Escher, Maurits Cornelis (1898-1972)

 
English | Nederlands

ESCHER, Maurits Cornelis (1898-1972)

Escher, Maurits Cornelis, graficus (Leeuwarden 17-6-1898 - Hilversum 27-3-1972). Zoon van George Arnold Escher, hoofdingenieur-directeur 1e klasse bij het departement van Waterstaat, en Sara Adriana Gleichman. Op 12-6-1924 gehuwd met Giulia Umiker. Uit dit huwelijk werden 3 zoons geboren. afbeelding van Escher, Maurits Cornelis

Escher bracht zijn jeugd grotendeels in Arnhem door, waar het gezin sinds 1903 was gaan wonen. Voor hem was de HBS-tijd een nachtmerrie met als enig lichtpunt de tekenlessen van F.W. van der Haagen. Deze ontdekte en stimuleerde Eschers tekentalent, leerde hem de techniek van de linoleumsnede. Op aanraden van zijn vader volgde Escher in 1919 een architectenopleiding aan de School voor Bouwkunde en Sierende Kunsten te Haarlem. Daar de bouwkunde hem niet lag, maar hij zeer geboeid werd door de lessen in grafische technieken van Samuel Jessurun de Mesquita, die Eschers aanleg voor grafiek onderkende, schakelde Escher over op de grafische opleiding. De Mesquita werd zijn belangrijkste leermeester tot Escher in 1922 de School verliet. Tot De Mesquita in 1944 door de Duitsers naar een concentratiekamp werd weggevoerd - hij kwam daar om het leven - zou Escher met zijn geliefde leermeester in contact blijven.

In 1922 vertrok Escher naar Italië. In 1923 vestigde hij zich in Rome. Van daaruit maakte hij vele studiereizen: naar Zuidoost-Italië, de Abruzzen, naar het zuidwesten, de kust van Amalfi, waar hij in Ravello de Zwitserse Jetta Umiker ontmoette, met wie hij in 1924 trouwde. Escher bezocht ook Calabrië, Sicilië, Corsica en Spanje. De fascistische onvrijheid deed hem in 1934 naar Château d'Oex in Zuid-Zwitserland gaan. In 1936 werden deze reizen afgesloten met een vaart per vrachtboot langs de kust van Italië en ten slotte naar Spanje. In het Alhambra te Granada kopieerde hij uitvoerig de Moorse mozaïeken en die van La Mezquita te Cordoba. Van dan af aan zou Escher tot vaster vestiging dan tevoren komen: eerst in 1937 in Ukkel bij Brussel, van 1941 af voorgoed in Nederland.

In de ontwikkeling van Eschers prentkunst zijn de in Italië ontstane realistische landschappen en gebouwen, met de nadruk op hoogte, verte en diepte, een voorspel op de latere ongerijmdheden die na 1937 het wezen van zijn kunst bepalen. In de vlakvullingsmotieven is er overeenkomst met de gestileerde dierornamenten van Chris Lebeau. In Eschers mens- en dierfiguurtjes blijkt vooral de hoekige stijl van De Mesquita. Escher werkte meest in houtsnede, houtgravure en litho, daar deze technieken, die hij met groot vakmanschap beheerste, door de zwart-witwerking het best geschikt waren voor het verwezenlijken van zijn bedoeling. Deze heeft Escher ook zelf in publikaties onder woorden gebracht. Wat Escher beoogde is nog eens verduidelijkt in schets en afbeelding door Bruno Ernst -leraar wiskunde, die sinds 1965 met Escher uitvoerig over zijn werk sprak - in De toverspiegel van M.C. Escher (1976). Escher beoogde verwondering bij zijn toeschouwers te wekken door middel van misleiding van het oog. Hij suggereerde door het gebruiken van wiskundige vormen in het platte vlak - die voor tweeërlei of meer uitleg vatbaar zijn - ruimte, diepte en hoogte. Men zou Escher een surrealist kunnen noemen, maar dan met ander gebruik van middelen dan bijv. de surrealist Salvador Dali. Deze schilder beeldde ook onmogelijkheden uit in het platte vlak, bijv. Dali tilt als jongen van zes jaar de zeespiegel op (1950). Een dergelijke voorstelling is echter maar voor één uitleg vatbaar. Escher bereikte ongerijmdheden in het platte vlak met wiskundige vormen die bij de toeschouwer een ruimtelijke indruk wekken en toch binnen die ruimte, wanneer zorgvuldig bekeken, in hun onderlinge verhouding en betrekking niet kunnen kloppen. Het oog wordt als het ware gedwongen het spel mee te spelen en die ongerijmdheden te volgen. Aan de totstandkoming van Eschers onbestaanbare werelden gingen zorgvuldig op ruitjespapier uitgemeten tekeningen als voorstudies vooraf.

