Quarles van Ufford, jhr. Louis Jaques (1891-1971)

 
English | Nederlands

QUARLES VAN UFFORD, jhr. Louis Jaques (1891-1971)

Quarles van Ufford, jhr. Louis Jaques, bankbeambte en hockey-official (Haarlem 4-1-1891 - 's-Gravenhage 26-9-1971). Zoon van jhr. Pieter Quarles van Ufford, zoutfabrikant, en Henriette Cornelia de Favauge, vrouwe van Zandvoort. Gehuwd op 18-6-1918 met Cordula Catharina Agatha van Bemmelen. Uit dit huwelijk werden 1 zoon en 2 dochters geboren. afbeelding van Quarles van Ufford, jhr. Louis Jaques

Quarles van Ufford volgde na het eindexamen HBS een opleiding tot planter. Hij werd voor de toenmalige Nederlandsche Handel-Maatschappij (NHM) uitgezonden als theeplanter naar de Preanger in Indonesië, maar keerde in 1916 terug naar Nederland, waar hij in dienst bleef bij de NHM, eerst op de afdeling Indische cultures, later in de interne dienst.

Belangrijker dan zijn maatschappelijke loopbaan, die er ook wel door lijkt te zijn geremd, was zijn carrière in de sportwereld, zowel in nationaal als internationaal opzicht. Hij ging er prat op twaalf sporten te hebben beoefend, maar koos uiteindelijk voor hockey in de verenigingen Haarlem en Hilversum. Hij mocht zich ook international noemen nadat hij het oranjeshirt had gedragen in een der eerste officiële interlands die het Nederlands hockey-elftal, op 28 februari 1926, speelde in het oude stadion te Amsterdam tegen Duitsland (1-2). Dat de reeds 35-jarige Quarles als midvoor werd opgesteld was mede te danken aan de belangrijke plaats die hij toen al in de Nederlandsche Hockeybond vervulde.

Nadat de bond sinds de oprichting in 1898 de eerste kwarteeuw in een gezapig onderonsje had volgemaakt, was Quarles degene die de doorbraak over de grenzen forceerde. Dank zij hem werden de spelregels aangepast en de alleen in Nederland bestaande oranje bal, 'de sinaasappel', werd vervangen door een die overal elders in gebruik was. De naderende Olympische Spelen van 1928, die Amsterdam kreeg toegewezen, waren Quarles' voornaamste argument om deze veranderingen in 1925 te doen doorvoeren. Zijn doorzettingsvermogen en krachtige taal zorgden ervoor dat de bondsvergadering hem volgde. Pas na dit besluit aanvaardde hij een plaats in het bondsbestuur, waar hem meteen de sleutelposities ten deel vielen. Liefst 34 jaar lang, van 1925 tot 1959, is hij secretaris, penningmeester en competitieleider van de Koninklijke Nederlandse Hockeybond geweest. Van 1918 tot 1938 was hij tevens bestuurslid, respectievelijk voorzitter van de Hilversumsche Mixed Hockey Club.

Bij de cumulatie van functies in de Hockeybond voegde Quarles van Ufford er al spoedig een toe, die hem persoonlijk veel voldoening bezorgde en zijn betekenis versterkte: manager-coach van het Nederlands elftal. Van 1928 tot 1953 trad hij als zodanig op. Hij was een man die spelers kon inspireren, een vriendschapsband kweekte en tegelijk resolute, desnoods impopulaire, besluiten nam. Hij kreeg in die tijd de naam 'Ome Jaap'. Onder hem behaalde het hockey-elftal grote internationale successen, waaronder vier Olympische medailles (1928 en 1952 zilver; 1936 en 1948 brons). Tijdens de bezetting werd hij van 13-7-1942 tot 20-12-1943 geïnterneerd in het gijzelaarskamp Beekvliet te St. Michielsgestel.

Internationaal was Quarles' invloed niet minder verstrekkend. In 1928 werd hij bestuurslid van de Internationale Hockey Federatie, in 1937 vice-voorzitter en in 1946 voorzitter (tot 1966). Hij ijverde voor de verbreiding van de sport, voor verhoging van het spelpeil en voor aanpassing van de regels. Na zijn afscheid werd hij benoemd tot erevoorzitter. In 1930 werd hij tevens bestuurslid en in 1933 ondervoorzitter van het Nederlands Olympisch Comité (tot 1957).

Quarles van Ufford, die vele malen werd onderscheiden, tot in Hongkong toe, was een man van zijn tijd. De 400 herenleden die de Hockeybond bij zijn benoeming in 1925 telde, waren bij zijn heengaan in 1959 toegenomen tot ruim 27.000, waarbij de inmiddels gefuseerde damesbond kwam. Hij voorzag dat de groei zich versterkt zou voortzetten, wat voor hem een reden te meer was ermee op te houden. Zijn visie is vaak opmerkelijk geweest, zoals hij zelf een markante persoonlijkheid was tot aan zijn dood: op die dag besprak de bondsvergadering de invoering van een hoofdklasse, waarvoor hij veertig jaar eerder al had gepleit.

L: Tientallen artikelen in Hockeysport, officieel orgaan van de KNHB (sinds 1931). Voorts o.a. Leo Lauer, 'Portretten met de lens en met de pen', in Sport en beeld 4 (l 928) 9 (28 februari) 6-7; J. Hoven, 'Hockeyers hebben honger naar de bal', in Sportief 2 (1947) 34 (22 augustus) 12; L. de Wolff, 'Leiders in de sport en hun sportief verleden', in Sportief 1 (1946) 56 (27 december) 8-9; De Bult. Cluborgaan der Hilversumsche Mixed Hockeyclub, jubileum-nummer 30-9-1949; 'Ome Jaap van het hockeyteam', in De Tijd, 3-1-1955; Frans Oudejans, 'Jhr. L.J. Quarles van Ufford wijdde de helft van zijn leven aan de hockeysport', in de Volkskrant, 5-9-1959; 'Meer aandacht voor een hoofdklasse en de jeugd', in Algemeen Dagblad, 3-1-1961; 'Jhr. L.J. Quarles van Ufford als hockey-deskundige', in Algemeen Handelsblad, 15-3-1963; J.P.F. Mulder [et al.], in Hockeysport 39 (1971) 8 (1 oktober) 202-205.

I: Archief familie Quarles van Ufford

Frans Oudejans


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 2 (Den Haag 1985)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013