Rassers, Willem Huibert (1877-1973)

 
English | Nederlands

RASSERS, Willem Huibert (1877-1973)

Rassers, Willem Huibert, volkenkundige en oriëntalist (Roosendaal (Nb) 16-9-1877 - 15-5-1973). Zoon van Pieter Lambertus Rassers, houder van een verzendagentschap van een groot warenhuis in Parijs, en Tanneke Segboer. afbeelding van Rassers, Willem Huibert

Rassers kwam uit een liberaal protestants milieu. Op de lagere school in zijn geboorteplaats onderscheidde hij zich als een begaafde leerling die zeker verder moest leren en studeren. Daartoe bezocht hij het gymnasium aan de Laan van Meerdervoort in Den Haag, waarvan de bekende graecus J. Rutgers toen rector was, en werd hij student in de neerlandistiek aan de Leidse universiteit. Onder invloed waarschijnlijk van de Sanskritist J.H.C. Kern, die tevens beoefenaar was van de Indonesische taal- en letterkunde, veranderde hij evenwel van studierichting. In 1899 legde hij zijn kandidaatsexamen, dat in hoofdzaak betrekking had op de studie van Sanskrit en Arabisch, af in de taal- en letterkunde van de Oostindische Archipel. Het zou echter negentien jaar duren voordat hij hierop het doctoraal examen van zijn studie liet volgen. De tweeëntwintigjarige student, die zeer hoge verwachtingen bij zijn leermeesters had gewekt, met name bij Kern, moest weldra zijn studie afbreken. Hij had veel last van hoofdpijnen en kon zich niet concentreren, zodat hij naar Roosendaal terugkeerde. Daar was hij jarenlang als boomkweker werkzaam, totdat hij geleidelijk aan zijn studie weer opnam. In mei 1918 deed de veertigjarige zijn doctoraal examen en in hetzelfde jaar nog werd hij in Leiden verbonden aan 's Rijks Ethnografisch Museum. Hij bleef daar werkzaam tot mei 1943, van juni 1937 af als directeur.

Zijn wetenschappelijke produktiviteit begint in 1922 en eindigt ongeveer twintig jaar later. Het voornaamste van zijn gepubliceerde werk bestaat uit zijn omvangrijke dissertatie De Pandji-roman (1922), en een aantal artikelen die te zamen in Engelse vertaling opnieuw gepubliceerd werden in de bundel Pandji, the culture hero. A structural study of religion in Java (l 959), voorafgegaan door een inleiding van J.P.B. de Josselin de Jong. Zijn studies waren niet alleen goed geschreven en weldoordachte uitingen van een rijpe geest, maar toonden ook een bijzondere originaliteit, waardoor hij tot een der pioniers kon worden van het moderne structuralisme in de volkenkunde of culturele antropologie. Tot zijn structurele inzichten is hij niet gekomen door zijn leermeesters aan de universiteit. Enerzijds werd hij beïnvloed door de Nederlandse empirische studiën op het gebied van religieuze en sociale classificatiesystemen in Indonesië, die reeds in de vorige eeuw waren begonnen, anderzijds werd hij voor zijn interpretatie sterk geïnspireerd door inzichten van de Franse sociologen E. Durkheim en M. Mauss, die zich intensief met de antropologie bezighielden. Ten onrechte zou men uit de titels van zijn boeken de indruk krijgen dat hij slechts een beperkte thematiek behandelde. Hij was ervan overtuigd dat materiële cultuur, sociale structuur, mythe en rite een fundamentele eenheid vormden, zodat de studie van elk cultuurelement een middel kon zijn tot het beter begrijpen van de hele cultuur en omgekeerd elk onderdeel pas een zinvolle verklaring kon vinden van de totaliteit der cultuur uit waartoe het behoorde. Uitgaande van dit gezichtspunt bestudeerde hij het Javaanse Pandjiverhaal, dat in zijn kern een mythe bleek te zijn, waarin de essentiële elementen van de Javaanse cultuur hun uitdrukking vonden. Op dezelfde wijze benaderde hij met verrassende resultaten het Javaanse toneel met de daartoe behorende voorwerpen, de Javaanse kris, het Javaanse huis, maskers van Borneo en de Batakse toverstaf. Uit dit alles bleek tevens hoezeer hij zich van filoloog tot cultureel antropoloog ontwikkeld had.

Ofschoon Rassers een teruggetrokken leven leidde en geen universitaire functie had noch wenste, heeft hij door zijn publikaties en door persoonlijke contacten een belangrijke rol gespeeld, zowel in de oriëntalistiek met betrekking tot de studie van Indonesië als in de culturele antropologie. Door hem is J.P.B. de Josselin de Jong, die tot 1935 zijn collega aan het museum was, sterk beïnvloed in zijn ontwikkeling tot het structuralisme, zoals later De Josselin de Jong hem weer beïnvloedde door zijn inzichten, in het bijzonder op het gebied van de sociale structuren.

In zijn wereldbeschouwing vertegenwoordigde hij een mild kritisch liberalisme en agnosticisme in combinatie met enigszins sceptisch humanisme. Hij was een bijzonder beminnelijk en bescheiden persoon, wars van alle eerbetoon, al stelde hij zijn benoeming tot lid van de Koninklijke Akademie van Wetenschappen te Amsterdam in 1935 op hoge prijs.

P: Bibliografie bij het levensbericht door A. Teeuw.

L: A. Teeuw, in Jaarboek Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen 1973, 214-221; G.W. Locher, in Bijdragen Taal-, Land- en Volkenkunde 130 (1974) 1-15; Structural Anthropology in the Netherlands. A. Reader. Ed. with an introd. by P.E. de Josselin de Jong (The Hague, 1977). Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde. Translation series: 17.

I: Jaarboek van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen 1973 (Amsterdam 1974) afbeelding tegenover pagina 214.

G.W. Locher


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 2 (Den Haag 1985)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013