Star Busmann, Cornelis Willem (1877-1966)

 
English | Nederlands

STAR BUSMANN, Cornelis Willem (1877-1966)

Star Busmann, Cornelis Willem, rechtsgeleerde (Leeuwarden 6-7-1877 - Utrecht 5-7-1966). Zoon van Eduard Star Busmann, raadsheer in het gerechtshof te Amsterdam, en jkvr. Marie Frederique Isabelle de Milly. Gehuwd op 3-8-1903 met Johanna Wilhelmine van Kregten. Uit dit huwelijk werden 2 zoons geboren. Na haar overlijden op 19-1-1922 hertrouwd met Margaretha Reinharda Smidt op 30-3-1926. Uit dit huwelijk werden 1 zoon en 1 dochter geboren.

Star Busmann doorliep het gymnasium te Amsterdam en ging in 1895 te Utrecht rechtswetenschappen studeren, waarin hij op 30 mei 1902 cum laude promoveerde op het proefschrift De exceptio plurium litis consortium in het burgerlijk procesrecht (Utrecht, 1902). Van zijn leermeesters hebben hebben H.J. Hamaker (burgerlijk recht) en W.L.P.A. Molengraaff (handelsrecht en procesrecht) het meeste tot zijn wetenschappelijke vorming bijgedragen.

Na enkel jaren te Amsterdam als advocaat werkzaam te zijn geweest, werd hij in 1905 benoemd tot ambtenaar van het openbaar ministerie bij een vijftal kantongerechten in het arrondissement 's-Hertogenbosch. In 1909 volgde zijn benoeming tot rechter in de arrondissementsrechtbank te Almelo. In 1912 werd hij in dezelfde functie in de rechtbank te Utrecht benoemd. Op 20 juli 1917 volgde hij Molengraaff op als hoogleraar in het handelsrecht en de burgerlijke rechtsvordering aan de Rijksuniversiteit te Utrecht. Zijn op 10 oktober 1917 uitgesproken intreerede was getiteld Doelmatigheid in rechtswetenschap en rechtspleging (Haarlem, 1917). Hij bleef na deze benoeming tot de leeftijdsgrens rechter-plaatsvervanger in de rechtbank te Utrecht. In het academiejaar 1933-1934 was hij rector magnificus. Zijn op 17 april 1934 uitgesproken diesrede was getiteld De verzekerbare en de verzekerde waarde in het wordende recht (Haarlem, 1934). Op hem als rector rustte o.m. de taak een disciplinaire vervolging ter hand te nemen van enige studenten, die zich tijdens de groentijd aan onverantwoordelijke handelingen hadden schuldig gemaakt. In zijn op 17 september 1934 aan de Universiteit uitgebrachte verslag maakte hij daarvan uitvoerig melding. Verschillende malen preadviseerde hij voor de Nederlandse Juristen Vereniging o.a. in 1915 en 1931. Het eerstgenoemde preadvies, handelend over de plicht van procederende partijen de rechter inlichtingen te verstrekken, heeft mede geleid tot de invoering van art. 19a Wetboek van burgerlijke rechtsvordering c.a. over de comparitie van partijen. In 1925 werd hij benoemd tot lid der Commissie inzake wettelijke regeling van het Binnenvaartrecht, waarvan hij na het overlijden van Molengraaff in 1931 voorzitter werd. De voorstellen dezer Commissie leidden tot de opneming van een nieuwe 13e titel 'Van de binnenvaart' in het 2e boek van het Wetboek van koophandel bij de Wet van 24 juni 1939, S. 201. In 1931 werd Star Busmann benoemd tot lid der Staatscommissie tot wegneming van onjuistheden en aanvulling van leemten in de Nederlandse Burgerlijke Wetgeving. Na het neerleggen van zijn hoogleraarschap in 1946 bleef hij van deze Commissie, later Staatscommissie voor de Burgerlijke Wetgeving genaamd, deel uitmaken tot 1 januari 1963, sedert vele jaren als vice-voorzitter en als voorzitter van de subcommissie Rechtsvordering. Hij werkte hier onder meer mee aan de vaststellingsovereenkomst en de dading. Hij schreef annotaties op de rechtspraak in het Weekblad van het Recht, waarvan hij, vanaf 1931 tot aan de samensmelting van dit blad met het Nederlands Juristenblad op 1 januari 1936, redacteur was. Voorts was hij van 1 januari 1911 tot en met 1944 lid van de redactie van het Rechtsgeleerd Magazijn, ook na de samensmelting van dit tijdschrift op 1 januari 1939 met Themis. Bovendien was hij van 1918 tot en met 1930 redacteur van Vragen des Tijds. Lange tijd nam hij deel aan de belastingrechtspraak door zijn lidmaatschap van de Raad van Beroep voor de directe belastingen te Utrecht. Voorts maakte hij jarenlang deel uit van een Staatscommissie, welke was belast met het afnemen van examens voor de toelating als kandidaat-notaris. In de jaren 1912-1916 had hij zitting in een door de Nederlandsche Juristen Vereeniging ingestelde commissie onder voorzitterschap van H.L. Drucker, die zich bezig hield met de middelen tot verbetering van de Nederlandse rechtstaal. Het werk dezer commissie resulteerde in een uitgebreid rapport, vergezeld van een woordenlijst ('s-Gravenhage, 1916. 2 dln.).

