Castelijns, Johannes Josephus Antonius (1907-1977)

 
English | Nederlands

CASTELIJNS, Johannes Josephus Antonius (1907-1977)

Castelijns, Johannes Josephus Antonius (Jan), regisseur en programmaleider bij de KRO-televisie (Tilburg 23-5-1907 - Hilvarenbeek 23-12-1977). Zoon van Alphonsus Maria Jozeph Castelijns, directeur van een textielfabriek, en Anna Maria Peijnenborg. Gehuwd op 27-8-1943 met Christina Johanna Josephina Helsloot. Uit dit huwelijk werden geen kinderen geboren. afbeelding van Castelijns, Johannes Josephus Antonius

Jan Castelijns volgde de bèta-opleiding aan het Gymnasium Augustinianum in Eindhoven. Na de vervulling van zijn militaire dienstplicht werd hij in 1927 correspondent bij de afdeling Buitenlandse Expeditie van de firma Philips. Het kantoorleven boeide hem niet; het filmwezen trok hem meer. Hij werd in het vak geschoold in de filmstudio's van Cinetone in Amsterdam en van Loet C. Barnstijns 'Filmstad' te 's-Gravenhage. Als produktie-assistent en opnameleider werkte hij onder regisseurs als Max Richter, Max Ophüls en Gerard Rutten mee aan enkele Nederlandse speelfilms uit de jaren dertig, o.a. Komedie om geld. Oranje Hein, Rubber en Merijntje Gijzen. Naast de film had ook de literatuur zijn belangstelling. Hij verzorgde boekbesprekingen in het Eindhovensch Dagblad en als lid van het Genootschap van Nederlandse Vertalers vertaalde hij romans, essays en toneelstukken uit het Engels en Duits. Ook beoefende hij het amateurtoneel. De mobilisatie in 1939 maakte aan die activiteiten een einde. Tijdens de Duitse bezetting wenste Castelijns geen culturele werkzaamheden te verrichten; hij werd directeur van de textielfabriek van zijn vader in Meerveldhoven.

Na de bevrijding van Brabant in het najaar van 1944 trad hij toe tot de Binnenlandse Strijdkrachten werd hij o.m. tolk bij de Aan- en Afvoertroepen van de Geallieerden. De oude aspiraties van vóór de oorlog herleefden echter. Het was dan ook geen wonder dat hij grote belangstelling had voor de televisie-experimenten die de firma Philips, na een onderbreking door de oorlog, in 1948 opnieuw ondernam. Door zijn contacten met F. Philips als sportvlieger lukte het hem opgenomen te worden in de kleine kring van onderzoekers die onder leiding van regisseur Erik de Vries proefuitzendingen verzorgde. Castelijns ontwikkelde zich tot een all-round vakman. Zijn enthousiasme voor het jonge medium, waarvoor hij een grote toekomst zag, uitte zich in vele voorlichtende artikelen in het Eindhovens Dagblad. In 1951 begonnen de omroeporganisaties, die naar het voorbeeld van de Nederlandse Radio Unie de Nederlandse Televisie Stichting (NTS) oprichtten, met de uitzending van televisieprogramma's. Elke omroep kreeg een eigen televisiesectie. Castelijns, die door zijn publikaties de aandacht getrokken had van KRO-directeur P.A.M. Speet, werd aangezocht de televisieafdeling van de Katholieke Radio Omroep op te richten en te leiden.

Op 1 september 1951 aanvaardde hij zijn nieuwe taak. 'Jan Cas', zoals zijn collega's hem in de wandeling noemden, had een bijzondere voorliefde voor artistieke produkties, zoals toneelstukken en concerten. Hij was de eerste televisieregisseur in Nederland die een opera op het scherm bracht. Op 2 januari 1952 zond hij het werk van de Amerikaanse componist van Italiaanse afkomst Gian Carlo Menotti Amahl and the Night Visitors in het Nederlands uit (op 24 december 1951 had in de Verenigde Staten de première plaatsgevonden op de NBC-tele-visie). Zowel de vertaling als het script had hij zelf verzorgd. Het bleek zo'n groot succes dat hij en zijn artiesten door de toenmalige Nord West Deutsche Rundfunk (NWDR) werden uitgenodigd het stuk in het Duits op het scherm te brengen. De uitzending werd door een aantal Duitse zenders overgenomen.

