Monchy, Willem Hugo de (1894-1968)

 
English | Nederlands

MONCHY, Willem Hugo de (1894-1968)

Monchy, Willem Hugo de, reder (Rotterdam 23-10-1894 - Rotterdam 20-12-1968). Zoon van Salomon Jean René de Monchy, koopman, en Antoinette s'Jacob. Gehuwd op 1-6-1920 met Elisabeth de Boer. Uit dit huwelijk werden 2 dochters geboren. Na echtscheiding (20-4-1937) gehuwd op 28-2-1946 met Elise van der Hoeven. Zij bracht 2 zoons en 1 dochter mee uit een eerder huwelijk. afbeelding van Monchy, Willem Hugo de

De Monchy, gesproten uit een oude Rotterdamse familie van zakenlieden van Franse afkomst, bezocht in Hilversum een particuliere handelsschool. Hij werkte aanvankelijk als volontair bij verschillende Nederlandse scheepvaart- en handelshuizen. In de Eerste Wereldoorlog was hij twee jaar in Londen gevestigd als medewerker bij een verzekeringsmaatschappij. In 1917 trok Phs. van Ommeren hem als procuratiehouder aan en in 1922 werd hij directeur van Phs. van Ommeren's Scheepvaartbedrijf NV. De Monchy was een erudiet man met een goede aanleg voor vreemde talen en een bijzondere voorliefde voor Frankrijk. Juist in dat land was hij een tijd lang hoofd van de vestiging van de onderneming te Parijs, waar hij opvallend werk deed voor het vervoer van olie over de Franse binnenwateren. Hij trok daardoor de aandacht van Willem van der Vorm, toen deze zich in 1933 inzette voor de in grote moeilijkheden verkerende Holland-Amerika Lijn. De Monchy toonde zich bereid de reddingsactie te ondersteunen door zich als directeur beschikbaar te stellen. Een belangrijke nieuwigheid was toen de doorbreking van de oude klasseïndeling door de invoering van een overheersende toeristenklasse. Na vier zware jaren brak een betere tijd aan, o.a. dank zij de bouw van het stoomschip Nieuw Amsterdam. Een gelukkig initiatief was het dat de inrichting van dit fraaie nieuwe schip uitsluitend werd verzorgd door Nederlandse kunstenaars. Dezen hebben hem daarvoor hun waardering betoond door de aanbieding van een voor hem vervaardigd album, dat thans berust bij de Gemeentelijke Archiefdienst te Rotterdam.

Later pas zou blijken dat De Monchy in die zelfde jaren als geheim lid was toegetreden tot de Nationaal-Socialistische Beweging (NSB). De zakelijk soepel denkende en daarmee tot het compromis met het alternatief neigende man hield hiermee alle wegen open in voor het Rotterdamse zakenleven uitermate moeilijke jaren. De Duitse inval was voor hem het breekpunt. In december 1940 maakte hij zich los en in de oorlogsjaren schaarde hij zich steeds aan de zijde van hen die zich verzetten tegen invloed van de NSB. Daardoor kon hij ook na de oorlog zijn vooraanstaande positie in het zakenleven handhaven. Na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd werd hij al spoedig gekozen tot voorzitter van de Kamer van Koophandel en Fabrieken voor Rotterdam, als opvolger van de dominerende figuur K.P. van der Mandele. Deze overgang schonk hem onvoldoende bevrediging, en verschillende persoonlijke overwegingen droegen ertoe bij dat hij reeds in 1963 zijn ontslag nam.

De Monchy heeft ook overigens een belangrijke plaats in het bedrijsleven vervuld. Als commissaris of in met daaraan gelijk te stellen posities was hij onder meer verbonden aan de Koninklijke Nederlandse Petroleum Maatschappij, de klm, Phs. van Ommeren, Amsterdamsche Bank, enige (Scheeps)-hypotheekbanken, binnenvaartrederijen, de Kon. Nederlandse Katoenspinnerij, de Hilton Hotel-maatschappij, de Graan Elevator Maatschappij, het Rotterdams Beleggingsconsortium, Dura's Aannemingsmaatschappij, de Internatio, M.&R. de Monchy en het Stadion Feyenoord. Ook was hij voorzitter van de Ned.-Amerikaanse Kamer van Koophandel. Zijn verdienste voor de zeevaart werd in 1957 beloond met de toekenning van de gouden De Ruyter Medaille. Een jaar later verwierf hij uit dezen hoofde ook de Stuyvesantprijs.

Daarnevens heeft De Monchy grote activiteit ontplooid als kunstkenner en verzamelaar. Hij was lid van de Commissies van Toezicht van het Museum Boymans-Van Beuningen en het Historisch Museum in zijn geboortestad, terwijl hij mede bestuurslid was van de Stichting Boymans-Van Beuningen. Jarenlang was hij voorzitter van de Eras-musstichting, als hoedanig hij de verlening bevorderde van subsidies en schenkingen aan verschillende instellingen en personen. Mede namens zijn echtgenote schonk hij een mooie collectie kant aan het Museum Boymans-Van Beuningen. Hij was lid van de gemeentelijke commissie 'Oud-Delfshaven' en had in die kwaliteit een werkzaam aandeel in de restauratieplannen.

Ook op sportgebied was De Monchy actief, nl. als voorzitter van de CHIO, de jaarlijkse internationale manifestatie van de paardensport te Rotterdam. Bovendien was hij werkzaam op charitatief en sociaal gebied.

De Monchy heeft zich weinig in geschrifte geuit, doch zich des te meer beijverd om in spreekbeurten de belangen die hem lief waren toe te lichten en te verdedigen.

L: R. Michielsen, Honderd jaar Van Ommeren [1839-1939]. (Rotterdam, 1939. 2 dl.). Aanwezig bij Gemeentelijke Archiefdienst te Rotterdam; M.M. Rost van Tonningen, Correspondentie... Ingel. en uitg. door E. Fraenkel-Verkade in samenw. met A.J. van der Leeuw ('s-Gravenhage, 1967) I, 218, 224, 728, 808-809; C.J. du Ry van Beest Holle, in Rotterdams Jaarboekje 7e reeks 7 (1969) 234-237; L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog ('s-Gravenhage, 1972; 1976) IV, 416,418; VII, 21,25; A.D. Wentholt, Brug over den Oceaan. Een eeuw geschiedenis van de Holland Amerika Lijn (Rotterdam [etc.], 1973); D. Barnouw en R. Stellinga, 'Ondernemers en ordening in bezet Nederland', in Intermediair 15 (1979) 6, 7, 8, 9, 10 (9,16, 23 februari, 2 en 9 maart).

I: Rotterdams Jaarboekje 7e reeks 7 (1969) afbeelding 51, tegenover pagina 248.

W.F. Lichtenauer


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 2 (Den Haag 1985)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013