Zwaag, Geert van der (1858-1923)

 
English | Nederlands

ZWAAG, Geert van der (1858-1923)

Zwaag, Geert van der, socialistisch propagandist en politicus (Wolvega 4-5-1858 - Gorredijk 22-4-1923). Zoon van Lourens Geerts van der Zwaag, timmerman, en Harmentje Josephs Houwman. Gehuwd sinds 28-5-1880 met Catharina Faber. Uit dit huwelijk werden 1 zoon en 4 dochters geboren. afbeelding van Zwaag, Geert van der

Zijn vader verloor Van der Zwaag op nog geen 2-jarige leeftijd en zijn moeder, die 22-6-1865 hertrouwde met de varkenskoopman en -slager Sijbe Riegler van Gorredijk, overleed reeds 28-11-1865. Zijn stiefvader begreep hem niet en dwong hem in de richting van de slagerij, terwijl Geert had moeten leren. Hij ontwikkelde nu zichzelf, gesteund door Riegler sr. en zijn 'tante' Lysbet. Na zijn huwelijk nam hij de zaak van zijn stiefvader over. Als 'Geert-slachter' of enkel 'Geert' raakte hij overal bekend.

Door zijn beroep leerde hij de Friese Zuidoosthoek uitstekend kennen en vooral de zeer arme bevolking. De veenarbeider verdiende een karig loon. Van der Zwaag nam dit alles met de hem eigen sociale bewogenheid scherp waar, gevoelde zich spoedig door het lot van de arme arbeidersbevolking getroffen en ging optreden als spreker voor het socialisme. Zijn liefde voor de voordrachtskunst maakte hem tot een weloverdacht en enthousiasmerend woordvoerder. In 1882 heeft hij een eerste debat met de 'messias-der-armen' F. Domela Nieuwenhuis. Nu wordt hij spoedig met R. van Zinderen Bakker en Tj. Stienstra propagandist voor het vrije socialisme der 'oude beweging'. Mee door hun actie komt in 1888 Nieuwenhuis voor het district Schoterland in de Tweede Kamer. Dan valt ook het besluit een socialistisch streekblad op te richten De Klok (december 1888-1913). Geert wordt redacteur en propageert zijn gedachten die anti-kapitaal, -koning, -kazerne, -kerk en -kroeg gericht zijn (tegen de 5 K's), bovendien kwam hij op voor streng zedelijke normen, zoals op sexueel gebied. Hij verzet zich tegen alle 'volksverdomming', ook die der partijbesturen. Handig debater, wiens kritiek steeds hout snijdt, maakt hij het volk, dat lang dom gehouden is door kerk en adel en hem vereert, los van het verleden, zonder het echter veel meer toekomst te bieden dan de 'sociale revolutie'. Ook al is hij mee de man van de slogan 'Denkende arbeiders drinken niet, drinkende arbeiders denken niet' en zal hij het vrije denken van De Dageraad steeds propageren, hij heeft niet meer dan de voorwaarden tot verbetering geschapen, de mensen wat meer zelfbewust gemaakt, maar is verder passief gebleven. Ook hij geloofde in de 'dag der wrake'. Na de revolutie zou alles vanzelf in orde komen. Van het gemeenschapsbezit der produktiemiddelen verwachtte hij alles. Het 'Arbeiders, socialiseert eerst uzelf" zal de kleinburger, die Van der Zwaag in wezen is, niet leren en werd ook door zijn mensen niet verstaan.

