Spoor, Simon Hendrik (1902-1949)

 
English | Nederlands

SPOOR, Simon Hendrik (1902-1949)

Spoor, Simon Hendrik, legercommandant in Nederlandsch-Indië (Amsterdam 12-1-1902 - Batavia 25-5-1949). Zoon van Andreas Petrus Spoor, concertmeester en dirigent Concertgebouworkest, en Catharina Petronella Jautze. Gehuwd op 22-12-1923 met Louise Anna Marie Ooms (1902-?). Uit dit huwelijk werd 1 zoon geboren. Na echtscheiding (31-3-1938) gehuwd op 6-10-1938 met Rika Cornelia Kroeze (1906-?). Na echtscheiding (24-3-1947) gehuwd op 3-4-1947 met Harmanna Trijntje Dijkema (geb. 1914). De twee laatste huwelijken bleven kinderloos. afbeelding van Spoor, Simon Hendrik

Spoor doorliep na het middelbaar onderwijs in Den Haag de kadettenschool te Alkmaar en de Koninklijke Militaire Academie (KMA) te Breda. In 1923 volgde de benoeming tot tweede luitenant der infanterie, en was vanaf 1924 op Borneo gedetacheerd. Van 1929 tot 1932 studeerde hij aan de Hogere Krijgsschool in Den Haag. Na twee jaar bij de Generale Staf te Bandoeng te hebben gediend, werd hij in 1934 docent strategie en tactiek aan de KMA te Breda. Vanaf 1938 verbleef Spoor opnieuw in Indië, onder meer als Hoofd van de afdeling Politieke Zaken van de Generale Staf en als docent oorlogsrecht en Indisch noodrecht aan de Hogere Krijgsschool te Bandoeng. Ook was hij militair medewerker van de Java-bode.

In maart 1942 behoorde Spoor tot de selecte groep van hoge ambtenaren en militairen, die bij de capitulatie voor Japan uitweek naar Australië. Hij was daar belast met de opbouw van de Netherlands Forces Intelligence Service (NEFIS). Na de overgave van Japan was Spoor enige tijd voorstander van een gemilitariseerd gezag over Nederlandsch-Indië, maar de civiele autoriteiten, met aan het hoofd de It.-gouverneur-generaal H.J. van Mook, zouden de overhand behouden. Na de splitsing van de functie Bevelhebber Strijdkrachten Oosten in aparte commando's voor leger en vloot, werd begin 1946 een verjonging aan de top van de legerleiding doorgevoerd, waarmee de regering een soepeler aanpassing aan de gewijzigde omstandigheden in Indië hoopte te bereiken. Bij Koninklijk Besluit van 19 januari 1946 werd de toen 44-jarige Spoor benoemd tot legercommandant in Indië met de rang van tijdelijk lt.-generaal. Op 31 januari 1946 nam hij het commando over van de It.-generaal L.H. van Oyen. De ongeveer even oude generaal-majoor D.C. Buurman van Vreeden, evenals Spoor oud-stafofficier van het KNIL, werd hem in maart 1946 als Chef Staf toegewezen.

Operationeel viel de legercommandant in Indië tot najaar 1946 onder het geallieerde South-East Asia Command, dat slechts geringe aantallen Nederlandse militairen op Java toeliet, voorshands alleen in nauwe corridors bij Batavia, Semarang en Soerabaja. Vanaf september 1946 vereiste de integratie van de uit Nederland overkomende troepen in die van het KNIL een omvangrijke en moeizame organisatie.

In januari 1947 verbleef Spoor enige weken in Nederland ter bespreking van de als gevolg van de talrijke bestandsschendingen verslechterde militaire situatie. Aangezien de politieke onderhandelingen stagneerden en de financiële positie van Nederland geen slepend conflict kon verdragen, werd medio 1947 besloten tot militaire actie tegen de Republiek Indonesië. De eerste politiële actie, die van 21 juli tot 4/ 5 augustus 1947 onder de codenaam Product werd gevoerd, beoogde primair het terugwinnen van economisch belangrijke gebieden op Java en Sumatra. Deze doelen werden vlot bereikt, maar de bezetting van de republikeinse hoofdstad Djokja werd de legerleiding niet toegestaan.

Omdat ook in de loop van 1948 de bestandsschendingen bleven voortduren, drong de legerleiding aan op hernieuwde militaire actie ter liquidering van het republikeinse bolwerk Djokja. Een tweede politiële actie werd gevoerd van 18 december 1948 tot 5 januari 1949: daarbij werd Djokja vanuit de lucht bezet en konden de republikeinse leiders als Soekarno en Hatta geïnterneerd worden. Nu begin 1949 geheel Java was bezet, vereiste het onder controle houden van de veroverde gebieden voortdurende activiteit van de Nederlandse troepen. De ontruiming van Djokja in mei 1949 was echter geen militaire noodzaak, maar een aan Nederland bij het Van Roijen-Roem-akkoord afgedwongen politieke concessie. Spoor heeft toen de tot rebelleren geneigde legerofficieren in Djokja ervan weten te overtuigen dat de militairen het beleid van de burgerlijke autoriteiten hoe dan ook dienden te volgen.

Op 23 mei 1949 werd Spoor tot generaal bevorderd. Dezelfde dag werd hij plotseling ernstig ziek en overleed twee dagen later te Batavia.

Generaal Spoor, die van zijn vader een gedegen vioolopleiding ontving, was méér dan een kundig en populair officier: als legercommandant was hij tevens hoofd van het departement van Oorlog te Batavia, een functie waarin hij meermalen blijk heeft gegeven ook over de nodige politieke kwaliteiten te beschikken. Hij zag in, dat enerzijds militair wenselijke en anderzijds politiek haalbare opties tegen elkaar afgewogen dienden te worden. Hoewel in bepaalde situaties voorstander van een hardere lijn, heeft Spoor in de kritieke jaren 1946 tot 1949 het door de politici uitgestippelde beleid loyaal uitgevoerd.

A: Collectie-S.H. Spoor, berustend op het Algemeen Rijksarchief te 's-Gravenhage; kabinetsarchief van de Legercommandant in Indonesië (1946-1949) in het centraal archievendepot van het ministerie van Defensie te 's-Gravenhage.'

L: 'In memoriam generaal S.H. Spoor . . .', in De Militaire Spectator 118 (1949) 424-426; L. Huizinga, Gesprek met de Generaal (Amsterdam, [1952]); Spoor, onze generaal... Samengest. door T. Schilling (Amsterdam, [1953]).

I: Vrij Nederland 1 maart 1980, 12 [Foto: Spaarnestad-archief].

F.J.M. Otten


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 1 (Den Haag 1979)
Laatst gewijzigd op 09-01-2018