Broeksz, Johannes Bartholomeus (1906-1980)

 
English | Nederlands

BROEKSZ, Johannes Bartholomeus (1906-1980)

Broeksz, Johannes Bartholomeus, voorzitter van de VARA (Amsterdam 12-2-1906 - Hilversum 19-11-1980). Zoon van Johannes Adrianus Broeksz, diamantbewerker, en Johanna Barbara Godfro. Gehuwd op 20-3-1940 met Elisabeth Wilhelmina van Voorthuijzen. Uit dit huwelijk werd 1 dochter geboren. afbeelding van Broeksz, Johannes Bartholomeus

Jan Broeksz was na zijn HBS-opleiding enige tijd werkzaam bij een verzekeringsbedrijf en vervolgens op een makelaarskantoor in de hoofdstad. Op 1 januari 1929 trad hij als 'eerste bediende' in dienst van de Vereeniging van Arbeiders-Radioamateurs (VARA) in Hilversum. Al snel werd hij chef de bureau, belast met de leiding over de administratie. Intussen volgde hij twee jaar lang een cursus in de staathuishoudkunde en economie aan de Universiteit van Amsterdam. Zijn belangstelling beperkte zich echter niet tot de financieel-economische sector van deze omroep, ook het programmawerk had zijn grote belangstelling. Zij kwam enerzijds voort uit zijn persoonlijke culturele behoefte, en anderzijds uit zijn verlangen om, zoals hij meermalen verklaarde, 'de brede massa van het volk cultureel te verheffen'. Toen hij in 1933 bij het vertrek van het vliegtuig 'De Postjager' naar Ned.-Indië noodgedwongen op Schiphol een reporter moest vervangen, ontpopte hij zich als een uitstekend radioverslaggever. Hij werd als zodanig aangesteld en weldra was hij, behalve chef de bureau, chef van de afdeling sport en actualiteiten en daarmee ook lid van de programmaraad. In zijn eerstgenoemde functie woonde Broeksz alle vergaderingen bij van zowel het dagelijks bestuur als het hoofdbestuur van de VARA en nam hij intensief deel aan het beleid.

Toen bij het uitbreken van de oorlog op 10 mei 1940 de bestuursleden J.W. Lebon en Meyer Sluyser naar Engeland uitweken werd hij tot bezoldigd bestuurder benoemd. Op 1 augustus trad hij echter af, omdat hij zich als democratisch socialist niet kon verenigen met het feit dat de VARA in juli 1940 onder toezicht kwam van de NSB'er M.M. Rost van Tonningen, die door de bezettende overheid was aangesteld tot Kommissar für die marxistischen Parteien. Na een korte periode als verzekeringsagent trad Broeksz in maart 1941 in dienst van de PTT met de opdracht een controledienst op te zetten voor de betaling en de inning van de door de bezetter ingestelde verplichte luisterbijdrage. Hij bekleedde die functie tot september 1944. Sinds 1942 nam Broeksz op verzoek van de illegale commissie van politieke partijen o.l.v. Koos Vorrink deel aan besprekingen over het naoorlogse omroepbestel, een opdracht die later door het College van Vertrouwensmannen o.l.v. Willem Drees bevestigd werd. In mei 1944 werd door voormalig leidende figuren van de oude omroeporganisaties de Federatie van Omroepverenigingen opgericht, waarvan Broeksz de eerste voorzitter werd. Hij was een groot voorstander van samenwerking op die terreinen die de identiteit van de omroepen onverlet laten, zoals die van techniek, en de organisatie van koren en orkesten. Hij wilde dit in het naoorlogse bestel bereiken.

