Jordaan, Leendert Jurriaan (1885-1980)

 
English | Nederlands

JORDAAN, Leendert Jurriaan (1885-1980)

Jordaan, Leendert Jurriaan (Leo), politiek tekenaar en filmcriticus (Amsterdam 30-12-1885 - Zelhem 21-4-1980). Zoon van Leendert Jurriaan Jordaan, smid, en Anna Christina Cornelia Wallbrink. Gehuwd op 4-8-1925 met Johanna Theodora Visser. Na haar overlijden op 16-8-1945 gehuwd op 4-2-1948 met Maria Johanna Antoinetta Everts. Uit beide huwelijken werden geen kinderen geboren. afbeelding van Jordaan, Leendert Jurriaan

Jordaan (klemtoon op eerste lettergreep) bezocht de Gemeentelijke Kweekschool voor Onderwijzers in Amsterdam, maar brak die studie in 1901 af om lessen te volgen aan de Rijksacademie van Beeldende Kunsten aldaar, waar hij geschoold werd door o.a. de hoogleraren A. Allebé (directeur), N. van der Waay (schilderklas),jhr. J. Six (kunstgeschiedenis) en C.L. Dake (tekenkunst). De aandacht van de mentor Dake werd getrokken door een karikatuur die Jordaan getekend had van een medeleerling. Hij droeg ertoe bij dat tekenwerk van de 17-jarige in het tijdschrift Eigen Haard verscheen. Al snel daarna is Jordaan zijn specialisatie begonnen: de politieke prent. Hij ging tekenen in het Rotterdamse politiek-literaire spotblad De Ware Jacob (1904-1910), in De Nederlandsche Spectator (1907-1908), in De Wereld (1911-1913) en als opvolger van Albert Hahn in De Notenkraker (1909-1927), zoals van 1907 af het zondagsblad van Het Volk heette.

Een merkwaardige gebeurtenis zou grote invloed op zijn carrière hebben. In september 1911 was oud-minister Abraham Kuyper aan een van de openbare weg af zichtbaar raam van een Brussels hotel naakt te zien geweest en daarvoor zelfs in tijdelijke hechtenis genomen. Jordaan maakte er op verzoek van Het Leven een blok van zes satirieke tekeningen over, die het voor een groter publiek bestemd geïllustreerd weekblad onder leiding van Carl Corvey alias Frans van Erlevoort, terstond publiceerde. Ze sloegen zo in dat de oplage van het nummer herdrukt moest worden en Jordaan met ingang van 1-10-1911 als vast tekenaar aangesteld werd. De populaire zesdelige strip ('Het Leven in Caricatuur') is vervolgens tot 1940 wekelijks verschenen met een onderbreking toen de maker als militair gemobiliseerd was. Tijdens de mobilisatie verschenen wel zijn ongezouten commentaren in geschrifte op het militaire leven in het blad van Corvey.

Wanneer in 1918 Albert Hahn overlijdt gaat Jordaan ook de politieke prenten voor het blad tekenen. Verder schrijft hij er ook in, zoals in 1922 de reportage 'Met 't pierement op stap'. Hij gaat nu ook tekenen voor De Groene Amsterdammer en is er van 1928 tot 1936 een der redacteuren van. Wanneer Johan Braakensiek in 1931 zijn werk bij het weekblad na 50 jaar beëindigt, wordt Jordaan zijn opvolger als hoofdtekenaar. In de jaren dertig attaqueert hij in zijn tekeningen met grote felheid het Hitlerbewind. Zijn laatste frontpaginaplaat verschijnt op het nummer van 11-5-1940 (Willem de Zwijger met ervoor de kop van een gehelmde Duitser en eronder; Ons Schildt ende Betrouwen!). Tot en met 12-10-1940 (de laatste aflevering) tekent hij binnen in het blad. Met de opheffing van dit periodiek op bevel van de bezetter moet Jordaan zijn karikaturistische tekenkunst verder zoveel mogelijk binnenshuis uitleven, al maakte hij nog wel spotprenten voor het Maandblad tegen de kwakzalverij. Zijn, vooral in het laatste bezettingsjaar, gemaakte anti-Duitse tekeningen zouden na de bevrijding in een herinneringsalbum worden uitgegeven. Op 16-6-1945 is hij weer present in de eerste naoorlogse De Groene. Hij gaat dan als politiek tekenaar ook zijn medewerking verlenen aan het dagblad Het Parool en het weekblad Vrij Nederland. In 1961 (wanneer hij 75 geworden is) legt hij zijn werk als karikaturist neer. Heel zijn stijl van tekenen kende door de jaren heen geen duidelijke ontwikkeling of verandering. Al zijn prenten waren als werkstukken van Jordaan gemakkelijk herkenbaar: een sterk grafisch aangezette zwarte lijn, nadruk op menselijke figuren met gewoonlijk naar het oubollige neigende karikaturale gezichten en houdingen en met een steeds allegorisch gemakkelijk begrijpelijke bedoeling, die weinig toelichtende tekst noodzakelijk maakte.

