Diepen, Frederik Jan Leo (1915-1974)

 
English | Nederlands

DIEPEN, Frederik Jan Leo (1915-1974)

Diepen, Frederik Jan Leo (Frits), luchtvaartindustrieel (Tilburg 29-8-1915 - Düsseldorf (Duitsland) 4-7-1974). Zoon van Herman Gustaaf Karel Frederik Diepen, textielfabrikant, en Coleta Maria Anna Josephina Berghegge. Gehuwd op 30-7-1941 met Simone Marie Madeleine Marguerite Josepha Smits. Uit dit huwelijk werden 2 zoons en 3 dochters geboren. Na haar overlijden (13-1-1970) gehuwd op 29-1-1971 met Marie José Wilhelmina Mutsaerts. Uit dit huwelijk werden geen kinderen geboren. afbeelding van Diepen, Frederik Jan Leo

Frits Diepen kwam uit een RK Brabants textielmilieu. Na de lagere school volgde hij van 1929 af het gymnasium om in 1934 zijn diploma-B te behalen. Diepen had een commerciële aanleg en reeds in 1934 richtte hij in Bergen op Zoom de Diepen Ford Garage (DIFOGA NV) op, waarbij hij zich als goed ondernemer en zakenman kon ontpoppen. Daarnaast bleek spoedig zijn grote belangstelling voor de sportvliegerij: hij was een van de oprichters van de Westbrabantse Aero Club op het vliegveld Woensdrecht en ging al in 1935 zelf zweefvliegen. Spoedig daarna volgde, in de buurt van Antwerpen, zijn opleiding tot sportvlieger. Na het behalen van het A-brevet participeerde Frits Diepen in de aanschaf van een sportvliegtuig, dat op Woensdrecht werd gestald. Na het uitbreken van de wereldoorlog voorzag hij dat na de oorlog de zg. kleine luchtvaart (zaken- en sportvliegerij) een sterke ontwikkeling zou gaan doormaken. Met enthousiasme bracht hij in het geheim een groepje vliegtuigbouwers bijeen dat aan het ontwerp en de bouw van de Difoga 421 ging werken, een tweepersoons toestel met twee staartdragers, dat uitgerust zou worden met een Ford-automotor met drukschroef (na de bevrijding zou het afgebouwd en met succes gevlogen worden). Dat dit alles tijdens de bezetting niet zonder moeilijkheden en onderbrekingen kon geschieden bleek intussen o.a. uit het feit dat Diepen zelf in de winter van 1942/1943 korte tijd in de kampen Haren en Amersfoort in gijzeling geraakte.

Na de bevrijding van het zuiden van ons land werd Diepen tot directeur benoemd van het Rijksbureau Materiaal en Wegverkeer, ten behoeve van de regering in Zuid-Nederland. Op 1 december 1945 richtte hij de "Frits Diepen Vliegtuig NV" (FDV.NV) op, die op 1 juli 1946 op het vliegveld Ypenburg werd gevestigd, met als doelstelling de verkoop van vliegtuigen en alle luchtvaartmateriaal, onderhoud en reparatie van vliegtuigen, het vervoeren van passagiers met luchttaxi's en alles wat daarmee verband hield. Frits Diepen gaf opnieuw in dit bedrijf blijk van zijn ondernemingszin met visie en durf. Hij was een opgewekte, optimistische en charmante onderhandelaar, met goede zakelijke inzichten in de luchtvaart, en daarvoor had hij alles over.

Op 1 januari 1949 werd de maatschappij gesplitst in de luchtchartermaatschappij 'Aero Holland' en de revisie-, reparatie- en handelsmaatschappij 'Avio-Diepen NV'. De contacten op initiatief van Diepen met J.E. van Tijen van de Fokkerfabriek liepen uit op een overeenkomst, waarbij FDV.NV zich belastte met de verkoop van alle door Fokker gebouwde kleinere particuliere vliegtuigen (F.25 'Promotor' en later de s.11 'Instructor'), waarvan resp. 20 en 100 in opdracht werden gegeven. Hoewel Diepen met de chartermaatschappij 'Aero Holland' zijn tijd ver vooruit zou blijken te zijn, werden door tegenslag en ook tegenwerking van concurrentie vrezende grotere instellingen als de Koninklijke Luchtvaart-Maatschappij en de Rijksluchtvaartdienst exploitatie en voortzetting onmogelijk gemaakt. Ook bij andere initiatieven ontmoette Diepen tegenwerking. Zo streefde hij ernaar om door uitbreiding van het te kleine vliegveld, Ypenburg tot de luchthaven van Rotterdam te maken, maar hij werd hierin gestuit door het plan-Schieveen, waarbij een vliegveld tot stand zou komen dat dichter bij Rotterdam gelegen was (thans Zestienhoven). Avio-Diepen werd echter een groter succes: zij floreerde en beschikte in 1950 over 168 employé's en 5000 m 2 werkruimte. Na de overname van Ypenburg in 1955 door de Staat der Nederlanden volgden verbetering en uitbreiding, en werden grote aantallen militaire, marine- en civiele vliegtuigen hier gerepareerd en in onderhoud genomen (op 3 mei 1960 werd Ypenburg officieel aangewezen als militair vliegveld).

