Oss, Salomon Frederik van (1868-1949)

 
English | Nederlands

OSS, Salomon Frederik van (1868-1949)

Oss, Salomon Frederik van, journalist en bankier (Vierlingsbeek 10-4-1868 - Wassenaar 31-1-1949). Zoon van Marcus van Oss, landbouwer en graanhandelaar, en Roosje Meijer. Gehuwd in 1896 met Winifred Agnes Davidson. Uit dit huwelijk werden 4 zoons en 4 dochters geboren. afbeelding van Oss, Salomon Frederik van

Van Oss' tweede voornaam, die hij bij zijn geboorte meekreeg van zijn kordate en intelligente moeder, was in een joods gezin ongewoon. Hij dankte die aan de Oranjegezindheid van zijn moeder, die hem naar een van de prinsen van Oranje vernoemde -het zou zijn roepnaam 'Fred' worden. Van Oss' vader, een vermogend man, had politiek gezien een conservatieve overtuiging, die zonder twijfel de zoon beïnvloedde. Pas twintig jaar oud vertrok Van Oss in 1888 naar Londen, waar hij vloeiend Engels leerde spreken, relaties in financiële en journalistieke kringen aanknoopte, de geheimen van de gelden wisselmarkt leerde kennen en op freelancebasis schreef voor het Algemeen Handelsblad. Tijdens een studiereis van anderhalf jaar (1890-1892) begon Van Oss ook te publiceren in de Dagelijksche Beurscourant, speciaal over de Amerikaanse spoorwegen. In 1893 liet hij een boek over spoorweginvesteringen het licht zien en verwierf hij in Londen de faam deskundige op dit gebied te zijn. Hij leverde regelmatig bijdragen aan Engelse dag- en weekbladen, waaronder The Economist, Pall Mall Gazette en Financial News, en aan maand- en spoorwegvak-bladen. Zelf beweerde Van Oss in het jaar van zijn huwelijk (1896) £ 1800,- per jaar met de pen verdiend te hebben. Door zijn talenkennis kon hij enerzijds voor de Frankfurter Zeitung schrijven en anderzijds niet-Engelstalige kranten voor zijn artikelen als bron gebruiken.

In de jaren 1899 tot en met 1901 maakte Van Oss negentien reizen van twee tot drie weken naar Rusland. Een Engels consortium had hem opdracht gegeven te onderzoeken of de aanleg van de spoorlijn van Petersburg naar Viatka een gezonde en redelijke propositie was en of de Russische staat met het oog op de financiering kredietwaardig was. Van Oss adviseerde zijn opdrachtgevers op grond van zijn bevindingen en taxeringen negatief. Na zijn terugkeer naar Nederland in 1902 waarschuwde hij beleggers voor Russische obligaties, hetgeen tot verkoop van deze waardepapieren naar het buitenland leidde.

Van Oss werd in 1902 hoofdredacteur-directeur van het drie keer per week bij P. Noordhoff in Groningen verschijnende blad De nieuwe Financier en Kapitalist. Daarnaast opende hij in Groningen het Effectenkantoor van Van Oss & Co. en begon hij een soort grossierderij in Amerikaanse spoorwegobligaties. In 1910 werd zijn effectenkantoor omgezet in de NV Van Oss & Co.'s Bank, waarvan Fred van Oss en zijn broer A.M. van Oss ieder de helft van de aandelen bezat. In 1912 deed deze broer de aandelen aan Fred over. Eind 1913 beëindigde Van Oss zijn bankzaken en zette hij zijn bank uitsluitend als particuliere beleggingsmaatschappij voor het beheer van zijn persoonlijke vermogen voort. Hij wilde zich geheel gaan wijden aan zijn eerste liefde: de journalistiek. Met de uitgave van het als jaarboek te beschouwen Effectenboek had hij tussen 1903 en het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog zakelijk succes én prestige in de financiële wereld verworven. Zijn vermogenspositie was inmiddels zo rooskleurig, dat hij een eigen weekblad kon oprichten.