Grotere bekendheid nog dan als spotprententekenaar zou Jordaan ondertussen verwerven als filmcriticus. De hele ontwikkeling van het nieuwe medium film heeft hij bewust meegemaakt. In zijn beschouwingen van 1958 50 jaar bioscoopfauteuil (p. 6 en 14) herinnert Jordaan zich nog hoe hij voor het eerst met zijn vader en grootvader naar Carré ging en daar het cinemafotografisch wonder 'Een Boeren-commando op marsch' zag. Spoedig was hij een trouw bezoeker van een bioscoopje in de Damstraat om na 1910 zich steeds intenser met de film bezig te houden. Vooral voor de esthetische kant van de film toonde Jordaan toenemende belangstelling en deze zou hij blijven verdedigen tegenover een meerderheid van bioscoopbezoekers die slechts vermaak zocht.

Zijn filmkritiek begon in Het Leven. Hoewel ongesigneerd zijn beschouwingen als 'De Keur-bioscoop' (9-7-1912), 'Een bioscopische gebeurtenis' (11-3-1913) en 'Over de film, en hoe ze wordt opgenomen' (7-6-1921) ongetwijfeld van hem. Hij was daarmee de eerste serieuze filmjournalist in ons land. Op 29-9-1923 begon hij in het blad de rubriek Bioscopy, die hij na Corveys dood (mei 1924) in De Groene Amsterdammer voortzette. Sindsdien heeft hij tot 1961 zijn geloof in de film als kunst op vele manieren gestalte gegeven. Dit kwam tot uitdrukking in De Groene, in de Nederlandsche Filmliga, die hij in 1927 (samen met o.a. Menno ter Braak en Henrik Scholte) oprichtte, in bladen als de Haagsche Post en later Vrij Nederland, in Elsevier's Geïllustreerd Maandschrift, in lezingen voor Volksuniversiteiten, kunstkringen en de Maatschappij tot Nut van het Algemeen en in causerieën voor de radio. De langdurige periode waarin hij voor de radio over films sprak begon op 18-9-1930 met een cursus over Film en Filmkunst voor de Radio Volksuniversiteit. Van 1931 tot 1961 (met een onderbreking in de bezettingsjaren) hield hij zijn wekelijks Filmpraatje voor de AVRO-microfoon. In 1957 ontving de deken der Nederlandse filmjournalistiek van de Rotterdamse Kunststichting de Pierre Bayleprijs 'wegens zijn werk van vele jaren op het gebied van de filmkritiek'.

Onbekend voor een groter publiek bleef Jordaan als musicus. Al jong had hij vioolles gekregen, een studie die hij op de kweekschool voortzette. Hij ging in een kwartet voor vier violen spelen, en toen de vier jonge musici aan een echt strijkkwartet gingen denken, nam hij de violencel als instrument voor zijn rekening. Later speelde hij in bioscoopensembles bij stomme films en twee seizoenen in een theaterorkest bij Shakespeare-voorstellingen van Willem Rooyaards. Daarna heeft hij nog slechts in huiselijke kring met zowel amateurs als beroepsmusici in verschillende kwartetten gespeeld, in de Tweede Wereldoorlog zelfs met Louis Zimmermann, de concertmeester van het Concertgebouworkest.