Star Busmanns invloed op het Nederlandse rechtsleven heeft zich vooral doen gelden op het terrein van het procesrecht. Het is steeds zijn streven geweest het burgerlijk geding te bevrijden van formalisme, waardoor somtijds geschillen niet tot een juiste oplossing worden gebracht. In zijn proefschrift reeds betoogde hij dat de 'exceptie plurium litis consortium' eigenlijk geen reden van bestaan had. Zijn hoofdwerk was getiteld Hoofdstukken van burgerlijke rechtsvordering; het is nog steeds een standaardwerk. Als voorzitter van de subcommissie procesrecht van de Staatscommissie voor de Burgerlijke Wetgeving gaf hij leiding aan de vernieuwing van ons procesrecht. De voorontwerpen tot wijziging van de eis in burgerlijke zaken (Wet van 23 april 1952, S. 204), die der regeling betreffende de verwijzing in geval van onbevoegdheid (Wet van 21 januari 1954. S. 27) en het voorontwerp procureurstelling in het kort geding (Wet van 11 december 1964, S. 360) zijn mede te danken aan zijn werkzaamheden, vooral omdat hij goed wist te formuleren en dan ook gewoonlijk zelf de opstelling van de voorontwerpen met de daarbij behorende toelichting op zich nam. De plannen van de Commissie betreffende de requestprocedure zijn als titel 12 van boek I van het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering opgenomen bij de Wet van 16 mei 1969, S. 200. Pas toen de beraadslagingen van de commissie over het voorontwerp van het nieuwe bewijsrecht waren voltooid, legde hij op 1 januari 1963 op ruim 85-jarige leeftijd zijn functie neer.

Star Busmann had velerlei belangstelling: hij was een Goethe-kenner en bespeelde verschillende muziekinstrumenten. Hij was curator en later president-curator van het Nieuwe Lyceum te Bilthoven. Zijn uitstekende gezondheid stelde hem in staat regelmatig te fietsen en zo mogelijk 's winters te schaatsen. Hij was vriendelijk en gezellig in de persoonlijke omgang, tot in zijn laatste ogenblikken helder van geest en onverstoorbaar van humeur.

P: N.K.F. Land, Verklaring van het Burgerlijk Wetboek 2e dr. (Haarlem, 1909-1933) 6 dln. waarvan dl. I en dl. V (1-265) herz. door C.W. Star Busmann ; Verspreide geschriften van H.J. Hamaker, verz. door W.L.P.A. Molengraaff en C.W. Star Busmann (Haarlem, 1911-1913); W.L.P.A. Molengraaff, De Faillissementswet verklaard ('s-Gravenhage, 1898) 4e dr. bew. door C.W. Star Busmann (Zwolle, 1951); W.L.P.A. Molengraaff, Leidraad hij de beoefening van het Nederlandse handelsrecht (Haarlem, 1899) 9e herz. dr. door C.W. Star Busmann e.a. (Haarlem, 1953-); Hoofdstukken van burgerlijke rechtsvordering (Haarlem, 1920-1947) 3e dr. bew. en herz. door L.E.H. Rutten. Met medew. van W.H. Ariëns (Haarlem, 1972); verder vele artikelen in periodieken als Tijdschrift voor Strafrecht, Vragen des Tijds, Rechtsgeleerd Magazijn Themis, Weekblad van het Recht en Nederlands Juristenblad.

L: T.J. Dorhout Mees, in Nederlands Juristenblad 41 (1966) 1065-1067.

W.M. Peletier


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 1 (Den Haag 1979)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013