Salomonson, Godfried (1838-1911)

 
English | Nederlands

SALOMONSON, Godfried (1838-1911)

Salomonson, Godfried, textielfabrikant (Stad Almelo 12-3-1838 - Arnhem 22-11-1911). Zoon van Heiman Salomonson, koopman-entrepreneur, en Keetje Isaakson. Gehuwd op 6-6-1867 met Marie Rose Asser. Uit dit huwelijk werden 2 zoons en 2 dochters geboren.

Salomonson was van joodsen huize en een zoon van een der firmanten van G.& H. Salomonson, die in 1852 de Koninklijke Stoomweverij te Nijverdal oprichtten, de eerste stoomweverij in Twente die deze naam met recht mocht dragen. Na zijn schooltijd en enige leerjaren bij familieleden in Middelburg en Manchester volgde Salomonson in 1859 zijn vader als firmant op. Tot aan zijn dood gaf hij meer dan een halve eeuw met voortvarendheid en deskundig inzicht leiding aan het familiebedrijf en zette daardoor ook een stempel op het industrieel klimaat van Nijverdal, dat oorspronkelijk was ontstaan als de factorijvestiging van de Nederlandsche Handel-Maatschappij.

Door de omzetting in 1872 van de firma G.& H. Salomonson in de Koninklijke Stoomweverij te Nijverdal NV werd Salomonson de dominante figuur van de onderneming. Waarschijnlijk was een minder goede verhouding tussen de drie neven die tevens firmanten waren de aanleiding tot deze omzetting. Het benodigde kapitaal werd in eerste aanleg door een aantal bankinstellingen bijeengebracht. Behoudens in de periode van 1872 tot 1881, waarin hij met zijn weinig op de voorgrond tredende neef Maurice de directie voerde, was Salomonson tot 1893 de enige directeur der vennootschap en voerde hij een zeer patriarchaal en persoonlijk beleid. Sinds 1893 werd hij bijgestaan door zijn zoon Hein, wiens kwaliteiten als technicus op het gebied van de textielblekerij reeds waren gebleken.

Van de stichting der stoomweverij afwas de produktie gericht op de export naar de Indische markten, waarbij niet alleen aan de Nederlandse koloniën moet worden gedacht. Een klein deel van de produktie werd afgezet op de binnenlandse markt. Voor de export werd in belangrijke mate gebruik gemaakt van de afzetkanalen der Internationale Crediet en Handelsvereeniging "Rotterdam" NV (Rotterdam), die in 1863 mede dank zij de krachtige steun der Salomons was opgericht. Gedurende het gehele bewind van G. Salomonson werd het bedrijf voortdurend vernieuwd en uitgebreid, zodat bij diens overlijden de weefcapaciteit nagenoeg verdrievoudigd was in vergelijking met de situatie bij de oprichting der vennootschap. Bovendien had het bedrijf in 1889 de beschikking gekregen over een eigen blekerij. De financiële resultaten liepen met deze ontwikkeling parallel, zodat de gemiddelde dividenduitkering op steeds hoger niveau kwam te liggen.

Bijzondere betekenis kreeg Salomonson door de wijze waarop hij in sociaal opzicht leiding gaf aan het bedrijf. Hierdoor werd zijn invloed ook groot op de ontwikkelingen van de vestigingsplaats Nijverdal, waar hij de enige grote werkgever was. Juist door de groei van het bedrijf werden vele nieuwe arbeidskrachten van elders aangetrokken en veranderde het karakter van de plaats. Zijn patriarchaal, voor de arbeider belangstellend beleid leverde hem de bijnaam op van "n oalen heer'. Het duidelijkst blijken zijn ideeën uit zijn verklaringen voor de staatscommissie voor onderzoek van de arbeidstoestanden van 1890 (Tweede Afdeeling Twenthe), waaruit o.a. een duidelijk verschil naar voren komt met de veel meer van het winstmotief zonder meer uitgaande opvattingen van de Enschedese textielfabrikanten. 'Maar het volk is erg openhartig met mij, het kent mij niet alleen in het bedrijf, maar ook in alle familieaangelegenheden. Zoodra ik mijne carrière als industrieel begonnen ben, heb ik den regel gevolgd om mij op de hoogte te houden van den toestand der gezinnen en heb hun gevraagd of ongevraagd raad gegeven; nu komen zij altijd bij mij.' (p. 366.) En ten aanzien van sociale voorzieningen merkte Salomonson bij die gelegenheid op: 'Ik volg als vasten regel, bij den omgang met mijn volk, dat ik niets doe, of het moet zelf gevoelen -liefst het initiatief er toe nemen - dat iets nuttig en noodig is.' (p. 367.) Tot die sociale voorzieningen behoorden dan ook een ziekenfonds, een fonds stichtingen voor arbeiders waaruit onderwijs aan jeugdig fabriekspersoneel en een fröbelschool bekostigd werden en een garantie voor een coöperatieve winkel. Het beheer van het ziekenfonds werd overigens eerst in 1904 door Salomonson uit handen gegeven en overgedragen aan een uit het personeel gekozen bestuur. Behoudens deze voorzieningen kende men in het bedrijf gunstiger arbeidsregelingen dan elders: zo kende men er reeds een 10½-urige werkdag en de vrije zaterdagmiddag. Hoewel zich een enkele maal spanningen hebben voor gedaan, was er tijdens Salomons bewind geen sprake van een werkelijk scherp tegenover elkaar staan van fabrikant en arbeiders. Dit is waarschijnlijk mede te verklaren door de hoofdzakelijk orthodox-protestantse samenstelling van de bevolking.