Jordaan was een veelzijdig man met grote gaven. Een gerenommeerd tekenaar, een uitstekend journalist en een markant spreker. Hij was een beminnelijk man, althans voor wie hij in zijn leven en woning toeliet, en dat waren er slechts weinigen. Hij had een sterke neiging zich af te sluiten. Hij had voor veel contacten ook te weinig tijd. Dat wekelijks 'de plaat', het artikel en de radiocauserie gereed dienden te zijn en dat hij wat de films betreft vaak naar persvoorstellingen moest, dat alles maakte een werktucht noodzakelijk, en als hij dan klaar was genoot hij van zijn huiselijk leven of zocht hij ontspanning in zijn geliefde kwartetspel. De laatste negentien jaar van zijn leven heeft hij teruggetrokken in Zelhem, ver van Amsterdam, gewoond, nog slechts een enkele maal iets schrijvend, zoals de herinneringen 'Omzien zonder wrok', die van 1961 tot 1965 in Het Parool verschenen.

A: Het archief-L.J. Jordaan bevindt zich in het Nederlands Filmmuseum in Amsterdam. In de Atlas van Stolk in Rotterdam zijn ruim 2000 tekeningen, terwijl tekeningen opgenomen in De Wereld (1911-1913) zich in het Nederlands Persmuseum in Amsterdam bevinden.

P: Dertig jaar film (Rotterdam, 1932); 'Zes jaar te wapen! Een geschreven film der filmliga-beweging in Nederland (1927-1933)', in Filmliga 6 (1933) 243-256, 277-288, 311-318; De film en haar mogelijkheden (Amsterdam, 1935); ' "De plaat" en hoe zij ontstaat', in De Groene Amsterdammer, 19-12-1936; Nachtmerrie over Nederland (Amsterdam: De Groene Amsterdammer, 1945); 100 jaar spotprent (Amsterdam, 1958. [A.O.-reeks]; 50 jaar bioscoopfauteuil (Amsterdam, 1958); 'Omzien zonder wrok', in Het Parool, 20-12-1961; 3-2-1962, 3-3-1962, 1-6-1962, 5-10-1962; 22-3-1963, 10-5-1963, 29-6-1963, 21-11-1963; 16-5-1964; 2-1-1965 en 27-12-1965; inleiding bij Leonard de Vries, Uit Het Leven gegrepen (Bussum, [1978]).

L: E. Polak, 'Jordaan 70', in Vrij Nederland, 17-12-1955; A. van Domburg, C. Boost en Jan Spierdijk, 'L.J. Jordaan 70 jaar. 25 jaar radiospreker', in de Radiobode, 1-1-1956; A. van Domburg, 'Compliment voor Jordaan', in Vrij Nederland, 6-7-1957; A. Koolhaas, 'L.J. Jordaan vijfenzeventig jaar', in Vrij Nederland, 31 -12-1960; Johan Winkler, 'L.J. Jordaan: "instelling" op gebied van film en politiek', in Het Parool, 22-8-1961; Rob du Méé, 'De filmcriticus L.J. Jordaan', in Vrij Nederland, 28-8-1965; C. Boost, 'L.J. Jordaan 80 jaar', in De Groene Amsterdammer, 1-1-1966; Johan Winkler en Jan van Herpen, 'L.J. Jordaan dwong groot respect af, in Het Parool, 25-4-1980; Ch. Boost, 'Leo Jordaan integer criticus en tekenaar', in N RC Handelsblad, 26-4-1980; idem, 'Bij de dood van Leo Jordaan', in De Groene Amsterdammer, 1-5-1980; Bibeb met... (Amsterdam, 1980) 152-161; Filmliga 1927-1931. Met een inl. van Jan Heijs. Fotomech. herdr. van het tijdschrift Filmliga jrg. 1-3 (Nijmegen, 1982) passim.

I: Beeldbank van het Nationaal Archief in Den Haag [Foto: Theo van Haren Noman; Collectie ANEFO; Leo Jordaan in december 1945].

J.J. van Herpen


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 2 (Den Haag 1985)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013