Langen, Willem Jan de (1892-1959)

 
English | Nederlands

LANGEN, Willem Jan de (1892-1959)

Langen, Willem Jan de, belastingdeskundige en jurist (Groningen 10-3-1892 - Leiden 7-12-1959). Zoon van Hendrik de Langen, stoffenverver, en Jantje Wolters. Gehuwd op 2-10-1919 met Catharina van der Sande. Uit dit huwelijk werden 5 dochters geboren.

De Langen doorliep de HBS te Groningen, deed daarna staatsexamen gymnasium-B en volgde de opleiding voor de belastingdienst. Op 6 april 1914 werd hij benoemd tot surnumerair der directe belastingen, invoerrechten en accijnzen en geplaatst ter inspectie te Amsterdam. Later was hij o.m. werkzaam bij de inspectie te Hellevoetsluis. In 1917 volgde zijn benoeming tot inspecteur bij de gemeentebelastingen te Amsterdam, welke functie hij uitoefende tot 1921, in welk jaar hij voor de Maatschap Loyens en Volkmaars beroepshalve naar Nederlands-Indië ging. In 1926 keerde hij naar Nederland terug om zich op 1 mei 1927 te 's-Gravenhage te vestigen, waar hij tot 1950 als belastingconsulent genoemde maatschap leidde.

Ofschoon hij een man van de praktijk was, had de wetenschap evenzeer zijn belangstelling. In 1930 werd hem de gouden medaille toegekend voor zijn inzending op een prijsvraag - een economische studie op mathematische grondslag t.a.v. de bepaling van de ruilwaarde - uitgeschreven door het Legatum Stolpianium te Leiden. Hij volgde P.J.A. Adriani op als hoogleraar in het belastingrecht te Amsterdam, en sprak op 15 mei 1950 zijn inaugurele rede Grondbeginselen van ons belastingstelsel (Alphen a/d Rijn, 1950) uit. Zijn levenswerk was De grondbeginselen van het Nederlandse belastingrecht (Alphen a/d Rijn, 1954-1958. 2 dl.). Het viel hem moeilijk het werk als voltooid te beschouwen, daar hij steeds naar de uiterste perfectie streefde. De erin vervatte interpretatietheorie heeft de aandacht getrokken van de gehele juridische wereld.

De Langen was een gedisciplineerd denker, die ingewikkelde problemen eenvoudig wist weer te geven. Zijn belangstelling voor de ethiek vindt men in zijn werk terug; hij heeft het belastingrecht er een nieuwe dimensie door gegeven. Bovendien heeft hij vanuit een onderdeel van het recht de algemene rechtsbeginselen weten te bevruchten.

Ook was De Langen een bescheiden man, die zijn geëmotioneerdheid achter een grote gespannenheid verborg. Zijn belangstelling voor de mens was ongemeen groot, zijn werklust evenzeer. Door zijn onverwachte dood kon hij Het abc van het belastingrecht, een inleidend boek ten behoeve van zijn studenten, niet afmaken (voltooid door J. van Soest en D. Brüll. Alphen a/d Rijn, 1961). Het preadvies dat hij kort voor zijn dood schreef en in december 1959 te zamen met R.A.V. baron Van Haersolte had moeten uitbrengen voor de Vereniging voor wijsbegeerte des rechts De bruikbaarheid van de zogenoemde empirisch-analytische methode voor de rechtswetenschap, werd een jaar later verdedigd door D. Wiersma en B. Schendstok.

P: Behalve de bovengenoemde werken, artikelen o.m. in De Economist (1921) en in Maandblad voor Accountancy en Bedrijfshuishoudkunde (1938). Verder Enkele opmerkingen over de controle- en repressiemiddelen van de fiscus. Praeadvies voor de Veree-niging voor Belastingwetenschap: 48 (Purmerend, 1939); Inleiding tot het balanslezen (Alphen aan den Rijn, 1952); vele dr.).

L: J. Hollander, in Weekblad voor Fiscaal Recht 5 (1959) 4483 (19 december) 1041; J. van der Poel, ibidem, 1043; P.J.A. Adriani, in Weekblad voor privaatrecht, notaris-ambt en registratie 91 (1960) 4613 (16 januari) 28-29; A. Pitlo, in Amsterdamsche Studenten-Almanak 131(1961)237-239.

W.M. Peletier


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 2 (Den Haag 1985)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013