Begin 1914 verscheen als uitgave van zijn Hollandsche Publiciteits Maatschappij het eerste nummer van de Haagsche Post met als ondertitel: Een Hollandsch Weekblad onder leiding van S.F. van Oss. Verschijnt elken Zaterdag, en een startoplage van 12.000 exemplaren. Het uitdrukkelijk als onafhankelijk gepresenteerde weekblad werd gedrukt op roze papier: Van Oss had dit idee overgenomen van The Globe. De beginselverklaring in het eerste nummer, dat gedateerd is op 10 januari 1914, bevatte onder meer deze passage: 'Op den voorgrond wenschen wij te plaatsen dat de Haagsche Post (HP) geen partijblad is, en niet eens als een voor alles politiek blad beschouwd wil worden. Zij staat rechtstreeks noch zijdelings onder den invloed van eenige partij of groep, noch van eenig particulier belang. Zij heeft geen parti-pris, geen vooroordelen, en geen stokpaardjes.' Met deze formule gelukte het Van Oss wonderwel van het weekblad een succes te maken. Voor zover politiek van aard kreeg het blad een enigszins conservatief-liberale toon. Ook na 1933, toen Van Oss zich bij zijn vijfenzestigste verjaardag enigszins uit het praktische bedrijf had teruggetrokken, behield hij als oprichter en eigenaar nog de algemene leiding over de HP - de roepnaam die het blad reeds spoedig gekregen had. Het weekblad van Van Oss - dat in de periode 1933 tot 1940 anti-Duits was - was meer gerespecteerd dan gezaghebbend en vond gretig aftrek bij de liberale bourgeoisie die politiek onderdak had gevonden bij de Vrijzinnig-Democratische Bond. De oprichter wist aan de politieke onpartijdigheid een moderne en interessante, vaak sterk feuilletonistische, journalistieke vorm te geven. Zo werden tijdens de Eerste Wereldoorlog visies van de correspondenten in de hoofdsteden van de oorlogvoerende landen zonder commentaar naast elkaar afgedrukt. De overzichten van het binnen- en buitenlandse nieuws - vaak gesierd met het posthoorntje als vignet - maakten de HP in de jaren twintig geliefd bij Nederlanders in den vreemde. De reisverhalen van Louis Couperus, de 'Sprekende portretten' van bekende persoonlijkheden, de beschouwingen over sport en brieven van R. de Vos aan 'Amice Kip' over de financiële wereld, de commentaarrubriek Post Scripta, alsmede de door Van Oss zelf onder het pseudoniem Johan Goerée d'Overflacquée geschreven typisch Haagse kroniek 'Uit een geheim dagboek' waren kenmerkend voor de HP. Piet van der Hem tekende wekelijks een plaat. Ton van Tast (pseud. van Anton van der Valk) was ook als illustrator met 'De Daverende Dingen dezer Dagen' aan dit blad verbonden. Als richtlijn voor de redactie gold het in het oog houden van Vrede, Vrijheid, Vriendschap en Vreugde (de vier V's). Het aan de kaak stellen van financiële onregelmatigheden - onder andere bij de Maatschappij voor Goede en Goedkoope Lectuur, die reageerde met de publikatie van de Vermakelijke Ossiade, bracht de HP nogal eens in het nieuws. Het blad kon de eigen oplage op behoorlijk peil houden en was zelfs van 50.000 exemplaren in 1917 tot een maximum van 60.000 in 1939 opgelopen.

In 1924 richtte Van Oss het Haagsch Maandblad - spoedig mede onder redactie van C. Easton - op, bedoeld als een forum van vaak geheel tegenstrijdige meningen. Hij deed het verliesgevende blad - dat tot augustus 1944 bleef bestaan - na tien jaar, toen de redactionele koers steeds duidelijker antidemocratisch werd, cadeau aan W.M. Westerman, die Easton als redacteur was opgevolgd. Van blijvender aard was voor hem het succes van een door hem begonnen uitgeversmaatschappij. Van Oss was in 1923 de oprichter en bleef daarna voor de helft eigenaar van H.P. Leopold's Uitgevers-Maatschappij in Den Haag. De eerste uitgave vormde een bundel in de HP verschenen reisverhalen van Couperus over Indië.