In het begin van de jaren vijftig heeft Frits Diepen veel bemoeienis gehad met de oprichting en aanloopactiviteiten van Hispano Suiza Nederland NV in Breda. Na het overlijden van Fokkers ir. P.C.J. Vos werd Frits Diepen op 1 maart 1954 in de directie van de NV Koninklijke Nederlandse Vliegtuigenfabriek Fokker als commercieel directeur opgenomen en Avio-Diepen werd onder die naam bij Fokker gevoegd. Met charme en zakelijke flair wierp hij zich geheel op de goede verkoop van Fokkervliegtuigen, waarvoor hij een voortreffelijk verkoopapparaat wist op te bouwen. Het feit dat de F.27 Friendship 's werelds meest verkochte schroefturbinevliegtuig werd, is mede aan Diepens inzet en energie te danken, vaak ten koste van zijn familieleven en privé-belangen. Als groot voorstander van hechtere samenwerking in de lucht- en ruimtevaart droeg hij veel bij aan de totstandkoming van risicodragende buitenlandse participatie in de ontwikkeling en bouw van de F.27 en F.28 (VFW, HFB, Short, Breguet). Vanaf 1954 vertegenwoordige hij Fokker in de Association Internationale des Constructeurs de Matériel Aéronautique (AICMA), nu Association Européenne des Constructeurs de Matériel Aérospatial (AECMA) genaamd, waarvan zijn voorganger Vos te zamen met Georges Héreil van Sud-Aviation de initiatiefnemer was.

In de periode van 1963 tot 1964 trok Diepen zich terug om zich aan zijn opgroeiende kinderen, alsmede aan zijn eigen zakelijke belangen (diverse commissariaten, bestuur Westeinde Ziekenhuis RAPTIM-missionarisvluchten, DIFOGA, Hispano e.a.) te wijden terwijl hij verder als adviseur van Fokker optrad. Op 1 januari 1965 keerde hij in de directie van Fokker terug. In de AICMA/AECMA vervulde hij diverse functies (trésorier in 1966, vice-president in 1968, president van 1970 tot 1972). Na de totstandkoming in 1969 van de fusie met de Westduitse Vereinigte Flugtechnische Werke werd Diepen lid van de Nederlands-Duitse raad van bestuur van de 'Zentralgesellschaft VFW-Fokker GMBH' in Düsseldorf. Met zijn beide Nederlandse collegae, H.C. van Meerten en G.C. Klapwijk, wijdde hij zich aan de moeizame integratie van de Nederlandse en Duitse bedrijven (de fusie zou na zijn overlijden om politieke redenen in januari 1980 ontbonden worden).

Behalve een bekwaam en initiatiefrijk zakenman is Diepen een pionier geweest voor de Nederlandse vliegtuigbouw en de Nederlandse luchtvaart. Al zijn werkzaamheden, eerst ten behoeve van zijn eigen maatschappijen voor de kleine luchtvaart en later vooral voor Fokker, vonden na aanvankelijke tegenwerking op den duur ook veel waardering; hiervan getuigen o.a. zijn talrijke Nederlandse en buitenlandse onderscheidingen.

P: Het vliegveld voor Rotterdam en 's-Gravenhage. [S. l., 1948]; The economic necessity of a European aircraft industry. Aicma-symposium "Aviation and technology in the European economy" (Schiphol, 1967).

L: H.C. van Meerten, in NRC Handelsblad , 5-7 - 1974; 'Frits Diepen ging heen', in Avia 33 (1974) 256; Th. Postma, Fokker bouwer aan de wereldluchtvaart (Bussum, 1979). Eng. vert. [London, 1980].

I: Beeldbank van het Nationaal Archief in Den Haag [Foto: J. Evers; Collectie ANEFO; Diep in juni 1969].

H.A. Somberg


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 2 (Den Haag 1985)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013