Roldanus, Cornelia Wilhelmine (1889-1972)

 
English | Nederlands

ROLDANUS, Cornelia Wilhelmine (1889-1972)

Roldanus, Cornelia Wilhelmine, historica ('s-Gravenhage 16-6-1889 - Haren in Groningen 7-3-1972). Dochter van Willem Nicolaas Roldanus, generaal-majoor intendant, en Jenny Friederike Caroline Peters. Zij was ongehuwd.

Cornelia W. Roldanus bezocht de lagere school en het gymnasium te Amsterdam, liet zich in 1908 inschrijven als studente in de letteren aan de Universiteit van Amsterdam, doch zette reeds in het volgende jaar haar studie voort te Leiden. Aanvankelijk ging haar belangstelling uit in linguïstische richting; in 1914 legde zij het kandidaats-, in 1918 het doctoraal examen af in de Nederlandse Letteren. Van 1919 tot 1920 was zij werkzaam als lerares geschiedenis en aardrijkskunde aan het gymnasium te Winschoten, van 1920 tot 1928 als lerares Nederlands en geschiedenis aan het gymnasium te Assen. In haar Asser jaren leerde zij in de kringen van het vrijzinnig protestantisme de Groninger hoogleraar J. Lindeboom kennen, die haar attendeerde op het onderwerp van haar proefschrift. Na drie ambteloze jaren promoveerde zij in 1931 bij H. Brugmans te Amsterdam op Coenraad van Beuningen, staatsman en libertijn ('s-Gravenhage, 1931). Nog in hetzelfde jaar nam zij de leiding op zich van Lindebooms door de ziekte van zijn vrouw zwaar getroffen gezin. Zij was Lindebooms huisgenote tot diens dood in 1958 en bleef ook daarna zijn huis bewonen, totdat ziekte verblijf elders noodzakelijk maakte.

Na haar promotie bleef de belangstelling van Cornelia Roldanus uitgaan naar de cultuur- en geestesgeschiedenis van de zeventiende eeuw, met evenals Lindeboom een speciale voorliefde voor de 'stiefkinderen van het christendom'. Een grote lezerskring verwierf zij met haar Zeventiende-eeuwsche geestesbloei (Amsterdam, 1938; 2e herz. dr. Utrecht [enz.], 1961). Vele belangrijke artikelen en boekbesprekingen van haar hand verschenen in Tijdschrift voor Geschiedenis, De Gids en Nederlands Archief voor Kerkgeschiedenis.

P: Behalve de bovengenoemde werken: Hugo de Groots Bewijs van den waren godsdienst (Arnhem, 1944); 'Johannes Lindeboom', in Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden 1957-1958. Levensberichten 59-69.

L: P.J. van Winter, in Bijdragen en Mededelingen betreffende de geschiedenis der Nederlanden 87 (1972) 250-251.

S.B.J. Zilverberg


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 1 (Den Haag 1979)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013