Na de inval van de Duitsers werden aan Van Oss zijn weekblad en andere ondernemingen ontnomen. Hoewel Van Oss sinds 1925 gescheiden van zijn niet-joodse vrouw (van Schotse afkomst) leefde, verschafte zijn huwelijk hem 'Sternbefreiung'. Zo kon Van Oss toch nog enigszins doorwerken en vooral de publikatie van enige boeken voorbereiden. Kort na de bevrijding verschenen dan ook van zijn hand: een terugblik op zijn journalistieke leven,

Vijftig jaren journalist ('s-Gravenhage, 1946), de autobiografische roman Dorp in Brabant ('s-Gravenhage, 1946), de verhalenbundel Bijna waar ('s-Gravenhage, 1945) en de roman Het eiland (s-Gravenhage, 1947). Pas na een naar de zin van Van Oss veel te lange procedure kon op 4 mei 1946 de Haagsche Post, die in de bezettingstijd in andere handen was overgegaan en tot het einde van de oorlog was blijven verschijnen, opnieuw uitkomen onder zijn, nu toch wel wat afstandelijker, leiding. Het late tijdstip van herverschijnen was in zoverre nadelig voor de HP dat zich inmiddels een ander verwant blad, Elseviers Weekblad, breed had kunnen maken en een werkelijke nieuwe ontplooiing voor de HP in de weg zat. Al bleef de HP bestaan. Van Oss maakte een echte opleving van zijn weekblad niet meer mee.

Teleurgesteld en tamelijk eenzaam stierf Van Oss in 1949. Twee van zijn zoons waren in de oorlog omgekomen. Zakelijk en journalistiek succes hadden hem wel een uitgebreide kennissenkring, maar weinig duurzame vriendschappen opgeleverd. Hard werken wist hij te combineren met reizen en genieten van de goede dingen des levens. Hij was kunstminnaar, zeer muzikaal, had een omvangrijke talenkennis (sprak o.m. Russisch), was gezellig in de omgang, maar kon ook boos uitvallen, bijvoorbeeld omdat een kioskhouder zijn HP niet bleek te verkopen. Grillig en onberekenbaar, maar ook gul en hartelijk was de anglo- én francofiel Van Oss.

P: Behalve zijn reeds genoemde literaire werk: o.a. American railroads as Investments (Londen [etc.], 1893); Amerikaansche spoorwegwaarden (Groningen, 1903); Duitschland in den wereldhandel ('s-Gravenhage, 1917); Johan Goerée d'Over-flacquée [pseud. van S.F. van Oss], Uit een geheim dagboek, 1918-1919 ('s-Gravenhage, 1932); Dingen op komst ('s-Gravenhage, 1935).

L: Vermakelijke Ossiade. Weergevende de zonderlinge redeneeringen en wonderlijke ontboezemingen van den zeer machtigen provoost-geweldige, heer Samuel Filip van Oss, bankier ende weekblad-schrijver-uitgever in die Haghe, met al de wederleggingen ende aanteekeningen, waartoe dezelve aanleiding geven. Zeer genoegelijk ende profijtelijk om lezen. Door en voor de directie. Maatschappij voor Goede en Goedkoope Lectuur Amsterdam, December 1919 [L. Simons, W.P. de Buisonjé en jhr. N. van Suchtelen] 2e dr. (Amsterdam, 1919); P. van Deutekom en J. Jansen van Galen, 'De geschiedenis van de HP. Van S.F. van Oss tot Heerma van Voss', in Haagse Post, 24-12-1977.

I: S.F. van Oss, Vijftig jaren journalist ('s-Gravenhage, 1946) afbeelding tegenover titelblad.

J.M.H.J. Hemels


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 2 (Den Haag 1985)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013