Heek, Jan Herman van (1873-1957)

 
English | Nederlands

HEEK, Jan Herman van (1873-1957)

Heek, Jan Herman van, textielfabrikant, kunst- en natuurbeschermer (Enschede 20-10-1873 - Doetinchem 25-1-1957). Zoon van Gerrit Jan van Heek, textielfabrikant, en Christine Friederike Meier. Gehuwd op 6-6-1913 met Anna van Wulfften Palthe. Uit dit huwelijk werden 3 zoons en 3 dochters geboren.

Van Heek was een van de zoons uit het tweede huwelijk van Gerrit Jan van Heek, die als firmant van Van Heek & Co. toonaangevend was voor de economische en maatschappelijke ontwikkeling van de Enschedese katoenindustrie. Evenals zijn zes broers werd Van Heek firmant van een textielonderneming. Na zijn opleiding in Engeland en een zaken- en kunstreis naar het Verre Oosten werd hij in 1897 met zijn vader firmant van de nieuw opgerichte spinnerij en weverij G.J. van Heek en Zn. (Rigtersbleek), die zich hoofdzakelijk op de export naar koloniale gebieden richtte. Bij de omzetting van de firma in 1935 van een commanditaire vennootschap in een naamloze vennootschap werd hij president-commissaris. Daarnaast vervulde hij commissariaten van een aantal andere vennootschappen, hoofdzakelijk op textielgebied, zoals Van Heek & Co., ter Horst & Co., Boekeloosche Stoombleekerij, Nijma, Palthe en van de Twentsche Bank en de Parijse Banque Jordaan. Van Heek kon van die positie uit een actief beschermer van natuurgebieden en historische monumenten in Twente en Gelderland worden. In zijn jonge jaren, waarin hij reeds geïnteresseerd was voor alles wat met geschiedenis en kunst te maken had, ontwikkelde hij zich tot een verdienstelijk amateur-tekenaar, die later - onder meer tijdens zijn vele buitenlandse reizen - de beschreven ervaringen illustreerde met tekeningen en portretten.

De eerste stap op een lange weg van verzamelen, restaureren en verwerven was in 1912 zijn aankoop van het Huis Bergh te 's-Heerenberg met de daarbij behorende gronden en bossen, waarin hij na een grondige restauratie de schilderijen en andere kunstvoorwerpen onderbracht die hij tijdens zijn reizen of thuis verzamelde. Dit bezit werd in 1946 in een stichting ondergebracht. Verder gaf hij de stoot tot de restauratie van de Doornenburg in de Betuwe en van het kasteel Hernen bij Nijmegen, terwijl hij ook het herstel van een aantal kerken en gebouwen mogelijk maakte en hulp verleende, o.a. aan Natuurmonumenten, bij de aankoop van natuurobjecten.

Bij de opening in 1930 van het Rijksmuseum Twenthe te Enschede werd Van Heek benoemd tot honorair directeur, welke functie hij vervulde tot 1956. Aan deze benoeming was een jarenlange activiteit voorafgegaan als secretaris van de werkcommissie, door de familie Van Heek ingesteld, om de plannen te verwezenlijken van de inmiddels overleden oudste broeder J.B. van Heek om aan de Staat der Nederlanden een kunstmuseum met schilderijenverzameling in Enschede te schenken, hetgeen de vestiging van bovengenoemd museum tot resultaat had.

Vele van de beschermende of behoudende activiteiten van Van Heek vonden hun afsluiting in de oprichting van stichtingen, waartoe hij zelf het initiatief nam dan wel daaraan bemiddelende medewerking verleende. Het resultaat van dit alles was de Stichting Edwina van Heek, waarin hij als erfgenaam het bezit van de weduwe van zijn broer J.B. van Heek onderbracht. De stichting is in het bijzonder actief op cultureel gebied en ondersteunt velerlei activiteiten op dit terrein.

Als blijk van waardering voor deze en andere verdiensten op dat gebied werden hem vele onderscheidingen verleend. Zo werd hem door de Universiteit van Amsterdam, met prof. J.F. Niermeyer als erepromotor, in 1952 een eredoctoraat in de letteren en wijsbegeerte verleend voor - volgens het senaatsbesluit - zijn 'pogingen tot het behoud en herstel van in het bijzonder middeleeuwse monumenten, vooral in het oosten des lands; uitbreiding van het openbaar bezit van belangrijke werken, inzonderheid schilderijen; stimulering van het oudheidkundig en prehistorisch bodemonderzoek en het veilig stellen van belangrijke terreinen wegens hun natuurschoon en geologische of recreatieve waarde'.

Van Heek zag zichzelf als een vertegenwoordiger van een Enschedese fabrikantenfamilie die het aanzienlijke vermogen door voorgangers en hemzelf bijeengebracht wilde besteden ten bate van de gemeenschap door het in stand houden en bevorderen van de in het Saksische land gegroeide cultuur, daarbij geleid door een sterk gevoel van verbondenheid met de Twentse bodem en de wereld van de Gelderse Achterhoek. Deze zichzelf opgelegde taak vervulde hij met een sterke vasthoudendheid en een groot doorzettingsvermogen met patriarchale trekken, die schuil gingen achter een bescheidenheid in optreden zonder dat dit afbreuk deed aan zijn duidelijke wil het gestelde doel te bereiken.

A: Archief-J.H. van Heek op Huis Bergh te 's-Heerenberg

P: Jaarverslagen Rijksmuseum Twenthe van 1932 tot 1955; Herinneringen aan en rondom het Van Heekshuis. [Enschede, 1946]; 'De Doornenburg', in Kasteelen in Gelderland... Met medew. van E. van Nispen tot Sevenaer, J.H. van Heek, A. Staring [et al.] (Arnhem, 1948) 17-27.

L: Feestbundel, aangeboden door het bestuur der Oudheidkamer "Twente" en eenige vrienden aan Jan Herman van Heek ter gelegenheid van zijn zestigsten verjaardag op 20 Oct. 1933. [Enschede, 1936]; De Liemers. Gedenkboek dr. J.H. van Heek, opgedragen bij zijn tachtigste verjaardag 20 Oct. 1953. [Samengest. onder red. van A. Tuineveld] (Didam, ca. 1953]); A.P. van Schilfgaarde, in Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden 1956-1957, 61-67; L.A. Stroink, in Verslagen en mededelingen van de Vereeniging tot beoefening van Overijsselsch regt en geschiedenis 73 (1958) 1-6; M. van Veen, in Overijssel. Jaarboek voor cultuur en historie 12 (1958) 7-12; A.L. Hulshoff, Vijftig jaren Rijksmuseum Twenthe. [Enschede: uitg. Rijksmuseum Twenthe, 1980].

A.L. van Schelven


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 2 (Den Haag 1985)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013