Veth, Gerda (1894-1966)

 
English | Nederlands

VETH, Gerda (1894-1966)

Veth, Gerda (bijnaam Polle) advocate en procureur (Bussum 10-2-1894 - Haarlem 31-12-1966). Derde dochter van Jan Pieter Veth, portretschilder en kunsthistoricus, en Anna Dorothea Dirks. Ze was ongehuwd.

Gerda bezocht de meisjesschool te Bussum, afgewisseld met herhaald, door haar lichamelijke handicap geïndiceerd, verblijf in Duitsland, behaalde haar staatsexamen gymnasium in 1913 en studeerde daarna rechten aan de Universiteit van Amsterdam, alwaar zij in 1921 promoveerde bij Paul Scholten op de dissertatie Simulatie in het privaatrecht. Vervolgens werd zij advocate en procureur te Amsterdam, waar zij tot haar 65ste levensjaar, en sedert 1931 zelfstandig, de praktijk uitoefende. Behalve door grote scherpzinnigheid en vasthoudendheid, onderscheidde zij zich door buitengewone inzet voor haar cliënten en kring van vrienden en verwanten alsmede vermogen zich in hun situatie te verplaatsen. Deze eigenschappen konden haar dikwijls fel en soms scherp doen zijn, maar in combinatie met haar warme menselijkheid maakten zij haar tot een geliefd raadsvrouwe, in het bijzonder ook voor joodse Nederlanders gedurende de Tweede Wereldoorlog. Zij vervulde vele functies op maatschappelijk gebied, zowel binnen de balie waar zij het eerste vrouwelijk lid van de Raad voor Toezicht en Discipline was, als daarbuiten op het terrein van de kinderbescherming, de reclassering, de gezondheidszorg en de opleiding voor het maatschappelijk werk. Zij was voorzitster van de zuiveringscommissie van de Amsterdamse GG & GD na de bevrijding.

Bij de kinderen van al haar kennissen was zij zeer geliefd. Nadat zij haar praktijk reeds had neergelegd deed zij in 1961 belijdenis en werd lidmaat van de Nederlandse Hervormde Kerk. Afhankelijkheid en teruggang tekenden haar moeilijke laatste levensjaren.

L: 'In memoriam Mr. Gerda Veth', in Advocatenblad 47 (1967) 2 (15 februari) 127-129.

A.M.M. Orie


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 1 (Den Haag 1979)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013