Hemert tot Dingshof, Haro baron van (1879-1972)

 
English | Nederlands

HEMERT TOT DINGSHOF, Haro baron van (1879-1972)

Hemert tot Dingshof, Haro baron van, officier der Mariniers (Assen 12-5-1879 - 's-Gravenhage 16-2-1972). Zoon van Coenraad Jan baron Van Hemert tot Dingshof, landmeter bij het kadaster, en jkvr. Anna Adriana Reinira Henderica van der Wijck. Gehuwd op 4-8-1921 met Kichy Urata. Uit dit huwelijk werden 1 zoon en 3 dochters geboren.

Van Hemert werd, na vier jaar aan het Koninklijk Instituut voor de Marine te Willemsoord te hebben doorgebracht, per 21 september 1900 benoemd tot tweede luitenant der Mariniers. In 1906 maakte hij een expeditie naar Bali mee. Van 5 september 1913 tot 15 maart 1920 was hij, eerst in de rang van eerste luitenant, daarna in die van kapitein, commandant van de Nederlandse gezantschapswacht te Peking. Toen in 1917 de oorlogstoestand intrad tussen China enerzijds, het Duitse Rijk en Oostenrijk-Hongarije anderzijds, viel Van Hemert naast de zorg voor de beveiliging van de Nederlandse legatie te Peking en de verdediging, in geval van alarm, van een deel van het zogenaamde Legation Quarter, ook de verantwoordelijkheid toe voor de bewaking der leegstaande complexen van de Duitse en Oostenrijks-Hongaarse legaties, inclusief de daartoe behorende kazernes en andere gebouwen, alsmede een aantal particuliere objecten in de legatiewijk. Ook kreeg hij toen een belangrijke rol te spelen bij de behartiging der belangen van het door de Chinese autoriteiten geïnterneerde personeel van de Duitse en Oostenrijks-Hongaarse gezantschapswachten, later ook van andere geïnterneerde onderdanen der Centrale mogendheden. Hierbij moesten problemen van allerlei aard worden opgelost en was de kans op internationale verwikkelingen niet denkbeeldig, omdat de Chinese regering geen al te helder idee had van haar rechten en plichten ten opzichte van deze geïnterneerden, terwijl bovendien in het geallieerde kamp te Peking tendensen bestonden zich meester te maken van het vijandelijk eigendom in de legatiewijk (waar de Chinese autoriteiten niet konden optreden). Van Hemert bleek zeer goed tegen deze situatie opgewassen en heeft meermalen persoonlijk leed en materiële schade kunnen voorkomen of beperken. Zijn uitstekende verstandhouding met gezant jhr. F. Beelaerts van Blokland was hierbij een belangrijke positieve factor.

Na deze periode in China bekleedde Van Hemert onder andere de functie van oudst aanwezend officier der Mariniers te Soerabaja. Op 1 mei 1931 verliet hij, in de rang van luitenant-kolonel, met pensioen de Rijkszeedienst. Twee jaar later werd hij echter aangezocht zich te belasten met de organisatie van een bataljon Marinetroepen, te vormen uit 'overcomplete" zeemiliciens die moesten worden voorbereid op een infanteristische taak. Dit onderdeel commandeerde hij tijdens de mobilisatie van 1939 tot 1940 en de daarna volgende strijd tegen de Duitsers, toen het in Zeeland was gelegerd. Omdat hij behoorde tot de reserveofficieren die vóór 1897 waren geboren, kwam hij in 1943 niet in aanmerking om opnieuw in krijgsgevangenschap te worden genomen. Zijn militaire loopbaan werd bekroond door de bevordering, per 10 december 1955, tot generaal-majoor titulair.

Als militair was Van Hemert vóór alles een troupier, een 'vechtsoldaat". Aan zijn onderhebbenden stelde hij hoge eisen. In het algemeen werd hij zeer door hen gerespecteerd om zijn onmiskenbare bekwaamheid, zijn bereidheid om met hen risico's en vermoeienissen te delen en de belangstelling voor hun persoonlijk wel en wee, waarbij het hem niet altijd gelukte die te verbergen achter de pose van houwdegen die hij tot op hoge leeftijd gaarne aannam. Zijn voorbeeld heeft stimulerend gewerkt op vele jongere officieren, onder wie verscheidenen de geschiedenis van het Korps Mariniers geholpen hebben te maken.

Grote energie en een bijzonder organisatietalent demonstreerde hij bij het op de been brengen van het 1ste bataljon Marinetroepen. Omdat van departementale zijde hiervoor weinig belangstelling is getoond, kan men stellen dat het grotendeels zijn werk is geweest dat dit onderdeel in september 1939 behoorlijk geoefend en goed uitgerust was voor zijn taak bij mobilisatie. Dat Van Hemert, ondanks zijn leidersgaven en bekwaamheid, nooit de hoogste functie in het Korps Mariniers heeft bereikt, staat wellicht in verband met zijn huwelijk met een Japanse, die hij in het diplomatieke milieu in Peking had leren kennen. In de naoorlogse periode genoot hij bij het Korps Mariniers bijzondere achting, die onder meer tot uiting kwam in diverse huldigingen.

Naast zijn militaire activiteiten verwierf hij faam als verzamelaar van oosterse kunst, in hoofdzaak Chinese stukken van allerlei aard (o.a. porselein, schilderijen, houtsnijwerk). Zijn collectie omvatte overigens ook goede kunstwerken van Europese herkomst, gedeeltelijk oud familiebezit. Het belangrijkste deel bestond echter uit objecten die hij gekocht had tijdens zijn verblijf te Peking, toen daar voor een verzamelaar bijzondere kansen lagen, onder meer doordat zaken op de markt kwamen die tijdens de Bokseropstand waren ontvreemd en sindsdien door de onwettige bezitters verborgen gehouden.

A: Collectie-Van Hemert in het Algemeen Rijksarchief te 's-Gravenhage. Kleine fotocollectie betreffende de Bali-expeditie van 1906 in het Museum 'Bronbeek" te Arnhem.

L: Ph.M. Bosscher, 'De gezantschapswacht te Peking", in Marineblad 75 (1965) 1145-1198; A.J.M. Middelhoff, 'De geschiedenis van het 1ste Bataljon Marinetroepen", ibidem 79 (1969) 627-642.

Ph.M. Bosscher


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 2 (Den Haag 1985)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013