Gils, Petrus Josephus Maria van (1869-1956)

 
English | Nederlands

GILS, Petrus Josephus Maria van (1869-1956)

Gils, Petrus Josephus Maria van, promotor van het bijzondere onderwijs (Waalwijk 10-1-1869 -Roermond 11-4-1956). Zoon van Jan Baptist Pranciscus van Gils, apotheker, en Clasina Josefina Louisa van Nuenen. afbeelding van Gils, Petrus Josephus Maria van

Jos van Gils werd geboren uit een Brabants geslacht van apothekers en medici; hij was in het gezin van acht kinderen de oudste en enige zoon. Twee jaar volgde hij de Latijnse School te Katwijk, waarna hij het gymnasium voltooide in Rolduc. Reeds op zestienjarige leeftijd was hij wees. Na een studie van vier jaren aan het seminarie te Roermond werd hij in 1893 priester gewijd. Van 1893 tot 1899 studeerde Van Gils klassieke letteren aan de Universiteit van Amsterdam en promoveerde hij er in 1902 op het proefschrift Quaestiones Euhemereae.

Gedurende vijftien jaren was hij leraar te Rolduc. In deze tijd trad hij op als de informele adviseur in onderwijszaken van de bisschop van Roermond en spande hij zich in voor uitbreiding van het RK lager onderwijs in de mijnstreek en voor een lerarenopleiding te Rolduc. H.W.E. Moller haalde hem in het curatorium van de in 1912 opgerichte RK Leergangen met zijn medecurator A.F. Diepen bewerkte hij de verplaatsing in 1913 van deze lerarenopleiding van Amsterdam naar Noord-Brabant. In zijn 'Graag op baantjes'-artikelen in De Tijd in de jaren 1910 en 1911 kwam hij op voor het benoemen van katholieken in velerlei openbare functies. In dezelfde jaren polemiseerde hij met Bonaventura Kruitwagen over de taak van de katholieke boekhandel.

In 1917 werd Van Gils benoemd tot de eerste bisschoppelijke inspecteur van het RK lager onderwijs in het diocees Roermond. Zijn ideaal was de omzetting van alle openbare scholen in Limburg in bijzondere; bijna geheel lukte hem dit in ruim twintig jaren van noeste arbeid tot zijn pensionering in 1939. Voor hem stond het volgen van neutraal onderwijs ongeveer gelijk met geloofsafval. Maar ook buiten Limburg kreeg Van Gils bemoeienis met vooral het hele RK onderwijs 'van de bewaarschool tot en met de universiteit', aldus de titel van een rede door hem uitgesproken op de eerste Nederlandse Katholiekendag in 1919 te Utrecht. Hij werd in 1920 lid en in 1923 voorzitter van de RK Schoolraad in Nederland. In 1923 volgde bovendien zijn benoeming tot lid - en in 1932 tot voorzitter - van de tweede afdeling van de Onderwijsraad. Vanaf 1927 maakte hij deel uit van het curatorium en het dagelijkse bestuur van de Economische Hoogeschool in Tilburg. Verder was hij van 1935 tot 1952 voorzitter van de stichting 'het RK MULO-examen', lid van de commissie van advies van RK School voor Maatschappelijk Werk te Sittard en voorzitter van de St. Josephvereniging te Roermond, die vele bijzondere scholen stichtte, o.a. een RK kweekschool te Venlo. Ondanks de concurrentie tussen Nijmegen en Tilburg was hij tien jaar voorzitter van het comité ter inzameling van gelden voor de St. Radboud-stichting, de eigenaar en financier van de RK Universiteit van Nijmegen. In al deze besturen blonk Van Gils uit door wetskennis, vruchtbare fantasie en doorzettingsvermogen; hij was een meester in het opdiepen van gelden voor het RK onderwijs in al zijn geledingen.

