Israels, Isaäc Lazarus (1865-1934)

ISRAELS, Isaäc Lazarus (1865-1934)

Israels, Isaäc Lazarus, schilder (Amsterdam 3-2-1865 - 's-Gravenhage 7-10-1934). Zoon van Jozef Israels, schilder, en Aleida Schaap. afbeelding van Israels, Isaäc Lazarus

Isaäc Israels kwam uit een Amsterdams orthodox-joods milieu, met een grote voorliefde voor schilderkunst en literatuur. In 1871 verhuisde hij met het gezin naar 's-Gravenhage, waar hij tot zijn dertiende jaar op school was. Isaäc oefende zich daarna zowel in het lezen en spreken van een aantal talen, gestimuleerd door de vele familiereizen, als in het tekenen en schilderen. Wat betreft het laatste kreeg hij enig onderricht van zijn vader en bezocht hij een korte periode (1878-1880) de Haagse academie, waar hij contact kreeg met o.a. Bauer en Dijsselhof. Hij kreeg al snel bekendheid met zijn portretten en militaire onderwerpen in de min of meer gedetailleerde impressionistische stijl van die tijd, die aansloot bij de schildersstijl van zijn vader. In 1882 verwierf zijn De begrafenis van de Jager een eervolle vermelding in de Parijse Salon en een gunstige kritiek in Le Figaro. Ook in eigen land behaalde hij in 1883 op de Internationale tentoonstelling in Amsterdam een hoge onderscheiding. Toch wist Israels, hoewel zijn kansen voor het grijpen lagen, hieruit onvoldoende munt te slaan. Tegen de zin van zijn ouders verhuisde hij in 1887 van Den Haag naar Amsterdam, waar hij al een jaar lessen gevolgd had aan de Rijksakademie van Beeldende Kunsten. Isaäc wilde niet voortgaan in het spoor van zijn beroemde vader, maar had als doel een eigen stijl te zoeken: het vastleggen van een impressie; hij probeerde schetsmatig een moment uit het volle leven te grijpen en hiervan een samenvattende karakteristiek te geven. Het ging hem niet om gedetailleerde afwerking, maar het onderwerp bleef het belangrijkst. Dit in tegenstelling tot de Franse impressionisten, bij wie het vooral ging om een ver uitgewerkt licht-, zon- en kleureffect. Met deze stijl behoorde hij tot de zg. Amsterdamse impressionisten, van wie Breitner de belangrijkste vertegenwoordiger was. Isaacs werk toont duidelijk verwantschap met dat van Breitner, met wie hij een tijdlang in het hetzelfde huis een atelier had. Andere voor hem invloedrijke tijdgenoten zijn de Franse schilders Manet, De Toulouse-Lautrec en Degas en de Duits-joodse schilder Max Liebermann, die veel contact had met de familie Israels.

Tijdens zijn beginperiode in Amsterdam kwam Isaäc aanvankelijk tot weinig resultaat, hetgeen vooral zijn moeder zorgen baarde. Hij werd opgenomen in de kring van Tachtigers en had vriendschappelijke omgang met de letterkundige Frederik van Eeden en sloot hechte vriendschap met de schrijver Frans Erens. Met de laatste zwierf hij "s avonds en "s nachts door Amsterdam, waar zij kroegen en danshuizen bezochten. Hier ontdekten ze nieuwe onderwerpen voor hun werk. Ook Amsterdamse vrouwen en meisjes en stadsgezichten met figuren vormden in deze periode belangrijke studies voor Isaacs schilderijen. Zijn mogelijkheden werden groter toen hij in 1894 toestemming van de burgemeester van Amsterdam kreeg om buiten te gaan schilderen. Het atelier maakte plaats voor de straat: een reeks stadsbeelden dateert uit deze periode. Van 1894 tot 1902 werkte Isaäc 's zomers veel in Scheveningen, waar hij samen met zijn vader een gehuurd huis bewoonde en vooral strandscènes schilderde. Hij benaderde in deze periode zijn oorspronkelijk in 1877 aan Thérèse Schwartze geformuleerde doelstelling, om bij voorkeur in en naar de natuur te werken. Zijn stijl wijzigde zich daarna niet ingrijpend meer. Ca. 1900 kreeg hij dank zij Thérèse een introductie bij het Amsterdamse modemagazijn Hirsch, waar hij naaisters, mannequins en pasdames schilderde. Ook tijdens regelmatig terugkerende bezoeken aan Parijs in de periode van 1903 tot 1913 leverden de grote modemagazijnen hem talrijke onderwerpen. Daarnaast schilderde Israels veel vrouwen- en meisjesfiguren op straat, taferelen in het Bois de Boulogne en scènes uit het café- en theaterleven. In veel van deze werken gebruikte hij pastel- of aquareltechniek. Het is opmerkelijk dat zijn werk in Frankrijk weinig waardering vond, terwijl het naar Hollandse begrippen erg 'Frans' aandeed.

