Pannekoek, Goverdus Henricus (1882-1965)

 
English | Nederlands

PANNEKOEK, Goverdus Henricus (1882-1965)

Pannekoek, Goverdus Henricus (bekend onder de naam 's-Gravesande Pannekoek; naamstoevoeging 's-Gravesande bij K.B. van 27-11-1928 nr. 20) letterkundige (Buitenzorg (Nederlandsch-Indië) 18-1-1882 - De Bilt 2-7-1965). Zoon van Johannes Henricus Pannekoek, algemeen secretaris van het gouvernement, en Francina Maria Louisa Storm van 's-Gravesande. Gehuwd op 2-9-1907 met Adriana Jacoba Maria Boellaard. Uit dit huwelijk werden 1 dochter en 1 zoon geboren. Gescheiden op 10-2-1927. Hertrouwd op 2-10-1928 met Helena Maria Catharina Voûte. Ze bracht 5 dochters mee. afbeelding van Pannekoek, Goverdus Henricus

's-Gravesande kwam als kind van zes jaar met zijn ouders naar Nederland, Aanvankelijk woonde hij in Haarlem, daarna in Den Haag. In laatstgenoemde plaats nam hij, na een onvoltooide opleiding aan de Rijkshogereburgerschool, als achttienjarige dienst als volontair bij het Dagblad van Zuid-Holland en 's-Gravenhage. Via de journalistiek hoopte hij zich een plaats te veroveren in de literatuur, waarnaar zijn liefde uitging. Uit zijn eerste betrekking werd hij evenwel als ongeschikt ontslagen. Een nieuwe kans kreeg hij bij het eveneens Haagse dagblad Het Vaderland, waar hij op 1 juni 1904 als algemeen corrector en verslaggever werd aangesteld, en werkzaam bleef tot hij in 1947 met pensioen ging. 's-Gravesande ontwikkelde zich tot een op veel terreinen werkzame journalist, maar weldra werd zijn taak die van tweede man op de kunstredactie. Achtereenvolgens werkte hij onder W.G. van Nouhuys, Jan Walch, Henri Borel en Menno ter Braak; met de laatste zou hij de prettigste samenwerking van zijn leven hebben.

Inmiddels had 's-Gravesande in 1902 als dichter gedebuteerd in het tijdschrift De Arbeid. In 1911 werd zijn eerste poëtische werk in boekvorm gedrukt onder de titel Uit mijn leven. Tot 1957 zouden nog zes dichtbundels volgen, die alle onopvallende en traditioneel geschreven poëzie bevatten. Meer dan in zijn journalistieke en creatieve arbeid heeft 's-Gravesande zich in de eerste periode van zijn carrière onderscheiden als propagandist voor het fraai gedrukte boek. De herleving van de Nederlandse boekdrukkunst die na 1910 begon met de werkzaamheid van typografen als Jan van Krimpen, Charles Nypels en S.H. de Roos vond in hem haar trouwste chroniqueur. Zijn belangstelling voor de boekverluchting en de grafiek, die blijkt uit de publikaties over het werk van M.C. Escher, W.J. Rozendaal en G.H. Bantzinger, sloot daarbij aan.

Tot een specialiteit van zijn gecombineerde literaire en journalistieke arbeid ontwikkelde 's-Gravesande de interviews met auteurs, die in de jaren '20 en '30 regelmatig verschenen in Den Gulden Winckel en werden verzameld in Sprekende schrijvers (1935). In de documentaire kant van de literatuurgeschiedschrijving zou hij zijn belangrijkste werk leveren. De gelegenheid om zich op dit gebied ten volle te kunnen ontplooien kreeg hij pas toen hij zich na zijn vijfenzestigste jaar had kunnen vrijmaken van de beslommeringen van het courantiersvak. Als het baanbrekendste resultaat van deze tweede periode van zijn arbeidzaam leven valt te beschouwen De geschiedenis van De nieuwe Gids (1955) waarin 's-Gravesande brieven en documenten, voorzien van verbindend commentaar, samenbracht die een nieuw perspectief boden op de beweging der Tachtigers.

Zeer verdienstelijk maakte 's-Gravesande zich ook met de biografieën van E. du Perron (1947) en Arthur van Schendel (1949), met wie hij in vriendschap verbonden was geweest. Daarnaast heeft hij - tot op zeer hoge leeftijd - gepubliceerd over leven en werk van eigentijdse figuren als Menno ter Braak, A. Roland Holst en J. Slauerhoff, en schrijvers van het verleden als Marius Bauer, August van Groeningen en Marceline Desbordes-Valmore.

A: Collectie-'s-Gravesande in het Letterkundig Museum en Documentatiecentrum te 's-Gravenhage.

P: Volledige bibliografie in onder L. genoemd Jaarboek ....

L: F.E.A. Batten, in Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden 1968-1969. Levensberichten 126-136.

J.L. Goedegebuure

I: G.H. 's-Gravesande. Vergeten en gebleven. Gekozen en verantwoord door Dirk Kroon (Den Haag 1982) afbeelding tegenover titelblad.


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 1 (Den Haag 1979)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013