Veenhuizen, Geert (1857-1930)

 
English | Nederlands

VEENHUIZEN, Geert (1857-1930)

Veenhuizen, Geert, aardappelkweker, (Noordbroek in Groningen 18-11-1857 - Sappemeer 30-1-1930). Zoon van Berend Ebels Veenhuizen, stuurman op de grote vaart, en Jantje Geerts Moesker. Gehuwd op 19-10-1882 met Jantje van der Wijk. Er werden 3 zoons en 3 dochters geboren.

Geert bezocht de lagere school in zijn geboorteplaats en kreeg, zoals destijds bij meer begaafde leerlingen gebruikelijk was, privélessen van het hoofd van deze school ter aanvulling van zijn basiskennis. Op dertienjarige leeftijd verliet hij de school en werd in de leer gedaan bij een boomkweker te Noordbroek. Veenhuizen bleef daar, met een jaar onderbreking wegens vervulling van de militaire dienstplicht, tot zijn drieëntwintigste jaar. Gedurende deze tien jaren onderwees de doopsgezinde predikant ds. B. ten Bruggencate hem in de plantkunde en de Latijnse nomenclatuur. Daarna trad hij enige tijd in dienst bij een kweker in Gouda en vervolgens te Boskoop, waar hij de intensieve tuinbouw leerde kennen. In 1882 trad Veenhuizen in het huwelijk met een kwekersdochter te Sappemeer en volgde tegelijkertijd zijn schoonvader op als eigenaar van een bloem- en boomkwekerij aldaar. In korte tijd moderniseerde hij dit bedrijf. Nieuwe vaste planten en sierheesters werden ingevoerd, de hoeveelheid plat gras werd uitgebreid, terwijl tevens een nieuwe kas werd gebouwd. Ook maakte hij weldra naam als tuinarchitect, die zich specialiseerde op het aanleggen van tuinen bij boerderijen.

Alle voorwaarden waren dus aanwezig om te verwachten, dat Veenhuizen een goede carrière als boom- en bloemkweker tegemoet zou gaan. Tijdens de vergaderingen van de landbouwvereniging 'Borger en Tripscompagnie en Kleinemeer' werd echter zijn interesse gewekt voor het kweken van meer produktieve aardappelrassen. In 1889 besloot deze landbouwvereniging een variëteitenproefveld aan te leggen, waarvan de leiding aan Veenhuizen werd opgedragen. Sedert 1903 was hij cultuurchef van het Centraal Proefveld te Sappemeer, dat o.m. met steun van het Rijk werd aangelegd. Als eerste in Nederland werd door hem aardappelen uit zaad gekweekt, dat verkregen was door kunstmatige kruising. Tijdens zijn veertigjarig kwekerschap heeft hij duizenden nieuwe rassen gekweekt. Het overgrote deel daarvan werd, na enige jaren op opbrengst en kwaliteit te zijn onderzocht, weggedaan. Niet minder dan 94 rassen bleken geschikt voor de praktijk en werden in de handel gebracht. Zijn rassen Eigenheimer, Thorbecke, Rode Star, Bravo en Paul Krüger maakten zo'n opgang, dat in de jaren '20 en '30 dikwijls meer dan de helft van het aardappelareaal in Nederland uit kweekprodukten van Veenhuizen bestond. Bovendien werd zijn pootgoed naar tal van andere landen uitgevoerd. Eerst na de Tweede Wereldoorlog werden zijn produkten door andere rassen verdrongen.

P: Beschrijving van de voornaamste soorten aardappelen (Veendam, 1899).

L: J. Kok, 'G. Veenhuizen', in Groningsche Volksalmanak voor het jaar 1931, 198-203 ; C. Broekema, 'Veenhuizen's werk', in Landbouwkundig Tijdschrift 42 (1930) 209-214; Geert Veenhuizen, 18 november 1857 - 30 januari 1930. Gedenkschrift uitgegeven ter gelegenheid van de honderdste geboortedag van Geert Veenhuizen, pionier der aardappelkwekers [Wageningen, 1957]; H. de Haan, 'Geert Veenhuizen (1857-1930). The pioneer of potato breeding in the Netherlands', in Euphitica 7 (1958) 31-37.

J.M.G. van der Poel


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 1 (Den Haag 1979)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013