Loon, Hendrik Willem van (1882-1944)

 
English | Nederlands

LOON, Hendrik Willem van (1882-1944)

Loon, Hendrik Willem van, historicus en publicist (Rotterdam 14-1-1882 - Old Greenwich (Connecticut, Verenigde Staten) 11-3-1944). Zoon van Hendrik Willem van Loon, juwelier, rentenier, en Elisabeth Johanna Hanken. Gehuwd op 18-6-1906 met Eliza Ingersoll Bowditeh. Uit dit huwelijk werden 2 zoons geboren. Na echtscheiding (juni 1920) gehuwd op 3-8-1920 met Eliza Helen Criswell. Na echtscheiding (13-9-1927) gehuwd op 11-10-1927 met Frances Goodrich Ames, actrice. Na echtscheiding (23-10-1929) opnieuw gehuwd ca. 1929 met Eliza Helen Criswell. Uit de laatste 3 huwelijken werden geen kinderen geboren. Omstreeks januari 1919 verkreeg hij het Amerikaanse staatsburgerschap. afbeelding van Loon, Hendrik Willem van

Van Loon had een onbezorgde jeugd kunnen hebben, gelet op de materiële omstandigheden waaronder hij te Rotterdam en 's-Gravenhage opgroeide, ware het niet dat de relatie met zijn vader veel te wensen overliet. De moeilijkheden daaruit voortvloeiend zouden hem zijn leven lang parten spelen. Hij was immer zelf de eerste om daar op te wijzen. Zijn gymnasiumtijd bracht hij door op verscheidene scholen, als laatste het internaat Noorthey in Voorschoten. Na de dood van zijn moeder (1900) wilde hij zo snel mogelijk naar het buitenland. De journalistiek trok hem aan. Dank zij connecties kwam hij terecht op de Cornell University te Ithaca (N.Y.) in de Verenigde Staten. Hij studeerde er van 1902 tot het behalen van de graad van Bachelor of Arts in de zomer van 1905, maakte zich het Amerikaanse idioom eigen en zocht troost in het vioolspel om zijn aanpassingsproblemen te vergeten.

In dienst getreden van Associated Press vertrok hij met zijn jonge vrouw - telg van een vooraanstaande familie uit Boston - naar Moskou; kort erna kreeg hij Warschau en vervolgens St. Petersburg als standplaats. Hij volgde de actualiteit op de voet, maar besloot in 1907 zich verder te bekwamen in de geschiedenis. De financiële middelen van zijn echtgenote plus de erfenis van zijn moeder maakten zulks mogelijk. Hij koos de universiteit van München uit, waar hij vier jaar later zijn studie afrondde met een these die hij zou bewerken tot The fall of the Dutch republic (Boston, 1913).

Van Loon keerde in 1911 terug naar de Verenigde Staten en deed enig journalistiek werk voor bladen als de Nation en de New Republic, maar echt vrede had hij er niet mee. Hij meende geschikt te zijn voor het onderwijs. Pogingen om op Harvard aan de slag te komen mislukten. In 1915/1916 doceerde hij geschiedenis aan de Cornell University. Zijn contract werd echter niet verlengd, omdat de autoriteiten hem niet degelijk genoeg achtten. Inderdaad was zijn methode van lesgeven weinig conventioneel: hij tekende liever op het bord dan dat hij de verplichte stof behandelde. Van Loon raakte ten prooi aan hypochondrie. Zijn huwelijk stond onder spanning, terwijl zijn boeken over de Nederlandse geschiedenis, in journalistieke stijl geschreven, heel weinig weerklank vonden. Op verzoek van zijn uitgever, Horace Liveright, begon hij in 1920 aan een boek dat op het succesrijke The outline of history (Londen, [1920]. 2 dl.) van H.G. Wells moest lijken. Het werd The story of mankind (New York, 1921), door hemzelf met tekeningen verlucht. Dat boek bevredigde de soms naïeve, veelal haastige drang naar kennis in de Verenigde Staten, beleefde tientallen herdrukken en zou de auteur aanzienlijke revenuen opleveren. Een hele generatie Amerikanen leerde iets van de geschiedenis kennen aan de hand van Van Loon, die inmiddels het Amerikaanse staatsburgerschap had verworven. In snel tempo liet hij een aantal andere populair-wetenschappelijke werken, bijv. over geografie en kunsthistorie, kinderboeken en biografieën het licht zien. Hoewel ze geen van alle de oplage evenaarden van The story..., bereikten ze een groot publiek in de Verenigde Staten en, vertaald, daarbuiten. In literaire kringen te New York werd Van Loon een geziene verschijning. Zowel Charles A. Beard als Henry L. Mencken prezen hem. Overal in Amerika hield Van Loon spreekbeurten, tijdens welke hij zich ontpopte tot een perfecte 'performer', die menigeen verbaasde met zijn schier universele kennis. Ook over de National Broadcasting Corporation was zijn stem te horen. De pers volgde zijn doen en laten met belangstelling, zelfs zijn nogal verwarrend huwelijksleven haalde de krant. Tijdens het interbellum was hij Amerika's bekendste 'Dutchman'.