Buiten het bedrijf ontplooide Salomonson een aantal activiteiten in zijn woonplaats Almelo: zo was hij lid van de gemeenteraad van 1867 tot 1907 en jarenlang wethouder van 1869 tot 1885 en van 1889 tot 1894. Van de Provinciale Staten van Overijssel maakte hij van 1882 tot 1904 eveneens deel uit. Ook vervulde hij het voorzitterschap van de joodse gemeente (1886-1911); lid van de Kamer van Koophandel te Almelo was hij van 1875 tot 1911, sinds 1885 haar voorzitter. Ten slotte was hij geïnteresseerd in de spoorwegaanleg. Na de oprichting van de NV Locaalspoorweg Neede-Hellendoorn werd hij daarvan president-commissaris; hij had zich reeds financiële opofferingen getroost om de aanleg van de spoorlijn Zwolle-Almelo mogelijk te maken en van de raad van administratie van de spoorwegmaatschappij Almelo-Salzbergen was hij jarenlang lid.

Godfried Salomonson was een patroon die het wist op te brengen in de juist tijdens zijn bewind zo krachtige maatschappelijke veranderingen op constructieve wijze zijn eigen plaats te kiezen, zonder geweld te doen aan zijn sterk persoonlijke opvattingen. Hij slaagde er daardoor in volgens eigentijdse maatstaven en eigen overtuiging de belangen van de aandeelhouders goed aan de eisen van de humaniteit te koppelen. Aan arbeiderszelfbeheer, zoals dat nog slechts in enkele Nederlandse ondernemingen voorkwam, dacht Salomonson geen ogenblik. Hij wist tijdens zijn bewind een zeer moderne en financieel krachtige textielonderneming op te bouwen waarvan het sociaal beleid gunstig afstak bij de praktijk van vele andere bedrijven. Bij zijn overlijden schreef een der vakbondsbladen: 'Was hij voor ons als arbeiders somtijds nogal veeleischend en in sommige omstandigheden niet altijd even gemakkelijk, wij hebben in hem veel verloren. Wat er ook was en welke grieven we ook mochten hebben, steeds was hij bereid met ons als organisatie te onderhandelen.' (Unitas. Orgaan van den Nederlandschen Christelijken Textielarbeidersbond, 30-11-1911.)

A: Archief Koninklijke Stoomweverij te Nijverdal NV in Archief Nijverdal-Ten Cate te Almelo en in Rijksarchief in Overijssel te Zwolle.

P: 'De ontwikkeling der textiel-industrie in Twenthe na 1872, ook in verband met het algemeen belang', in Tijdschrift der Nederlandsche Maatschappij ter bevordering van Nijverheid. Nieuwe reeks 2 (1898) 299-312.

L: R.A. Burgers, 100 jaar G.en H. Salomonson. Kooplieden-entrepreneurs, fabrikanten en directeuren van de Koninklijke Stoomweverij te Nijverdal (Leiden, 1954). Proefschrift Rotterdam; A. Ponsteen, Van Noetsele tot Nijverdal (Enschede, 1973); H.D. Grobben, 'De ondernemers van de Koninklijke Stoomweverij te Nijverdal, 1872-1914', in Textielhistorische bijdragen 1974, XV, 60-111.

A.L. van Schelven


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 2 (Den Haag 1985)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013