Trosée, Jacobus Antonius Godefridus Clemens (1859-1938)

 
English | Nederlands

TROSÉE, Jacobus Antonius Godefridus Clemens (1859-1938)

Trosée, Jacobus Antonius Godefridus Clemens, historicus (Boxmeer 23-11-1859 - Brussel 20-1-1938). Zoon van Franciscus Benedictus Trosée, classicus en rector gymnasium, en Minardina Cornelia Laukens. Gehuwd op 5-9-1906 met Marianne Powlona Romswinckel. Uit dit huwelijk werden geen kinderen geboren.

In 1878 ging Trosée te Utrecht rechten studeren, maar na een cum laude afgelegd kandidaatsexamen brak hij deze studie af om zich voortaan uitsluitend toe te leggen op de bestudering van de toen zeer actuele periode 1576-1580 uit de Nederlandse geschiedenis. Zijn eerste geschrift 'Het tijdelijk karakter der Unie van Utrecht', in het Tijdschrift voor Geschiedenis 2 (1887) 191-197 ontlokte reeds kritiek van Robert Fruin. De verdiensten van Trosée als geschiedschrijver zijn nogal aanvechtbaar en zijn opvattingen inmiddels alweer achterhaald; hij bezat de voor een historicus bijna onvergeeflijke eigenschap zijn persoonlijke, veelal religieuze, rancunes in zijn geschiedschrijving alle ruimte te geven. Zo waren George van Lalaing, graaf van Rennenberg, en graaf Willem van den Bergh voor hem personificaties van verdorven en gewetenloze katholieke exponenten uit een tijd, die Trosée in zijn vaak felle polemieken - onder meer met H. van Alfen en L. Delfos - 'zijn' tijd placht te noemen. Alle van zijn hand verschenen publikaties beschouwde Trosée zelf als naaste voorbereiding voor zijn - onvoltooid gebleven - levenswerk: een wetenschappelijke uitgave van de Notulen en de Correspondentie van het College van de Nadere Unie (1579-1581) en daarnaast een uitgave van de Correspondentie van graaf Jan van Nassau tijdens diens stadhouderschap in Gelderland (1578-1580). Voor deze enkel op eigen initiatief geëntameerde projecten verrichtte hij vrijwel ononderbroken onderzoek in talrijke archieven in binnen- en buitenland. Eerst nadat hij zijn naspeuringen goeddeels had afgesloten, ontving hij van koningin Wilhelmina de opdracht tot uitgave van de bovengenoemde briefwisseling van graaf Jan van Nassau, zulks ter aanvulling van de Archives ... van G. Groen van Prinsterer op wiens werk hij nogal wat kritiek had. De Rijkscommissie voor Vaderlandse Geschiedenis vertrouwde hem voorts op 18 december 1930 de uitgave toe van de Notulen van het college der Nadere Unie. Dat Trosée er niet in is geslaagd beide uitgaven te voltooien moet worden toegeschreven aan een zwakke gezondheid, alsmede aan een persoonlijke geaardheid, waarbij de nodige distantie tussen acribie en angstvalligheid ontbrak.

A: Collectie-Trosée in het Koninklijk Huisarchief te 's-Gravenhage.

P: Het verraad van George van Lalaing, graaf van Rennenberg . . . ('s-Hertogenbosch, 1894); Historische Studiën (['s-Gravenhage], 1924); Het eerste tijdvak van het verraad van graaf Willem van den Bergh (Arnhem, 1929).

L: 'In memoriam J.A.G.C. Trosée (1859-1938)', in Nieuwe Rotterdamsche Courant van 28-1-1938; R.[J.] Fruin, Correspondentie 1845-1899. Uitg. door H.J. Smit en W.J. Wieringa (Groningen [enz.], 1957) 349-352.

A.E.M. Janssen


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 1 (Den Haag 1979)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013