Vorsterman van Oijen, George Auguste (1836-1915)

 
English | Nederlands

VORSTERMAN VAN OIJEN, George Auguste (1836-1915)

Vorsterman van Oijen, George Auguste (bijnaam 'Gavvo', naar de initialen waarmee hij zijn artikelen ondertekende), hoofdonderwijzer en landbouwkundige (Gilze en Rijen 11-7-1836 - Aardenburg 13-10-1915). Zoon van Constantijn Johannes Vorsterman van Oyen, legerofficier, en Adriana Louisa Beatrix Pape. Gehuwd op 10-4-1860 met Maria Catharina Reeringh. Uit dit huwelijk werden 4 zoons en 3 dochters geboren.

Na het doorlopen van de Christelijke Normaalschool te Nijmegen werd hij hulponderwijzer te Nieuw-Loosdrecht. In deze tijd verkreeg hij naast de akten Duits en Frans, die reeds in zijn bezit waren, de akten Engels, wis- en natuurkunde, landbouwkunde en de hoofdakte. Na zeer korte tijd leraar in de wis- en natuurkunde aan het gymnasium te Winschoten te zijn geweest, volgde in 1860 de benoeming tot hoofd der openbare school te Aardenburg. De eerste jaren na deze benoeming besteedde hij zijn vrije tijd aan zelfstudie, maar al spoedig vestigde hij de aandacht op zich door een stroom van publikaties: een tiental leerboeken voor rekenen, algebra en meetkunde en vele artikelen in Nederlandse en buitenlandse tijdschriften, alsmede voor lagere schoolgebruik twee Franse leerboekjes. Op landbouwgebied maakte hij weldra naam door publikatie van een handboek over De behandeling der fruitbomen (waarvoor hij zelf de illustraties tekende), van zijn Land en tuinbouw. Handboek voor den landman en den hovenier en Beschrijving der Zuid-Hollandsche methode van zuivelbereiding, op verzoek van de Zeeuwse Landbouwmaatschappij in 1883 samengesteld.

Inmiddels waren van zijn hand talrijke brochures verschenen, waarin hij fulmineerde tegen de christelijke scholen. Zijn veelzijdigheid en werklust blijkt ook nog uit de samenstelling van een inventaris van Het archief van Aardenburg (1889), zijn bronnenpublikatie over de Rechtsbronnen der stad Aardenburg (1892), geregelde bijdragen voor verschillende kranten en de redactie van een tijdschrift voor lager onderwijs en het Weekblad voor Zeeuwsch-Vlaanderen's Westelijk Deel. In 1875 werd hij door de Zeeuwse Landbouwmaatschappij benoemd tot 'wandelleraar'. In deze nevenfunctie hield hij gedurende de avonduren in talloos vele dorpen voordrachten voor boeren over land- en tuinbouwkundige onderwerpen. In 1877 werd op zijn initiatief door de Zeeuwse Landbouwmaatschappij een Jaarboekje uitgegeven, waarvoor 'Gavvo' geregeld kopij bleef leveren. Te Aardenburg richtte hij in 1876 een landbouwavondcursus op, die door hem werd geleid.

Behalve op het gebied van het landbouwonderwijs heeft hij ook veel gedaan voor het landbouw-organisatiewezen. De eerste Nederlandse coöperatieve aankoopvereniging van meststoffen en voedermiddelen 'Welbegrepen Eigenbelang' werd door hem te Aardenburg opgericht (1877). De Maatschappij tot bevordering van ooft- en tuinbouw (1879) en de Coöperatieve Vereeniging tot verzekering tegen hagelschade (1886) en de Coöperatieve Boerenleenbank in het district Oostburg waren eveneens aan zijn initiatief te danken. Vanaf 1893 tot aan zijn dood is hij secretaris geweest van de Zeeuwse Landbouwmaatschappij (vanaf 1909 tevens penningmeester). Na zijn pensionering in 1901 kon Vorsterman van Oyen zijn werkkracht geheel aan de landbouw en de politiek wijden. In die jaren heeft hij veel gedaan voor de invoer en verbetering van het Belgische landbouwtrekpaard, o.m. in zijn kwaliteit van secretaris van het Stamboek voor het Nederlandsen trekpaard (Belgisch type). Als lid van de Vrijzinnig-Democratische Bond, zonder daarbij ooit streng partijman te zijn, was hij lid van de Provinciale Staten van Zeeland (1906-1913), van de Gemeenteraad van Aardenburg (1907-1911) en van de Tweede Kamer (1909-1913). Evenzo was hij een gelovig protestant zonder met de kerk te sympathiseren. Bij alles wat er in zijn dagen in West-Zeeuws-Vlaanderen geschiedde, was Vorsterman van Oyen het onbetwistbare middelpunt, ook op maatschappelijk en cultureel gebied. Door hem werden een volkszangschool, een muziekgezelschap en een Kamer van rhetorica opgericht en de bestekken getekend voor de lagere scholen te Eede en Sint Kruis. Veelzijdig en onvermoeibaar als hij was, wilde hij nooit iets uit handen geven. Als een goed spreker en debater kon hij zich echter weleens vijanden maken door zijn scherpe tong en pen. Te zijner nagedachtenis werd in 1916 te Aardenburg een monument opgericht.

P: Behalve bovengenoemde werken: zie hieronder vermeld Levensbericht ... en Bijdrage tot de Geschiedenis van West Zeeuws-Vlaanderen 1979, VII.

L: Levensbericht van G.A. Vorsterman van Oyen door een oud-leerling ('s-Gravenhage, 1884); I.G.J. Kakebeeke, De Veldbode 13 (1915) 779; J.N. Pattist, in Levensberichten der afgestorven medeleden van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden 1915-1916, 195-202; G.A.C. van Vooren in Maandblad 'Rabobank' 7 (1978) 5 (mei) 32-34.

J.M.G. van der Poel


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 1 (Den Haag 1979)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013