaardde zijn emeritaat op 1 september 1967. Tijdens zijn episcopaat bouwde hij de nieuwe kerk te Den Helder, waar het oude kerkgebouw in de oorlogsjaren door de bezetters afgebroken was. In Alkmaar stichtte hij een nieuwe parochie en richtte een woonhuis tot kerk in. In IJmuiden organiseerde hij de splitsing der grote parochie en legde nog de eerste steen voor de nieuwe tweede parochiekerk. De kathedrale kerk, in 1942 te Haarlem tot stand gekomen, verrijkte hij met artistieke gebrandschilderde ramen, gevelversiering en een nieuw altaar. Hij was 30 jaar lang beheerder van de Stichting Adelbertus Ahuysfonds, van de Haarlemse Bisschopskas, maakte deel uit van het Centraal Financieel Comité, voorstadium van de Generale Thesaurie der kerk (1938), was ambtshalve voorzitter van de Oud-Kath. sectie der Anglicaans-Oud-Kath. Willibrordsvereniging, die de relaties tussen deze twee kerkgemeenschappen verstevigt en uitbreidt, lid van het hoofdbestuur der Vereniging Oud-Kath. Ondersteuningsfonds (1937-1941) en lid van de Bisschoppelijke Raad van 1939 tot 1945.

Jacob van der Oord, was een eenvoudig mens, praktisch organisator, goed financier en begaafd met een scherpe mensenkennis, gepaard met een echt pastorale bezorgdheid voor de afzonderlijke mens. Deze laatste eigenschappen maakten hem reeds geliefd in zijn seminarietijd bij de gymnasiasten, over wie hij gedurende jaren van zijn theologische studie prefect was, waarbij hij menige verouderde opvoedingsmethode en stugge traditie doorbrak. Hij was dan ook in de door hem als pastoor gediende gemeenten een zorgvuldig en gezien zieleherder. Zijn leven beantwoordde volkomen aan zijn bisschoppelijk devies 'non ministrari, sed ministrare'.

L: 'Mgr. J. van der Oord † emeritus bisschop van Haarlem', in De Oud Katholiek 89 (1973) 2389 (27 januari) 19-20.

A. Rinkel †


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 1 (Den Haag 1979)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013