Van overheersend belang voor het uitbeelden was voor Escher de symmetrie en de regelmatige verdeling van het platte vlak. In zijn studietijd bij De Mesquita was Escher hier al van vervuld. In de jaren twintig werd hij door zijn halfbroer B.G. Escher, professor in de geologie, ingewijd in de geheimen van de kristallografie, met zijn kristallen in de vorm van regelmatige veelvlakken als kubus, achtvlak, enz. In 1936 werd Escher vooral geboeid door geometrische figuren die met aaneengesloten contouren tot in het oneindige een plat vlak kunnen vullen - zoals hij dit zag op de majolicategels van het Alhambra. De gekleurde krijttekeningen van deze Moorse geometrische patronen gebruikte Escher voor zijn eerste ongerijmdheden, waarvan hij, met grote vindingrijkheid, verschillende soorten - vaak met humor uitgebeeld - ontdekte als: 1 Gedaanteverwisselingen of metamorfosen. Kringlopen; 2 Spiegelingen; 3 Suggesties van afstand (hol en bol); 4 Onmogelijke verbindingen; 5 Oneindig-heidsbenaderingen.

Bekende voorbeelden van het onder 3 genoemde zijn de houtgravure Andere wereld (1947): de toeschouwer ziet het beeldvlak, dat uitzicht geeft op een vogel en een maanlandschap, terwijl dat zelfde beeldvlak de vloer vormt waarop men naar de vogel in de hoogte kijkt, maar tevens ook het plafond is, van waaruit men op de vogel in de diepte neerziet; en de litho Hol en bol (1955), waar de schelpvorm onder het midden van de voorstelling óf als een kom in de diepte zakt (hol), óf omhoog komt als een parasol (bol).

In zijn Nederlandse periode - sedert 1941 woonde Escher in Baarn - kwam de roem pas laat. Zijn werk werd allereerst door wis-, natuurkundigen en kristallografen op de juiste waarde geschat. In 1954 tijdens een internationaal congres van mathematici in Amsterdam, tegelijkertijd met een tentoonstelling van zijn werk in het Stedelijk Museum, begon zijn faam ook tot in het buitenland, vooral in de Verenigde Staten, door te dringen. Zijn unieke prenten werden veel in de reclame gebruikt. Zijn laatste levensjaren bracht hij sedert 1970 in het bejaardentehuis voor kunstenaars, de Rosa Spier Stichting te Laren (Nh), door. Erkenning van zijn kunstenaarschap vond uitdrukking in een door de Rijksvoorlichtingsdienst in roulatie gebrachte film over Eschers werk, die ca. 20 minuten duurt en getiteld is Het oog op avontuur (1971). Zijn artistieke en intellectuele invloed bleek verder door te werken in de kunst van Victor Vasarely, Peter Struycken en Ad Dekkers.

A: Vele honderden tekeningen, originele lithostenen en drukblokken zijn sinds 1980 aan Amerika verkocht (Michael Sachs, kunsthandelaar, Chicago). Vrijwel het complete grafische werk in het Gemeentemuseum, 's-Gravenhage.

P: Bibliografie in onderstaande catalogus.

L: M.C. Escher. Overzichtstentoonstelling in het Haags Gemeentemuseum... 8 juni - 21 juli 1968 [Inl. door J.L. Locher et al. Zwolle, 1968] waarin tevens overzicht van publikaties over zijn leven en werk, gehouden lezingen en voornaamste tentoonstellingen. Verder De werelden van M.C. Escher. Het werk van M.C. Escher toegel. door J.L. Locher [et al.] (Amsterdam, 1971; 10e dr. 1980; Engelse uitg. 1e dr. NewYork, 1971; 8e dr. New York, 1981); Bruno Ernst [pseud. van J.A.F. de Rijk], De toverspiegel van M.C. Escher (Amsterdam, 1976); Leven en werk van M.C. Escher. Door P.H. Bool et al. Onder hoofdred. van J.L. Locher (Amsterdam, [1981]). Geïllustreerde catalogus van volledig oeuvre met een selectie van Eschers brieven en geschriften.

I: Leven en werk van M.C. Escher. Door P.H. Bool et al. Onder hoofdred. van J.L. Locher (Amsterdam, [1981]) 30 [Escher in augustus 1924].

B.H. Spaanstra-Polak


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 2 (Den Haag 1985)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013