Manger, Johannes Bernardus (1895-1942)

 
English | Nederlands

MANGER, Johannes Bernardus (1895-1942)

Manger, Johannes Bernardus, historicus (Amsterdam 2-11-1895 - Amsterdam 6-9-1942). Zoon van Johannes Bernardus Manger, makelaar in koffie, en Christina Frederika Petronella van Wijk. Gehuwd op 13-8-1929 met Stephanie Mulder. Uit dit huwelijk werden geen kinderen geboren.

Toen Manger in de plaats van zijn geboorte de HBS had doorlopen bleek zijn aanleg zodanig dat hij zich via het staatsexamen gymnasium verder ging bekwamen om een academische studie te gaan volgen. Zijn belangstelling voor geschiedenis bepaalde hem bij de nog ongedeelde letterenstudie, die hij in 1914 begon aan de Universiteit van Amsterdam. Een werkzaam aandeel in het studentenleven kwam o.a. tot uiting in het rectoraat van de Unitas Studioso-rum Amstelodamensium. Na het doctoraal examen in 1919 volgde een jaar voortgezette studie te Parijs, waar hij de bronnen aanboorde voor zijn in 1923 bij prof. H. Brugmans verdedigde dissertatie Recherches sur les relations économiques entre la France et la Hollande pendant la Révolution Française (1785-1795). In de economische geschiedenis vond Manger echter weinig bevrediging: reeds vanaf de wereldoorlog trok hem de contemporaine geschiedenis. Vele jaren wijdde hij zijn beste krachten aan werk voor het Nederlandsch Comité tot onderzoek van de oorzaken van den Wereldoorlog, het door dr. N. Japikse voorgezeten instituut dat neutraal onderzoek zou verrichten op een hevig omstreden terrein. Evenals Japikse was Manger echter sterk gepredisponeerd voor de Duitse versie op het gebeuren, een overtuiging die nog aan kracht won door het contact met H. Krekel, die na 1933 een bewonderaar van het toen ontstane 'nieuwe' Duitsland bleek. De voornaamste vrucht van die toewijding was een studie getiteld De Triple Entente. De internationale verhoudingen van 1902 tot 1909 (1934). In het verlengde van deze belangstelling ligt ook zijn lidmaatschap van de in 1934 opgerichte Nederlandsch-Duitsche Werkgemeenschap, ofschoon zijn godsdienstige inslag hem ervan weerhield verder te gaan op dit pad.

Intussen had zijn zwakke gezondheid hem niet belet als leraar actief te blijven: na enkele tijdelijke banen bleef hij ten slotte bijna twintig jaar werkzaam aan de RHBS te Purmerend. Zijn energie leed er echter niet onder: toneelvoorstellingen op school en een groot aantal opstellen en boekbesprekingen leveren enkele voorbeelden van zijn activiteiten. In boekvorm was daarvan een laatste resultaat zijn Thorbecke en de historie (1938). Het biedt volgens de ondertitel Bijdragen tot de kennis van het Nederlandsch liberalisme en geeft een verzameling essays, waarin op scherpzinnige wijze de subtiele mengeling van Thorbeckes romantisch conservatisme met diens rationalistisch gericht liberalisme wordt geanaliseerd.

Hoewel een man van conservatieve inspiratie - een volgeling van Gerretson - was Manger thuis in verschillende kringen. Zijn eigen kracht steunde mede op het van huis uit meegekregen lutherse geloof, dat ook meehielp de beproeving te dragen van de slopende ziekte die zich op het eind van de jaren dertig openbaarde en die hem uiteindelijk fataal zou worden.

P: Zie achter hieronder genoemd levensbericht door M.P. Vrij op p. 198-201.

L: H. Krekel, in Nederland. Maandblad voor het geestesleven in Nederland, Duitschland en elders 94 (1942) 353-354; M.P. Vrij, in Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden 1943-1945. Levensberichten 188-198.

H. van der Hoeven


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 2 (Den Haag 1985)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013