Woudenberg, Hendrik Jan (1891-1967)

 
English | Nederlands

WOUDENBERG, Hendrik Jan (1891-1967)

Woudenberg, Hendrik Jan, politicus (Amsterdam 19-9-1891 - Amsterdam 4-7-1967). Zoon van Helmert Woudenberg, veehouder, en Sophia Gijsbertsen. Gehuwd met Trijntje van Blaaderen op 10-5-1917. Uit dit huwelijk werden 2 zoons en 1 dochter geboren. afbeelding van Boddaert, jkvr. Elisabeth Carolina

Na de lagere school doorlopen te hebben werd hij loopjongen, vervolgens kantoorbediende bij een joodse visexporthandel te IJmuiden, daarna procuratiehouder en in 1935 directeur van dit bedrijf en bezitter van de helft van de aandelen. In het najaar van 1933 was hij lid geworden van de NSB, waarin hij vrijwel meteen een aantal functies ging bekleden: onder meer plaatsvervangend kringleider van IJmuiden van 1933 tot 1934 (het deed zijn bedrijf weinig goed), lid van de Propagandaraad, de Politieke Raad, en nog andere colleges van de NSB. Eind 1935 werd hij gekozen tot voorzitter van de niet door de NSB opgerichte, maar wel sterk daaraan gebonden Nationale Werknemersvereniging, die voor de oorlog een duizendtal leden telde, meest nog niet in andere vakorganisaties opgevangen werklozen en kleine zelfstandigen uit het NSB-milieu bij wie zijn redenaarstalent een goede voedingsbodem vond. Na de verkiezingen van mei 1937 werd Woudenberg lid van de Tweede Kamer, met G. Dieters, M.V.E.H.J.M. graaf De Marchant et D'Ansembourg en M.M. Rost van Tonningen als verdere leden van de NSB-fractie.

Woudenberg gold als de 'vakbondsexpert' van de NSB, voornamelijk omdat hij geen concurrentie had op dit terrein: de belangstelling daarvoor in de NSB was, anders dan in de Duitse nazi-partij, minimaal. Woudenberg werd daar juist in dit opzicht gedreven door een oprecht doch naïef sociaal gevoel; na een reisje naar Duitsland was hij enthousiast geworden over het Deutsche Arbeitsfront en de vermaaksorganisatie 'Kraft durch Freude'. Van groot belang was daarnaast de invloed die op hem werd uitgeoefend door Rost van Tonningen, die reeds in de vooroorlogse NSB de rivaal bij uitstek van de Leider Mussert leek te worden. Na de Duitse inval zou deze invloed aan Woudenbergs carrière een grote wending geven. Rost van Tonningen die nauwe banden met de SS onderhield, kreeg in de zomer van 1940 van de bezetter volmachten om de arbeidersbeweging gelijk te schakelen. Zelf werd hij door Seyss-Inquart tot commissaris voor de SDAP en andere 'marxistische' partijen benoemd. Als secondant van Rost werd Woudenberg commissaris voor het NVV. Duizenden leden bedankten, maar het merendeel bleef lid. Dat was anders, toen een jaar later, op 25 juli 1941, Woudenberg ook commissaris voor de confessionele vakcentrales werd. Hij trachtte deze in het NVV over te hevelen, maar deze gelijkschakelingspoging werd gevolgd door een massale uittocht uit de (nu geliquideerde) confessionele bonden. Woudenberg bleef echter streven naar de nationaal-socialistische eenheidsvakcentrale naar het Duitse voorbeeld.

Op 1 mei 1942 werd het NVV officieel omgezet in het Nederlandsche Arbeidsfront, met Woudenberg als leider. Werkgevers en werknemers werden gezamenlijk, per bedrijf, bijeengebracht in deze dwangorganisatie; 'sociale voormannen' zouden voortaan in de bedrijven bemiddelen tussen bedrijfsleiding en werknemers. De bij de 'Verordening betreffende de ordening van de Arbeid' aangestelde 'Gemachtigde van de Arbeid' zou in overleg met de Arbeidsfrontleider (Woudenberg) de lonen en andere arbeidsvoorwaarden vaststellen.

Doch al deze pogingen van Woudenberg om de indrukwekkende Duitse vakorganisatie na te bootsen waren gedoemd te mislukken. Niet zozeer omdat hij door zijn hoge inkomsten naam als profiteur maakte, maar omdat het karakter van het Arbeidsfront als nazificatie-orgaan van meet af aan door de Nederlandse bevolking doorzien werd. Externe omstandigheden zoals de toenemende verlaging van de levensstandaard, de gedwongen tewerkstelling van tienduizenden arbeiders in Duitsland en de eisen van de Duitse oorlogsindustrie droegen ertoe bij, dat hij ook op het (wellicht niet geringe) politiek indifferente deel van de Nederlandse arbeiders geen vat kreeg.

Woudenberg was ook begunstigend lid van de SS geworden. Toch, ondanks zijn banden met Rost van Tonningen - meer een binding aan diens persoon dan een duidelijker voorkeur voor de SS-gedachte - bleef hij trouw aan Mussert. Na de oorlog werd hij in eerste instantie tot levenslang, in laatste instantie tot 20 jaar gevangenisstraf veroordeeld. In 1956 werd hij vrijgelaten.

L: M.M. Rost van Tonningen, Correspondentie. Ingel. en uitg. door E. Fraenkel-Verkade in samenw. met A.J. van der Leeuw ('s-Gravenhage, 1967) dl. I; N.K.C.A. in 't Veld, De SS en Nederland ('s-Gravenhage, 1976. 2 dln.) passim.

I: Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden in woord en beeld. Onder hoofdred. van H.P. van den Aardweg (Amsterdam 1938) 1659.

N.K.C.A. in 't Veld


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 1 (Den Haag 1979)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013