Naast zijn onderwijsbesognes was Van Gils actief op historisch en cultureel terrein. Hij was van mening, dat de vaderlandse geschiedbeoefening verrijkt moest worden met de geschiedenis van het periferisch gebied Limburg en vooral van Rolduc, de instelling met de bekende uitgave van de Annales Rodendes, van het wijdvermaarde onderwijs en in het bezit van een middeleeuwse boekenschat. In 1924 ijverde hij tevergeefs voor behoud van de restanten van de Munsterabdij te Roermond. Hij zorgde mede ervoor dat het archief van het huis Bergh (te 's-Heerenberg) gered werd. Vanaf 1921 was hij bestuurslid en van 1934 tot zijn dood ondervoorzitter van het Limburgs Geschied- en Oudheidkundig Genootschap. Van Gils was geen gespecialiseerd wetenschapsbeoefenaar, wel een geleerd man die zijn kennis kwistig uitdeelde in talrijke vergaderingen van vele genootschappen en deze in tientallen artikelen publiceerde. Hij was van oordeel, dat het tekort aan katholieken in de wetenschap schade deed én aan de wetenschap én aan de RK kerk in Nederland. Daarom gaf hij zelf het voorbeeld en stimuleerde hij de beoefening van de wetenschap door katholieke jongeren, o.a. door het stichten van het Dr. Van Gilsfonds in 1933, dat bijdroeg in de kosten van dissertaties.

Jos van Gils was rolducien in hart en nieren; aan Rolduc, 'le séjour de mon enfance', dankte hij zijn priesterroeping. Hij betreurde zeer de beslissing van de bisschop van Roermond in 1946 waardoor dit onderwijsinstituut van landelijke importantie een besloten internaat werd, uitsluitend bestemd voor de opleiding van de priesters van het eigen diocees. Van Gils spaarde zichzelf niet, noch zijn vermogen. Hij was 'de beste abonné van de NS' op weg naar talrijke vergaderingen en congressen. Tot het eind van zijn leven bleef hij wonderlijk vitaal en actief. Wee hun die zijn vrienden waren: zij moesten tijd en geld besteden aan de 'goede katholieke zaak'. Zijn voornaamste vijanden waren de voorstanders van het openbaar neutraal onderwijs in Limburg, de schoolinspecteur L. baron Michiels van Kessenich en de journalist en literator H.H.J. Maas. In de loop der jaren werden aan Van Gils een zekere pose en uiterlijk vertoon niet vreemd; met zijn bril op zijn voorhoofd pleegde hij in talrijke bijeenkomsten naar voren te treden en lastige vraagjes te stellen. Fr. J. Féron typeerde hem eens als volgt: 'Weet hij iets niet op het gebied van de klassieken, dan zegt hij: ik ben eigenlijk historicus geworden; weet hij iets niet aangaande de geschiedenis, dan is hij leraar klassieke talen.' Maar naast al dit, misschien soms wat gewichtigdoende, optreden bleef Van Gils ook de eenvoudige, vrome priester, die dagelijks de mis opdroeg in het zusterklooster te Roermond, waar hij van 1917 tot zijn dood woonde.

A: Archief-Van Gils in Katholiek Documentatie Centrum te Nijmegen.

P: Behalve zijn reeds genoemde dissertatie: Lijst van geschriften van leden der Vereeniging tot het bevorderen van de beoefening der wetenschap onder de katholieken in Nederland (Leiden , 1922) 113, supplement 1940 ('s-Gravenhage, 1941) 308 en in H.J. Knoors, Mgr dr. P.J.M. van Gils, voorvechter voor R.K. Bijzonder Onderwijs in Limburg [Roermond, 1974]. Scriptie aanwezig in gemeentearchief te Roermond.

L: P. Geurts, Gestalten en gedachten (Amsterdam, 1925) II, 266-272; A. Kessen, 'Mgr.dr. P.J.M. van Gils', in De Maasgouw 63 (1943) 1; 'Miscellanea mgr.dr. P.J.M. van Gils', in Publications de la société historique et archéologique dans le Limbourg 85 (1949) 1-21; F. Sassen, 'Monseigneur van Gils. Zestig jaar priester', in Rolduc's Jaarboek 33 (1953) 75-77; E. van Nispen tot Sevenaer, in Het Gildeboek 37 (1955) 73; G. Panhuysen en J.E. Schulte, in De Maasgouw 75 (1956) 66-75; J.J.M. Timmers, in Nieuws-bulletin van de Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond 6e serie 9 (1956) 254-255; L.C. Michels, in Roeping 32 (1956-1957) 302-309; J.A. Bornewasser, Vijftig jaar Katholieke Leergangen, 1912-1962 (Tilburg, 1962) passim; idem, Katholieke Hogeschool Tilburg (Baarn, [1978- dl.) I, passim.

I: Katholiek Documentatie Centrum te Nijmegen, Collectie personen: afb. 2a19570 [Foto: Universiteitsbibliotheek, KUN].

H. van Nispen tot Pannerden


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 2 (Den Haag 1985)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013