Wilton, John Henry (1869-1934)

 
English | Nederlands

WILTON, John Henry (1869-1934)

Wilton, John Henry, ondernemer (Rotterdam 10-10-1869 - 's-Gravenhage 29-6-1934). Zoon van Bartel Wilton, smid en oprichter van de scheepswerf Wilton, en Hendrika Stork. Gehuwd met Cornelia Maria Bladergroen op 7-7-1898. Uit dit huwelijk werden 2 zoons en 2 dochters geboren.

John Henry Wilton studeerde aan de Polytechnische School te Delft, waar hij in 1893 de diploma's werktuigbouwkundig en scheepsbouwkundig ingenieur behaalde. Na praktisch werken in de machinebouw bij Earle's Shipbuilding and Engineering Company te Hull kwam hij in april 1894 in de fabriek van zijn vader aan de Westzeedijk te Rotterdam. Dit bedrijf, dat zich van smederij tot scheepsreparatiewerf had ontwikkeld, had in de jaren '90 een steeds uitgebreider klantenkring verkregen. Op deze wijze lukte het om het bedrijf een stevige commerciële basis te geven. Vader Bartel en zijn oudste zoon Bart, die al sinds 1884 in het bedrijf werkzaam was, hadden in verband met de uitbreiding van de werkzaamheden, waaronder ook de nieuwbouw van schepen en baggermolens, de ingenieurskennis van John Henry nodig.

In 1895 kwam John Henry in de directie en werd belast met de leiding van de nieuwbouw. Hij liet het commerciële beleid graag over aan zijn oudere broer Bart, die tevens de reparatie voor zijn rekening bleef nemen. Intussen was het terrein aan de Westzeedijk voor het zich uitbreidende bedrijf, dat sedert 1901 werd voortgezet onder de naam N.V. Wilton's Machinefabriek en Scheepswerf te klein geworden. Toen een nieuw terrein aan de Ruigeplaat (Westkousdijk) was aangekocht leidde John Henry de bouw van de nieuwe fabriek persoonlijk. Hij stelde er een eer in het bedrijf aan de Westkousdijk zo modern mogelijk in te richten. Hij maakte een studiereis in het buitenland naar aanleiding van de vraag of het bedrijf door stoom dan wel door elektrische energie moest worden gedreven. Het resultaat was dat hij er in 1902 een elektrische centrale liet bouwen met drie stoommachines, die ieder een draaistroomgenerator aandreven. In 1903 kwam het nieuwe bedrijf aan de Westkousdijk in gebruik en in het daarop volgdende jaar werden daar al 312 zee- en rivierschepen gerepareerd.

John Henry was van mening dat de afdeling scheepsbouw moest worden uitgebreid. Juist in een tijd waarin men steeds ingewikkelder reparaties van grote schepen mocht verwachten was een combinatie van reparatie en nieuwbouw van belang, aldus zijn pleidooi. Uiteindelijk heeft zijn visie de doorslag gegeven en werd voor het bedrijf Wilton mede door de aanmoediging van de directie van de Holland-Amerika Lijn een terrein in de gemeente Schiedam gekocht. Door de financiële hulp van deze rederij was Wilton in staat een 46.000-tons dok te verwerven voor het repareren van grote passagiersschepen. Hoewel zijn broer Bart betreurde dat de onderneming op deze wijze een deel van de onafhankelijkheid verloor en als directeur terugtrad, groeide het bedrijf zodanig dat in 1928 al 4700 mensen werk vonden bij de bedrijven in Rotterdam en Schiedam.

John Henry heeft zich gemakkelijker dan zijn broer kunnen schikken in het feit dat de groei van het bedrijf te groot was om het karakter van familieonderneming te kunnen bewaren. Dit blijkt uit zijn gedachtenwisseling met de directie van de Maatschappij voor Scheeps- en Werktuigbouw Fijenoord, waaruit in 1929 een fusie resulteerde en de oprichting van de N.V. Dok- en Werf Maatschappij Wilton-Fijenoord. Dit bedrijf te Schiedam bood een goede technische grondslag voor verdere expansie. Het succes van de fusie heeft John Henry door zijn overlijden niet meer kunnen beleven.

John Henry nam deel aan vele ondernemingen en verenigingen. Zo was hij één der oprichters van de Koninklijke Nederlandsche Hoogovens en Staalfabrieken N.V. (1918), waarvan hij gedelegeerd commissaris was. Een belangrijke overweging voor deze deelname was de ervaring met de beperkte Duitse staalleveranties tijdens de Eerste Wereldoorlog. Een zelfde overweging gold ook voor zijn commissariaat van de Nederlandsche Staalgieterij v.h. J.M. de Muinck Keizer te Utrecht. Door deze relatie behoefde er geen smeedstaal uit het buitenland te komen en konden reparaties in veel korter tijd worden uitgevoerd. Verder was hij een van de steunpilaren van de Vereniging van Technici op Scheepvaartgebied te Rotterdam en o.a. bestuurslid van de ambachtschool. Hij was een man van grote werkkracht en kennis; hij was streng maar rechtvaardig voor zijn ondergeschikten. Van zichzelf eiste hij het meest.

L: M.J. Brusse, Wilton 1854-1929. Vijfenzeventig jaar geschiedenis van Wilton's machinefabriek en scheepswerf (Rotterdam, 1929); J.J.H. Verloop, in De Ingenieur 49 (1934) A 275; [G. Zanen], in Schip en Werf 1 (1934) 238; B. Stroman, 'De Wiltons...' in Bekende Rotterdammers door hun stadgenoten beschreven (Rotterdam, 1951) 51-54; P.J. Bouman, Gedenkboek Wilton-Fijenoord, 1854-1954 (Schiedam, 1954 [1953]); Joh. de Vries, Hoogovens IJmuiden 1918-1968. Ontstaan en groei van een basisindustrie [IJmuiden, 1968] passim; Bob den Uyl, 'Profiel van een scheepsbouwer' [Bartel Wilton] in Werkers aan de Waterweg. Onder red. van A.J. Teychiné Stakenburg [e.a. Rotterdam, 1972] 1,4.

J.M. Dirkzwager


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 1 (Den Haag 1979)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013