Nijgh, Eduard (1900-1949)

 
English | Nederlands

NIJGH, Eduard (1900-1949)

Nijgh, Eduard, reder en havenondernemer (Malang (Ned.-Indië) 24-1-1900 - tijdens vliegreis van Bangkok naar Hongkong 30-5-1949). Zoon van Eduard Nijgh, bestuurder van de Bandoengsche Hulp-, Spaar- en Landbouwcrediet-bank, en Jacoba Wilhelmina Elisabeth Philips. Gehuwd op 29-1 -1932 met Frida Käthe Apel .Uit dit huwelijk werden 2 zoons geboren. Na haar overlijden (21-4-1941) gehuwd op 1-6-1946 met Muriel Ada Poole. Uit dit huwelijk werden 2 dochters geboren. afbeelding van Nijgh, Eduard

Eduard, afkomstig uit een Rotterdamse familie waarvan velen in het handels- en redersbedrijf bekendheid verwierven, zou, anders dan zijn vader die in Nederlands-Indië werkzaam was, een verwante activiteit in handel en bedrijf ontplooien, die hem ten slotte weer in Rotterdam zou brengen. Hij behaalde te Utrecht het einddiploma HBS en trad op 1 september 1919 in dienst van Phs. van Ommeren's Scheepvaartbedrijf. Achtereenvolgens werd hij geplaatst te Amsterdam, Londen en New York. Een al te avontuurlijke bedrijfsleiding in de Verenigde Staten had de vestiging van Van Ommeren aldaar in moeilijkheden gebracht (100 jaar Van Ommeren..., I, 183 vlg.). Nijgh slaagde erin deze onaangename zaak tot een redelijk goed einde te brengen. Hij betoonde zich in die omstandigheden zoals hij in zijn gehele leven als 'captain of industry' zou blijven: kalm, gedecideerd en rondborstig. Daarna was hij voor Van Ommeren werkzaam in Frankrijk en Duitsland, terwijl door hem in 1924, 1930, 1934 en 1937 voor het concern uitgestrekte reizen werden gemaakt in Amerika, het verre Oosten, Afrika en het nabije Oosten. Zijn 'thuishaven' was in die jaren vooral Hamburg, waar hij het tot 'Geschäftsführer' bracht. In 1935 volgde zijn opneming in de directie te Rotterdam, waar hij later deel uitmaakte van de raad van beheer.

Nijgh heeft, naast deze hoofdfunctie, het Nederlands bedrijfsleven op ruime schaal gediend. Onder meer was hij commissaris bij De Nederlandsche Bank, de Rotterdamsche Bank, de Assurantie Maatschappij 'De Zeven Provinciën' en de Scheepshypotheekbank Nederland. Na de oorlog trad hij op als bestuurder namens het Nederlandsch Beheersinstituut voor verschillende ondernemingen. In 1945 werd Nijgh lid van de Kamer van Koophandel & Fabrieken voor Zuid-Holland, gevestigd te Rotterdam. In 1948 aanvaardde hij de functie van ondervoorzitter. De wederopbouw van de haven, waarvoor hij zich ook in zijn onderneming met alle kracht inzette, had op dit meer algemene vlak zijn voornaamste belangstelling.

In 1949 ondernam hij voor Van Ommeren opnieuw een grote reis naar het verre Oosten voor het weer aanknopen van de oude banden tussen Van Ommeren en Oost-Azië. Op weg naar Hongkong en Japan overleed deze man, op wie nog zoveel verwachtingen waren gebouwd, aan een hartaanval in het vliegtuig.

L: 100 jaar Van Ommeren 1839-1939. Door R. Michielsen (Rotterdam, 1939. 2 dl.); K.P. van der Mandele, in Rotterdams Jaarboekje 5e reeks 8 (1950) 177-178; J. Verseput, Kamer van Koophandel en Fabrieken voor Rotterdam 1928-1953... (Rotterdam, 1955).

I: Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden in woord en beeld. Onder hoofdred. van H.P. van den Aardweg (Amsterdam 1938) 1089.

W.F. Lichtenauer


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 2 (Den Haag 1985)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013