Als propagandist voor het kiesrecht en meer menselijkheid in de sociale verhoudingen heeft hij ontzaglijk veel werk verzet, waaronder zijn gezondheid leed. Hij was vroeg oud en uitgeblust. De slagerij geeft hij eraan en in 1892 komt hij als man van De Klok te Wolvega wonen. Hij zit als Volkspartijman in de raad van Weststellingwerf, maar gaat in 1897 weer naar Gorredijk, waar hij blijft wonen, ook als hij dat jaar voor Schoterland tot lid van de Tweede Kamer wordt gekozen, waarin hij als een goed debater bekend werd en in goede verstandhouding stond met kamerleden van een andere politieke overtuiging. Dit district is, zolang hij wil, vast in zijn handen. Hij komt intussen ook in de Gemeenteraad van Opsterland (1900), in de Provinciale Staten (1905) en wordt in 1907 lid der Gedeputeerde Staten (tot 1919). Dan gaat hij uit de Tweede Kamer (1909).

Van der Zwaag stond tussen de wegstervende Soc. Dem. Bond van Nieuwenhuis, die hij trouw bleef en de sedert 1894 opkomende SDAP, die hem nooit in haar rijen kreeg. Hij was niet anti-parlementair, maar verwachtte veel van directe actie en socialisme van onderen op. Van de onderlinge strijd der linksen moest hij niets hebben. In de Tweede Kamer zeer geacht als 'goed' en ongevaarlijk socialist, die kwam zoals hij was, wordt hij in 1907 bij de gratie der liberalen, die geen SDAP'er willen en hem eigenlijk tot de hunnen rekenen, gedeputeerde. Hij was geen organisator. De 'Kommunistenbond' die hij in 1902 en in 1908 nog eens heeft trachten te stichten, had geen levensvatbaarheid. Vaak ziek wordt hij op den duur pessimistischer. De Klok ging na 1900 achteruit. De verering voor 'Geert', wiens leus 'Geen man en geen cent voor het militarisme' en wiens anti-kerkelijkheid en sterke vrijheidsliefde het in het Zuidoosten van Friesland nog steeds doen, bleef groot, ook doordat deze eerlijke, ronde man zo dicht bij het volk stond en als 'ombudsman' fungeerde. Er leven bij hem anarchistische gedachten, een optimistisch mensgeloof en resten van chiliastische verwachtingen. Hij moet hebben gezegd: 'Wie als idealist het leven ingaat zal van de bok dromen', d.w.z. teleurgesteld worden. Hij was meer een kritische geest dan een constructieve bouwer, Als voordrager, toneelman begonnen, eindigde hij ook als zodanig. De eerste Friese operette staat op zijn naam.

A: Handschriften van Friese, Stellingwerfse en Hollandse voordrachten, verzen, lezingen op 'Frysk Letterkundich Museum en Dokumentaesjesintrum' te Leeuwarden. Brieven in F. Domela Nieuwenhuis-archief in IISG te Amsterdam.

P: Vele hoofdartikelen in De Klok. Weekblad der Volkspartij in de districten Schoterland en Wolvega (1889-1913). Al het Friese werk vermeld in Catalogus der Friesche Taal- en Letterkunde . . . (Leeuwarden, 1941). Bibliografisch overzicht in de Provinciale Bibliotheek te Leeuwarden en het IISG te Amsterdam. Van der Zwaag heeft zijn correspondentie vernietigd.

L: [W. Numan], in Nieuwsblad voor Friesland 17 december 1937 - 4 februari 1938; Sj. van der Schaaf, Geart Lourens van der Zwaag... De Kloklieder fan de Sùdeasthoeke... (Drachten, 1958); J.J. Kalma, in Dit wienen ek Friezen (Ljouwert, 1964) II, 120-125 met litt.; T. van der Wal, Op zoek naar een nieuwe vrijheid. Een kwart eeuw arbeidersbeweging in Friesland (1870-1895). (Leiden, 1972) passim; Johan Frieswijk, Socialisme in Friesland 1880-1900 (Amsterdam, 1977) passim; J.J. Kalma, Er valt voor recht te strijden. De roerige dagen rond 1890 in Friesland (Den Haag, 1978) passim.

I: Website Parlementair Documentatie Centrum: http://www.parlement.com/9291000/modulesf/g6ki9ydx [30-5-2007].

J.J. Kalma


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 1 (Den Haag 1979)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013