Hoff, Bert van 't (1900-1979)

 
English | Nederlands

HOFF, Bert van 't (1900-1979)

Hoff, Bert van 't, archivaris (Rotterdam 28-5-1900 - Hardenberg 22-5-1979). Zoon van Lambertus van 't Hoff, arts, en Albertina Wesselina Hennij. Gehuwd op 15-10-1929 met Derkdina Harmsen. Uit dit huwelijk werden 2 dochters geboren. afbeelding van Hoff, Bert van 't

Van 't Hoff verloor zijn vader in 1908, waardoor het gezin Rotterdam verliet en zich te Warnsveld vestigde. Vandaar uit bezocht hij het gymnasium te Zutphen. Hij volgde de B-richting, maar deed aansluitend staatsexamen in de A-richting. Van eind 1918 tot 1924 studeerde hij rechten aan de Universiteit van Amsterdam. Doch de studie bevredigde hem maar ten dele. Evenmin voelde hij zich op zijn plaats bij de verzekeringsmaatschappij De Nederlanden van 1845, waar hij na zijn studie ging werken. Op grond van een diepe historische belangstellling verkoos hij in 1927 als volontair de opleiding tot hoger archiefambtenaar aan het Algemeen Rijksarchief te volgen. In die periode leerde hij zijn aanstaande echtgenote kennen, die terzelfder plaatse de archiefopleiding volgde.

In juni 1928 verwierf Van 't Hoff zijn archiefdiploma. Nog zonder vaste werkkring begon hij op instigatie van N. Japikse met de inventarisatie van het archief van de raadpensionaris Heinsius. De bewerking van dit omvangrijke fonds werd met tussenpozen enerzijds en met hulp van derden anderzijds voortgezet na zijn benoeming tot bibliothecaris van de Stads- of Athenaeumbibliotheek te Deventer (19-2-1929) en tot gemeentearchivaris aldaar (1-2-1930). In september 1939 werd hij samen met G.J. Lugard jr. nog conservator van het stadshistorisch museum De Waag. Ondanks de combinatie van officiële functies, nog verzwaard door tal van bestuurslidmaatschappen, publiceerde Van 't Hoff in zijn Deventer periode (1929-1945) over de geschiedenis van de Hanzestad, zoals de Kroniek der stad Deventer (1939). Daarnaast publiceerde hij op bibliografisch terrein - samen met Lugard jr. - Honderd jaar Overijsselsche geschiedschrijving (1935) én op kartografisch gebied over Jacob van Deventer (1939 en 1941).

Met ingang van 1 januari 1946 werd Van 't Hoff belast met de leiding van de zogenaamde Derde Afdeling van het Algemeen Rijksarchief te 's-Gravenhage. Het rijksarchivariaat over de archieven van het gewest en de provincie Holland (c.q. Zuid-Holland) zou hij waarnemen tot aan zijn pensionering in 1965. Dit archivariaat schiep de mogelijkheid het werk aan het Heinsiusarchief voort te zetten, waarvan de inventaris in 1950 verscheen: Het archief van Anthonie Heinsius (met medew.'van mw.M. W.Jurriaanse). Parallel daarmee verscheen in 1951 de belangrijke bronnenuitgave: The Correspondente 1701-1711 of John Churchill First Duke ofMarlborough and Anthonie Heinsius Grand Pensionary of Holland. Werken Historisch Genootschap 4e serie: 1. Aparte vermelding op archivistisch gebied verdient voorts zijn samen met W.J. Formsma uitgegeven Repertorium van inventarissen van Nederlandse archieven (1947). Ook kon Van 't Hoff intenser beïnvloed worden door het ongeëvenaarde kaartenbezit van het Algemeen Rijksarchief. Tot na zijn pensionering zou hij op kartografisch terrein publiceren, waardoor hij in binnen- en buitenland als een der voornaamste kenners van de geschiedenis van de Nederlandse kartografie beschouwd werd.

Inzonderheid publiceerde hij over Van Deventer, Gerard Mercator, Christiaan Sgroten en Joan Blaeu en hun kaartproduktie. Een grote voorliefde had Van 't Hoff voor de ontwikkeling van de Nederlandse stadsplattegronden, van welke er verschillende door hem met uitgebreide toelichting zijn heruitgegeven. Op dit terrein heeft hij veel pioniersarbeid verricht en belangstelling opgeroepen, onder meer door het houden van lezingen en zijn lessen aan de Rijksarchiefschool. In de Haagse tijd was Van 't Hoff niet minder dan te Deventer actief als bestuurder van tal van verenigingen. Zeer veel aandacht schonk hij aan de mede door hem in 1947 opgerichte Historische Vereniging voor Zuid-Holland onder de zinspreuk 'Vigilate Deo Confidentes'. Pogingen deze vereniging te doen uitgroeien tot een organisatie voor geheel Holland zag Van 't Hoff tot zijn spijt eerst na de beëindiging van zijn bestuurslidmaatschap met succes bekroond. In zijn activiteiten binnen veel verenigingen komt zijn grote behulpzaamheid tot uitdrukking: hij was een bijzonder collegiaal geleerde en een trouw en bescheiden mens. Zoals zijn oude studievriend J. den Tex het terecht opmerkte na zijn overlijden: 'Van 't Hoff was op zijn gebied [te weten de historische kartografie] een groot man en wist dit, vrij van ijdelheid, meesterlijk te verbergen.' (41.)

Een slopende ziekte openbaarde zich enkele jaren voor zijn pensionering. Aanvankelijk belemmerde deze het spreken, nadien ook het publiceren. Veel werk is daardoor in de pen gebleven, doch zijn collectie aantekeningen is behouden.

A: Onuitgegeven manuscripten en aantekeningen betreffende de geschiedenis van de kartografie in de bibliotheek van het Geografisch Instituut van de Rijksuniversiteit Utrecht.

P: Bibliografie samengesteld door J. Fox, in Nederlands Archievenblad 84 (1980) 532-544.

L: J. Fox, in Nederlands Archievenblad 83 (1979) 273-278; C. Koeman, in Kartografisch Tijdschrift 5 (1979) 3 (,) 4-5; J. den Tex, in Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden 1979-1980. Levensberichten 33-41.

I: Nederlands Archievenblad 83 (1979) 273.

B. Woelderink


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 2 (Den Haag 1985)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013