Thiel, Jacobus Johannes van (1843-1912)

 
English | Nederlands

THIEL, Jacobus Johannes van (1843-1912)

Thiel, Jacobus Johannes van , oud-katholiek bisschop van Haarlem (Haarlem 16-4- 1843 - Haarlem 16-5- 1912 ). Zoon van Matthias van Thiel, koek- en banketbakker, en Maria Spruit. Hij was ongehuwd.

Van 1854 tot 1860 was hij intern op het oud-katholiek seminarie en leerling van het stedelijk gymnasium te Amersfoort. Na zijn filosofische en theologische studie aan het seminarie in 1862 beëindigd te hebben, volgde zijn wijding tot subdiaken, diaken en priester op 2, 7 en 9 november van dat jaar. Daarna was hij tot 1863 kapelaan en vervolgens tot 1885 pastoor in Enkhuizen. In de periode van 1885-1906 was hij president van het seminarie. Zijn verkiezing en wijding tot bisschop van Haarlem vond op 27 juni en 27 augustus 1906 plaats.

Thiel volgde met grote aandacht het ontstaan en de ontwikkelingen van de oud-katholieke kerken in het buitenland na 1870. Bij het congres in 1871 van de oud-katholieke beweging in München vertegenwoordigde hij de oud-katholieke kerk van Nederland. Contacten werden in 1891 gelegd met de 'petite église' in Frankrijk die toenadering zocht tot de oud-katholieke kerk. Van 1893-1894 werkte hij in de door P. Hyacinthe Loyson gestichte oud-katholieke gemeente in Parijs. Het was zijn verdienste de Traite sur la primauté du pape van de Oratoriaan Pinel weer in de belangstelling te hebben gebracht. Hij was lid van de Rotterdam-Petersburg Commissie die van 1894-1914 de oosterse en westerse kerken poogde te herenigen. Zijn rol bij de opname van de Kerk der Mariavieten in Polen in de de zg. Unie van Utrecht in 1909 was belangrijk. Het volgend jaar bezocht hij deze Poolse kerk, waarbij zijn kennis van de taal hem te stade kwam. Hij stond in correspondentie met theologen in vele landen. Zijn verdiensten voor de buitenlandse oud-katholieke kerk werden erkend door een doctoraat honoris causa in 1903 van de universiteit van Bern.

Ook in Nederland had hij grote invloed. Hij was medeoprichter van Cor Unum et Anima Una een organisatie die geschriften ging uitgeven en van De Oud-Katholiek een tijdschrift dat in 1885 verscheen en waarvan hij tot 1890 redacteur was. In 1907 waarschuwde hij in een herderlijk schrijven tegen de leer van de onfeilbaarheid van de paus, en voorts tegen de macht van de Ultramontanen in de R.-K. kerk. Van Thiel bevorderde een betere meeviering van de gelovigen door invoering van de moedertaal en gemeentezang in de liturgie en bemiddelde bij geschillen van verschillende aard tussen geestelijken van oud-katholieke signatuur.

P: 'Toespraak tijdens Congres te München 1871', in De Globe van oktober 1872; 'Die katholische Kirche in ihrer Ansicht über die Ehe', in Deutscher Merkur van 1882, 47-50; 'Sur la Papauté. Un ouvrage du XVIIIème siècle à rééditer', in Revue internationale de Théologie (RIT) 13(1905) 225-237; 'L'église catholique gallicane à Paris', ibidem, 1 (1893) 454-464 ; 'Die Gültigkeit der Bisschofsweihen in der altkatholischen Kirche von Utrecht', ibidem, 7(1899) 256-267.

L: F. Kenninck, 'Dr. J.J. van Thiel', in Internationale Kirchliche Zeitschrift 2 (1912) 433-441; 'Mgr.Dr. J.J. van Thiel', in De Oud-Katholiek 28 (1912) 12 (1 juni) 121-129.

F. Smit


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 1 (Den Haag 1979)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013