Toen na de bevrijding in 1945 eerst het Militair Gezag en daarna het kabinet-Schermerhorn-Drees het werk van de Federatie dreigden onmogelijk te maken door het plan voor een nationale omroep, kwam Broeksz met succes voor de oude rechten van de omroeporganisaties op. In 1946 werd hij bestuurslid van de Stichting Radio Nederland in Overgangstijd. In februari 1947 kwam hij in het bestuur van de Nederlandse Radio Unie (NRU), die door de weer autonoom geworden omroepen was opgericht. Daarmee was een van zijn idealen vervuld. Hij werd in dit college programmacommissaris, belast met de zorg voor de zg. gezamenlijke programma's, de radiokoren en -orkesten en de hoorspelkern. In de Federatie bleef hij een voorname rol spelen, evenals bij de VARA, waar hij als omroepsecretaris het toezicht had op het radioprogramma. In die kwaliteit was hij ook bestuurslid van de Stichting Nederlandse Schoolradio, opgericht door VARA, AVRO en de toenmalige VPRO. Om zijn organisatorische inzichten werd hij ook tot lid van de staatscommissie benoemd die de komst van de televisie voorbereidde. Bij de oprichting van de Nederlandse Televisie Stichting (NTS) door de omroepen kreeg Broeksz vanzelfsprekend ook daar een zetel in het bestuur. Overtuigd als hij was van de culturele taak van de omroep was hij een fel tegenstander van commerciële televisie. Bij de samenvoeging van de NRU en NTS tot Nederlandse Omroep Stichting (NOS) in 1969 werd Broeksz vice-voorzitter van dit instituut. Ook in de internationale omroepwereld genoot hij grote bekendheid. In de in 1950 opgerichte European Broadcasting Union (EBU), waarin de Westeuropese omroepen samenwerken, vertegenwoordigde hij Nederland. In 1954 werd hij in het bestuur gekozen, in 1964 eerst tot vice-president, vervolgens tot president. Na zijn aftreden in 1971 werd Broeksz erevoorzitter.

Al deze functies verhinderden hem niet een belangrijke rol te spelen bij de VARA. In 1966 koos de Verenigingsraad hem tot voorzitter, als opvolger van J.A.W. Burger. Hij bleef dit tot zijn pensioen in 1971. Zijn voorzitterschap werd, zoals ook zijn andere functies, gekenmerkt door een strakke leiding en een streven naar efficiency. Als chef was hij zeer kritisch en bepaald niet gemakkelijk; hij had soms hinderlijke belangstelling voor details en stelde hoge eisen aan het programma, dat vormend moest zijn voor cultuur en goede smaak. Wel stond hij open voor veranderingen en nieuwe ideeën, mits ze in zijn ogen goed gefundeerd waren.

Broeksz was een principieel socialist. Dit bleek niet alleen in zijn omroepwerk, maar ook in de politieke functies die hij jarenlang bekleedde. Zo was hij van 1935 tot 1962 (met onderbreking van de oorlog) lid van de Hilversumse gemeenteraad, eerst voor de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij (SDAP) en na de oorlog voor de Partij van de Arbeid (PVDA). Hij was van 1956 tot 1980 lid van de Eerste Kamer; vanaf 1969 was hij voorzitter van de fractie van de PVDA. Ook in zijn politieke functies toonde hij zich een man met een gedegen kennis van zaken. Hij was een scherpzinnig en slagvaardig debater; hij streed met open vizier, dikwijls geestig en met gevoel voor humor. Als voorstander van 'het vrije woord' respecteerde hij zijn andersdenkende tegenstanders. Hij werd lid van het Europese Parlement, waarin hij van 1971 tot 1979 een zetel had. Om zijn kennis en kunde op het culturele vlak werd hij door diverse organisaties aangezocht als bestuurder. Dit gebeurde door het Holland Festival, de Raad voor de Kunst en het Concertgebouworkest. Broeksz bezat een grote werkkracht en het vermogen ingewikkelde vraagstukken snel te doorzien. Hij was een autoriteit zonder dat hij autoritair was. Onder de vele karakteristieken van zijn persoon is die van 'bouwer van de omroep' wel de meest sprekende. Zijn verdiensten vonden erkenning in koninklijke onderscheidingen.

A: Archief-Broeksz bij de VARA te Hilversum. Herdenkingsprogramma op tv voor de VARA op 20-11-1980 in archief-NOS.

L: Meyer Sluyser, Een klein mannetje met een klein potloodje (Amsterdam, 1965) 110-113; L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog ('s-Gravenhage, 1972) IV, 477-479; D. Verkijk, Radio Hilversum 1940-1945 (Amsterdam, 1974); Hans van den Heuvel, Nationaal of verzuild (Baarn, 1976) passim; G.P. Bakker, 'Broeksz. Bouwer van de omroep', in Vara Gids van 17 en 24 april, 1 en 8 mei 1971; Albert van den Heuvel, in Vara Gids van 29-11 -1980. Verder naast artikelen in dag- en weekbladen o.a.: Het Vrije Volk, 8-1-1954; Het Centrum, 26-3-1965; [interview] in De Gelderlander, 25-1-1969; Accent, 7-11-1970; Het Parool, 28-11-1980, G.P. Bakker, Het hellende vlak (Alphen a/d Rijn [etc.], 1981) passim.

I: Beeldbank van het Nationaal Archief in Den Haag [Collectie ANEFO; Broeksz in mei 1971].

H.W.A. Joosten


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 2 (Den Haag 1985)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013