Schurer, Fedde (1898-1968)

 
English | Nederlands

SCHURER, Fedde (1898-1968)

Schurer, Fedde, Fries schrijver (Drachten 25-7-1898 - Heerenveen 19-3-1968). Zoon van Bauke Schurer, knecht op scheepstimmerwerf, en Grietje Wagenaar. Gehuwd sinds 3-7-1924 met Willemke de Vries. Er was 1 zoon. afbeelding van Schurer, Fedde

Grootgebracht in een gereformeerd arbeidersgezin, werd Schurer timmermansknecht in Lemmer. Hij volgde een avondcursus voor onderwijzer en werd in 1919 benoemd aan de bijzondere lagere school aldaar. Vanaf 1920 vond publikatie plaats van gedichten in Yn ús eigen Tael, Tsjûgenis en Frisia. In 1924 nam hij deel aan de revolte van de radicaal-nationalistische jongeren in het Kristlik Frysk Selskip, en zag zich daardoor als bestuurslid gekozen. Zowel in zijn dichtkunst als in zijn Fries-nationalisme stond hij toen onder invloed van Douwe Kalma, de leider van de Jongfriezen. Dit is het duidelijkst merkbaar in Schurers eerste dichtbundel Fersen, die in 1925 verscheen en hem bij het Friese lezerspubliek populair maakte. In hetzelfde jaar werd hij redacteur van Yn ús eigen Tael en was van 1924 tot 1935 als zodanig werkzaam bij Frisia. Vóór de oorlog werden vier dichtbundels en enkele toneelstukken gepubliceerd. Zijn principiële politieke stellingneming echter maakte hem in die jaren bekender dan zijn dichtkunst. Hij sloot zich aan bij Kerk en Vrede en de Christelijke Democratische Unie (CDU). Tijdens de kamerverkiezingen van 1929 fungeerde hij in Friesland voor die partij als lijsttrekker. Hierdoor raakte Schurer in conflict met zijn schoolbestuur, dat in 1930 zijn ontslag meebracht en tot een breuk met de gereformeerde kerk leidde. Na eerst enige jaren lid te zijn geweest van de Gereformeerde Kerken in Hersteld Verband sloot hij zich in 1938 met zijn vrouw aan bij de N.-H. Kerk. Hij kreeg een functie bij het openbaar onderwijs in Amsterdam. Van 1936 tot 1937 werd door hem de CDU in de Noordhollandse Staten vertegenwoordigd. Kort daarna volgde zijn lidmaatschap van de SDAP.

Tijdens de bezetting verscheen illegaal één nummer van het door hem opgerichte literaire blad De Rattelwacht. Ook werden enkele in het Nederlands geschreven verzetsverzen van hem opgenomen in het Geuzenliedboek, het Vrij Nederlandsch Liedboek en in het illegale blad Trouw. Bovendien werden een tiental psalmberijmingen door hem illegaal uitgegeven. In verband met deze activiteiten kreeg Schurer in 1945 met negen andere schrijvers een regeringsprijs voor verzetsliteratuur.

In 1946 keerde hij terug naar Friesland om hoofdredacteur te worden van het dagblad de Heerenveense (later Friese) Koerier. Deze functie werd tot 1963 bekleed. Om zijn principiële hoofdartikelen werd die krant ook buiten de eigen regio veel gelezen. Zo keerde Schurer zieh binnen de PvdA tegen het pro-NATO standpunt van zijn partij en speciaal tegen de atoombewapening. Ook was hij het niet eens met de politiële acties in Indonesië. In 1954 werd hij weer in het hele land bekend, omdat hij zich als protestant in de PvdA met een felle brochure keerde tegen het bisschoppelijk Mandement (1954), dat katholieken het lidmaatschap van verscheidene socialistische organisaties verbood. Schurer had van 1956 tot 1963 zitting in de Tweede Kamer. Binnen de Friese Beweging speelde hij na de oorlog een belangrijke rol. In 1951 werd hij middelpunt van een rel, toen een kantonrechter het gebruik van de Friese taal bij een rechtzitting niet toeliet en Schurer in de Heerenveense Koerier een hoofdartikel schreef waarin hij zich daartegen fel keerde en dit in bewoordingen deed die de aanleiding werden tot een proces. Bij zijn daaropvolgende rechterlijke veroordeling wegens belediging, vond buiten de rechtszaal een demonstratie plaats, die op zodanig hardhandige wijze door de politie werd aangepakt, dat de dag (16-11-1951) bekend zou blijven als 'Kneppelfreed' (Knuppelvrijdag). Uiteindelijk liep de zaak uit op de wettelijke toestemming tot het gebruik van het Fries in de rechtzaal.

Ook als Fries schrijver bleef Schurer produktief. Hij behoorde tot één van de oprichters van het maandblad De Tsjerne, waaraan door hem tot 1965 als redacteur meegewerkt werd. Zijn drama's Simson en Bonifatius en het niet gepubliceerde bevrijdingsspel 'By it opgean fan'e Sinne' hadden veel succes. In 1947 voltooide hij een Friese psalmberijming, in 1955 een gezangenvertaling. Bovendien verschenen van hem nog vier dichtbundels, waarvan vooral de laatste De Gitaer by it Boek een groot succes werd doordat de daarin opgenomen liederen op muziek werden gezet en als langspeelplaat uitgebracht. In 1949 vond een bekroning van zijn werk met de Gysbert Japicx-prijs plaats. Hij overleed tijdens het voltooien van zijn autobiografie.

Als dichter was Schurer niet altijd even sterk - soms niet vrij van retoriek; maar veel van zijn werk behoort tevens tot het beste van de Friese literatuur.

A: Nagelaten brieven in Frysk Letterkundich Museum en Dokumentaesjesintrum te Leeuwarden.

P: Lijst van afzonderlijk verschenen publikaties, in Fedde Schurer [1898-1968] Utj. fan it Frysk Letterkundich Museum (Amsterdam, 1971). Skriuwers yn byld: 3; Samle Fersen. Mei in ynl. fan D.A. Tamminga (Baarn [enz., 1974]).

L: J. Piebenga, Koarte Skiednis fan de Fryske Skriftekennisse. 2e utwreide printinge (Drachten, 1957) 249-252; D.A. Tamminga, in Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden 1973-1974. Levensberichten 136-140; Fedde Schurer/ op en út. Uitg. door het tijdschrift Alternatyf (Butenpost, 1975); J.J. Buskes, Vier Vrienden (Apeldoorn, [1971]) 89-125 ; D.A. Tamminga, 'Mild en tegendraads', in Dwarsliggers, nonconformisten op de levensweg van ds. J.J. Buskes (Wageningen, [1974]) 168-177; T. Riemersma, It koarte forhael yn'e Fryske literatuer fan de tweintichste ieu (Leeuwarden, 1977) 81-87; K. Dijkstra, Lyts hânboek fan de fryske literatuer (Leeuwarden, 1977) 92-94.

I: Fryslân jaargang 6, nr. 2 (2000) 37 [Schurer in 1963].

G.R. Zondergeld


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 1 (Den Haag 1979)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013