Tak, Pieter Lodewijk (1848-1907)

 
English | Nederlands

TAK, Pieter Lodewijk (1848-1907)

Tak, Pieter Lodewijk, Journalist en politicus (Middelburg 24-9-1848 - Aagtekerke 24-8-1907). Zoon van Pieter Dumon Tak, rentmeester, en Marie Catharina Sara Benteijn. Hij was ongehuwd. afbeelding van Tak, Pieter Lodewijk

Na de lagere school bezocht Tak het stedelijk gymnasium te Middelburg, waar hij een zeer begaafde leerling was. In 1867 werd door hem het eindexamen behaald en volgde inschrijving aan de juridische faculteit van de Leidsche Hoogeschool. Op 27 juni 1872 deed Tak kandidaatsexamen. Hij speelde een belangrijke rol in de Leidse studentenwereld. Na zijn kandidaatsexamen werden er door hem geen universitaire examens meer afgelegd. In 1877 keerde Tak - na een kort verblijf in Gorinchem - terug naar Middelburg, waar hij in 1878 in dienst trad bij de Middelburgsche Courant als redacteur-buitenland. Zijn dagelijkse overzichten van de actuele internationale politiek kenmerkten zich door een grote mate van objectiviteit; zij waren een afspiegeling van de vooruitstrevend-liberale en tolerante signatuur van zijn krant. In 1883 werd hij redacteur-buitenland van het in dat jaar door J. de Koo opgerichte radicale dagblad De Amsterdammer en verhuisde hij naar Amsterdam. In 1884 volgde de aanstelling tot chef redactie-binnenland van deze krant. Over de Nederlandse politieke verhoudingen schreef Tak vanaf 1886 ook regelmatig in De Nieuwe Gids, eerst onder het pseudoniem Van der Klei, later onder eigen naam. In zijn politieke beschouwingen stond Tak aanvankelijk aan de kant van de vooruitstrevend-liberalen. Hoewel in 1885 gekozen tot secretaris van de Liberale Unie, werd door hem binnen een jaar ontslag genomen, omdat hij zich niet kon verenigen met de door de Unie voorgestane politiek inzake kiesrechthervorming en subsidiëring van het bijzonder lager onderwijs. In zijn ontslagbrief aan de voorzitter van de Liberale Unie - prof. O.A. van Hamel - verdedigde Tak de invoering van het algemeen kiesrecht en hij toonde zich een voorstander van ruime concessies op het terrein van de schoolstrijd. Toen in 1888 een aantal vooruitstrevende liberalen onder leiding van M.W.F. Treub zich van de kiesvereniging 'Burgerplicht' afsplitste en de radicale kiesvereniging 'Amsterdam' in het leven riep behoorde hij tot de initiatiefnemers. Maar enige jaren later keerde Tak ook de radicale beweging de rug toe, daar volgens hem een duidelijk streven naar hervorming van de sociaal-economische structuur van de maatschappij ontbrak.

In 1888 publiceerde Tak in Mannen van beteekenis in onze dagen een biografie over 'Henry George', in 1890 over 'Wilhelm Liebknecht en August Bebel'. In dat laatste jaar was hij naar Bussum verhuisd, waar zijn verblijf drie jaren zou duren. In deze periode was hij als redacteur en sinds 1891 als voorzitter van De Nieuwe Gids ten nauwste betrokken bij de interne moeilijkheden van dit blad. In 1893 volgde - samen met Frederik van Eeden - zijn bedanken als lid van de redactie, aangezien hij het oneens was met het autoritaire optreden van Kloos inzake toetreding van Herman Gorter tot de redactie. Spoedig hierna werd De Kroniek opgericht (in januari 1895 verscheen het eerste nummer) en in dit tijdschrift zouden Taks journalistieke kwaliteiten zich ten volle ontplooien. De eerste vijf jaargangen waren een hoogtepunt in het bestaan van het blad (de zg. 'heroïeke periode'), met debatten over Kunst en Socialisme. Tak was als redacteur de ziel van De Kroniek. Hij wist op een zeer bijzondere wijze leiding te geven aan een groep jonge, heterogene kunstenaars, die hij door zijn persoonlijkheid in het tijdschrift wist samen te brengen. De Kroniek was volgens H. Roland Holst en J. Huizinga het beste tijdschrift dat Nederland ooit heeft gekend. In het begin was er geen uitgesproken politieke richting, maar door de ontwikkeling van Taks politieke denkbeelden naar het democratisch-socialisme werd de toon van het blad op den duur wel in die richting beïnvloed, mede in verband met het feit dat hij ook steeds meer medewerkers van deze politieke signatuur aantrok, zoals F.M. Wibaut, Fr. van der Goes, A. Pannekoek, H. Spiekman e.a. In 1899 trad Tak toe tot de SDAP. Hij had lange tijd geaarzeld zich als lid aan te melden. De binding met de burgerlijke klasse, maar ook een zekere gemakzucht waren - naar eigen zeggen - de redenen die Tak ervan hadden weerhouden zich eerder bij de socialistische partij aan te sluiten. In de partij speelde Tak spoedig een vooraanstaande rol. Zijn gematigde wijze van optreden maakte hem bij interne partijconflicten een bindende figuur. Hij was een man 'van het midden', maar door zijn goede persoonlijke verhoudingen met vele theoretici der 'marxistische vleugel' (o.a. H. Gorter en H. Roland Holst) was ook in die kring voor hem zeer veel waardering. In 1903 werd hij hoofdredacteur van Het Volk en in 1905 voorzitter van het partijbestuur.