Van 1913 tot 1915 verbleef hij, evenals in Parijs, met tussenpozen in Londen. Door de oorlog mocht hij daar niet buitenshuis werken. Isaäc maakte vooral veel schilderijen van paardrijders in Hyde Park, maar ook van boksers en ballerina's. Daarna volgde een verblijf in Zwitserland, waarna hij zich weer in Nederland vestigde en afwisselend in Den Haag, Amsterdam en Scheveningen verbleef. In 1921/1922 maakte hij een reis naar Indië en bezocht Solo, Batavia en Bali. Op Bali schilderde hij veel vrouwenfiguren. Ook werkte Israels als portretschilder aan het hof van de Mangkoenegara en in de kraton van de Soenan.

Na terugkeer uit Indië vestigde hij zich definitief in het huis van zijn overleden ouders aan de Koninginnegracht 2 in Den Haag. Hij zou hier - afgezien van een aantal korte reizen - blijven wonen tot zijn overlijden aan de gevolgen van een aanrijding. In deze laatste Haagse tijd verwierf hij in Nederland veel erkenning: een groot aantal portretopdrachten volgden. Ook hield hij zich nog altijd bezig met onderwerpen als circus, café"s, cabaret en toneel. In 1928 won hij een Olympiade Kunstprijs voor zijn werk Ruiter met de rode jas. Van zijn werk werden zeer regelmatig tentoonstellingen georganiseerd bij kunsthandels en kunstgenootschappen.

Het omvangrijke oeuvre van Isaäc Israels (3000-4000 schilderijen en duizenden tekeningen, aquarels en pastels) kan min of meer als op zich zelf staand beschouwd worden. Nieuwe stromingen in de schilderkunst beïnvloedden hem niet meer, hij hield vast aan zijn eigen eenmaal verworven stijl. Van zijn kant was er ook geen sprake van vernieuwende invloed, en men kan dan ook geen duidelijke volgelingen aanwijzen. Hij heeft ook nooit zijn ideeën over kunst gepubliceerd.

Zijn vriend Frans Erens karakteriseert Isaäc als een goed en rechtschapen mens, die niemand leed kon aandoen, niet van vormelijkheid en conventies hield en altijd op zoek was naar het 'echte' in alles. Hij leefde sober en teruggetrokken - was snel te kwetsen; hij was jood en klein van stuk - en dikwijls moeilijk te doorgronden voor familie en vrienden. Hij maakte daardoor een gereserveerde indruk.

A: Brieven van en aan Israels in Koninklijke Bibliotheek en Gemeentearchief te 's-Gravenhage.

P: Chronologische lijst van voornaamste werken en afbeeldingen in Anna Wagner, Isaac Israels, 53-59.

L: G.H. Marius, 'Isaac Israels', in Onze Kunst 15 (1916) 141-162; F. Erens, Vervlogen jaren. Vervolledigd uitg. en van aant. voorz. door Harry G.M. Prick. Met een inl. van A. van Duinkerken (Zwolle, 1958); A. Wagner, 'Isaac Israels 1865-1934', in Mededelingen van het Gemeentemuseum Den Haag 14 (1959) 1-44; J.H. Reisel, Isaac Israels. Portret van een Hollandse impressionist (Amsterdam, 1967); Anna Wagner, Isaac Israels (Rotterdam, [1967]; Die Haager Schule. Holländische Maler vor hundert Jahren. Ausstellung Rheinisches Landesmuseum Bonn 18.2. - 3.4.1972, Hamburger Kunsthalle 20.4.-4.6.1972. [Einl. und Katalog von Anna Wagner...]. (Düsseldorf, 1972); Anna Wagner, 143 maal Isaac Israels [Catalogus tentoonstelling. Het Zeister Slot, Zeist, 20 apr. - 5 aug. 1974. Zeist, 1974]; Isaac Israels 1865-1934. [Tentoonstelling] kunsthandel Ivo Bouwman. 13 sept. 1980 - 13 okt. 1980. [Met een inl. van Anna Wagner.]

I: Saskia de Bodt [e.a.], Isaac Israels. Hollands impressionist. Onder red van Tessa Baars en Wim Pijbes (Rotterdam 1999) 6 [Portret: Joseph Jessurun de Mesquita, ca 1890].

Mw. M. van Delft


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 2 (Den Haag 1985)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013