Hij schreef om zijn zwaarmoedigheid te verdrijven. Schrijven was voor hem, zo liet hij zich dikwijls ontvallen, een vorm van therapie. Jan Greshoff merkte op dat Van Loon zou zijn gebarsten als 'een ketel kokend water zonder tuit of klep' als hij zich niet voortdurend, luid en krachtig had geuit. Het bijzondere karakter van zijn werk valt hieruit te verklaren. Hij schreef op wat hem voor de geest kwam, zonder vrees en veel research. In al zijn boeken was hij nadrukkelijk aanwezig, ook in die welke pretendeerden een biografie te zijn. Hij koesterde diepe bewondering voor Erasmus en gaf veel van zichzelf, en van wat hij zou willen zijn, bloot in de schets die hij aan deze figuur wijdde in Van Loon 's lives (New York, 1942). Kritiek wekte grote verbittering bij hem op. En kritiek was er, naast bewondering, volop. Ze kwam vooral uit wetenschappelijke hoek. Met name zijn historisch werk moest het ontgelden. Hier te lande wierp Johan Huizinga zich op tot schamper criticus. Volgens hem bevatte The story of mankind louter wankennis, en was de populariteit ervan zelfs een 'veeg teken voor onze beschaving' (ook zijn illustraties schatte hij gering). Dergelijke aanvallen deden bij Van Loon de mening post vatten dat hij in zijn geboorteland werd miskend. Het zou hem afwijzen omdat het Amerika afwees. En ongetwijfeld had men hier veel minder waardering voor hem dan in de Verenigde Staten, al sprak de 'brutale ongegeneerdheid' waarmee hij door de verschillende disciplines en specialismen heenbrak iemand als Menno ter Braak wel aan.

Toch bleef hij zich betrokken voelen bij wat in Nederland gebeurde (hij kwam er vaak terug, met Veere als standplaats), en naarmate de dreiging vanuit nazi-Duitsland verergerde, werd dit gevoel sterker. Hij proclameerde zich tot Hitlers vijand nummer één, en schreef als antwoord op Mein Kamp het werk Our Battle (New York, 1939). Onmiddellijk na de Duitse inval van mei 1940 richtte hij een Koningin Wilhelmina Fonds op ter ondersteuning van Nederlandse vluchtelingen. Voorts verzorgde hij onder de naam Oom Henk een serie radiouitzendingen naar bezet Nederland. Het gebeurde allemaal op typisch Van Loonse wijze, met pathos en drukte, waaruit men hier en daar de conclusie trok dat hij dergelijke initiatieven ontplooide tot meerdere eer en glorie van zichzelf. Deze kritiek was slechts gedeeltelijk juist. Hij speelde een rol bij de totstandkoming van de contacten tussen het Huis van Oranje en Franklin en Eleanor Roosevelt, die hij tijdens de verkiezingscampagne van 1932 had leren kennen. Van die tijd af aan had hij Roosevelt en diens programma, de New Deal, van harte gesteund. Hij schreef hem bovendien lange brieven, met de 'small talk' waarin Roosevelt zo'n behagen schepte, of probeerde - op Roosevelts verzoek - na te gaan waarvandaan diens Hollandse of Zeeuwse voorouders in de zeventiende eeuw naar Amerika waren getrokken. Enige invloed op het presidentiële beleid had Van Loon overigens niet. In Amerika noemden sommigen hem de 'prince of the popularizers', een benaming die hij met trots droeg. Volgens hem sloot de officiële wetenschap zich steeds meer af voor het grote publiek, tot schade van dat publiek én van de wetenschap. Hij wilde die groeiende kloof overbruggen. In zijn beste ogenblikken deed hij dat met vaart en humor, in zijn slechtste met een oppervlakkigheid die terecht aan de kaak werd gesteld.

Zijn gezondheid liet na 1940 te wensen over; onverstandige eetgewoonten en een ongeremde activiteit waren daaraan debet. Bovendien bleven depressies hem kwellen. Van Loon overleed in 1944 aan een hartaanval, nog vol plannen voor het boek dat alle 'professorenhistorie' te schande moest maken.

A: Collectie-Van Loon in het Nederlands Letterkundig Museum en Documentatiecentrum te 's-Gravenhage; Van Loon Papers, Department of Manuscripts and University Archives, Cornell University, Ithaca, N.Y. Van Loons brieven aan Franklin D. Roosevelt bevinden zich in de Roosevelt Library te Hyde Park, New York.

P: Een selectieve bibliografie in Twentieth Century authors. Ed. by Stanley J. Kunitz and Howard Hay-craft (New York, 1942) 1448.

L: R.O. Boyer, 'Profiles. The story of everything', in de New Yorker, 20-3-1943,27-3-1943,3-4-1943 e.v. Aanwezig in het Amerika Instituut te Amsterdam; J. Huizinga, 'Aanleeren of afleeren', in Verzameld werk (Haarlem, 1948-1953. IXdln.)VII, 237-243; J. Greshoff, 'Hendrik Willem van Loon. Herinneringen aan een Nederlander in Amerika', in Vrij Nederland, 24-12-1949; Twentieth Century authors. First supplement. Ed. by Stanley J. Kunitz. Assistant editor: Vineta Colby (New York, 1955) 1026; A. van der Veen, 'Hendrik Willem van Loon Remembered' in speciaal nummer van Delta (september 1959) 47-51. Henry Hudson number; A. van der Veen, Vriendelijke vreemdeling (Amsterdam, 1969); G.W. van Loon, The story of Hendrik Willem van Loon (Philadelphia [etc.], 1972). Bespr. hiervan door A. Whitman in Saturday Review, 20- 5-1972 en door A. van der Veen, in NRC Handelsblad, 18-8-1972.

I: Het Londens Archief. Het Ministerie van Buitenlandse Zaken tijdens de Tweede Wereldoorlog. Onder red. van B. van der Zwan e.a. (Amsterdam 2003) 52 [Portret van Van Loon in de Toronto Daily Star, 15 april 1944].

A. Lammers


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 2 (Den Haag 1985)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013