In het jaar daarvoor had zijn verkiezing tot lid van de gemeenteraad van Amsterdam en van de Provinciale Staten van Noord-Holland plaatsgevonden. Voor de gemeentepolitiek had Tak steeds grote belangstelling gehad. In De Telegraaf had hij reeds van 1893 tot 1903 overzichten van de Amsterdamse gemeenteraads-vergaderingen geschreven en in De Nieuwe Tijd werden nu door hem een aantal artikelen over sociaal-democratische gemeentepolitiek gepubliceerd, dat van betekenis zou blijken te zijn voor de theoretische fundering van deze politiek en voor het optreden van de leden der SDAP in de gemeenteraden. Tak was sterk beïnvloed door de ontwikkelingen in Engeland, waar in de kring van de socialistische Fabian Society grote belangstelling bestond voor een democratisering van het gemeentelijk beleid en actief ingrijpen werd bepleit door de locale overheid in het maatschappelijk leven. In 1902 werd de Vereeniging van Sociaal-Democratische Gemeenteraadsleden opgericht en Tak tot voorzitter gekozen. In 1905 werd hij - voor het district Franeker - gekozen tot lid van de Tweede Kamer. Bij de behandeling van het wetsontwerp inzake het arbeidscontract ontstond tussen hem en Troelstra een ernstig conflict, met name betreffende de houding van het buitenparlementaire agitatie-comité van de SDAP waarbij Tak nauw was betrokken. De verhouding met Troelstra, die door de interne moeilijkheden in de SDAP vaak gespannen was, werd hierdoor verslechterd.

Tak overleed onverwachts in 1907 tijdens een vakantie in Aagtekerke. Zijn vriend en geestverwant, de Amsterdamse wethouder F.M. Wibaut, noemde hem de grondlegger van de sociaal-democratische gemeentepolitiek. Op dit terrein lag zijn grootste kracht - als journalist én als politicus.

A: Het archief-Tak is aanwezig in het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis te Amsterdam.

P: Een bibliografie van P.L. Tak, in G.W.B. Borrie, Pieter Lodewijk Tak (1848-1907). Journalist en politicus (Assen, 1973) 286-306.

L: V. (= Jan Veth), Taks levensloop tot den Kroniektijd' in Herdenkingsnummer van De Kroniek van 19-10-1907; P.L. Tak, Herdrukken uit "De Kroniek" . . . Met inl. van F.M. Wibaut . . . (Rotterdam, 1908); W.H. Vliegen, Die onze kracht ontwaken deed (Amsterdam, [1924]) II, 87-93; S. de Wolff, Voor het land van belofte. Een terugblik op mijn leven (Bussum, 1954) 162-165; W. Thys, De Kroniek van P.L. Tak. Brandpunt van Nederlandse cultuur in de jaren negentig van de vorige eeuw (Amsterdam [enz.], 1956); G.W.B. Borrie, F.M. Wibaut. Mens en Magistraat. Ontstaan en ontwikkeling der socialistische gemeentepolitiek (Assen, 1968).

I: Peter Hofland, Leden van de Raad. De Amsterdamse Gemeenteraad 1814-1941. (Amsterdam 1998) 60.

G.W.B. Borrie


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 1 (Den Haag 1979)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013