Castelijns heeft het altijd beschouwd als een hoogtepunt in zijn loopbaan. Met de groei van de televisie nam ook bij de KRO het aantal voor het merendeel jonge medewerkers toe. Hij besteedde veel zorg aan hun opleiding en gaf hun alle kansen om zich te ontplooien.

Hoewel Castelijns zich gaandeweg steeds meer moest bezighouden met organisatorische vraagstukken hield hij als programmaleider stevig de vinger aan de pols. Hij was een vriendelijke, rustige chef met gevoel voor humor en een sterk vermogen tot relativeren. Zijn autoriteit werd erkend omdat hij niet autoritair was. Ook in de kring van de collega's uit de andere omroeporganisaties genoot hij om zijn deskundigheid en zijn wijze van optreden groot gezag, al werd hij door sommigen nogal rechtlijnig gevonden. Als er zich moeilijkheden voordeden - en dit gebeurt nog al eens in ons gecompliceerde omroepbestel - dan hielp hem bij de oplossing ervan de lijfspreuk die boven zijn schrijftafel hing: 'Nur die Ruhe kann es machen.' Castelijns volgde de technische ontwikkelingen op de voet. Hij was een tegenstander van commerciële televisie; een studiereis door de Verenigde Staten had hem in die opvatting gesterkt. Al in de jaren zestig waarschuwde hij voor de gevaren die de opkomende sateliettelevisie, ook op het terrein van de commercie, met zich zou brengen.

In 1963 werd hij benoemd tot adjunct-directeur en in die functie adviseur van het KRO-bestuur. Vijf jaar later volgde zijn benoeming als opvolger van J.W. Rengelink tot programmacommissaris van de NTS en lid van de Raad van Beheer (het dagelijks bestuur van de NTS). Hij had lang geaarzeld deze benoeming aan te nemen, omdat hij grote moeilijkheden voorzag. Hij deed het toch, omdat hij het als een uitdaging beschouwde en als een eervolle afsluiting van zijn carrière. Zijn functie betekende dat hij in dienst stond van het samenwerkingsorgaan dat, naast zijn facilitaire taak voor de zendgemachtigden, ook de opdracht had eigen programma's te maken. Castelijns bleef consequent: als programmacommissaris stond hij als het ware boven de partijen. Toen echter bleek dat het beleid van de NTS op programmatisch terrein - vooral wat betreft de rubriek Scala en de zendtijdindeling - niet gedeeld werd door de omroeporganisaties, die meenden dat hun identiteit werd bedreigd, trad hij af. Hij vond dat hij als programmacommissaris onvoldoende het vertrouwen genoot van de omroepcomponenten; aanblijven zou naar zijn opvatting afbreuk doen aan zijn integriteit. Na een jaar -in 1969- was hij terug bij de KRO als adjunct-directeur, een teleurstelling rijker en een illusie armer. Tot aan zijn pensionering in 1972 heeft hij voor de televisiesectie als producer nog enkele programma's voorbereid. Hij keerde terug naar Brabant, waar hij, zolang zijn gezondheid het toeliet, zich nog bezighield met culturele activiteiten in zijn woonplaats Hilvarenbeek. Enige maanden voor zijn overlijden in 1977 ontving hij een koninklijke onderscheiding voor zijn vele verdiensten voor de Nederlandse televisie.

A: Archief-KRO (beleidszaken televisie); documentatiedienst KRO (biografische gegevens); archief-NOS (stukken uit periode programmacommissariaat bij NTS).

P: Verscheidene boekbesprekingen in het Eindhovens Dagblad in de jaren dertig en in de periode van 1948 tot 1951 artikelen over televisie.

L: Behalve 'Van cameraman tot KRO-directielid', in Philips Koerier, 25-1-1964; G.B. Rubinstein, 'Een nieuwe commissaris', in Algemeen Handelsblad, 27-11-1967; 'Nieuwe krachtproef voor J. Castelijns', in De Tijd, 18-11-1967; 'Conflict over Scala en zendtijd. Jan Castelijns neemt ontslag bij NTS', ibidem, 25-1-1969: herdenkingsartikelen o.a. in Het Nieuwsblad van het Zuiden , 24-12-1977 en Studio 51 (1978) 1 (7 t/m 13 januari) 5; Eindhovens Dagblad, 24-12-1977.

I: Katholiek Documentatie Centrum te Nijmegen, Collectie personen: afb. 2a16308 [Foto: archief KRO].

H.W.A. Joosten


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 2 (Den Haag 1985)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013