Schaft, Jannetje Johanna (1920-1945)

 
English | Nederlands

SCHAFT, Jannetje Johanna (1920-1945)

Schaft, Jannetje Johanna (Hannie), verzetsvrouw (Haarlem 16-9-1920 - bij Overveen, gem. Bloemendaal 17-4-1945). Dochter van Pieter Schaft, onderwijzer, later redacteur van een weekblad, en Aalje Talea Johanna Vrijer. afbeelding van Schaft, Jannetje Johanna

Jannetje Johanna Schaft, in de oorlogsjaren in het verzet bekend als Hannie Schaft, later als het meisje met het rode haar, kwam uit een socialistisch gezin, van wie de moeder van huis uit doopsgezind was. Zij bezocht eerst de Tetterodeschool en daarna de HBS-B op het Sant-poorterplein in Haarlem, waar zij in 1937 het eindexamen HBS-B behaalde. Gedurende haar middelbare schoolopleiding was zij een teruggetrokken, hardwerkende leerlinge. In 1938 legde zij het staatsexamen af en studeerde zij vervolgens in hetzelfde jaar rechten aan de Universiteit van Amsterdam. Zij werd lid van de Amsterdamse Vrouwelijke Studentenvereeniging, waarin zij geen prominente rol speelde. Nadat zij in 1940 haar kandidaatsexamen rechten had afgelegd, verhuisde ze in 1941 naar Amsterdam, waar zij met een paar studiegenoten in hetzelfde huis op kamers ging wonen in de Michel Angelostraat. Begin 1942 trok Hannie weer bij haar ouders in Haarlem in. Vóór zij haar doctoraal examen kon afleggen, verliet zij in het voorjaar van 1943 de universiteit in verband met haar weigering de loyaliteitsverklaring te tekenen.

Al in het voorjaar van 1942 bemachtigde zij herhaalde malen persoonsbewijzen, o.a. in het Zuiderbad in Amsterdam, die zij aan een studiegenote overhandigde om ze te laten vervalsen voor joodse onderduikers en verzetsmensen. In het voorjaar van 1943 verleende zij twee joodse studiegenoten bij haar ouders onderdak. In juni 1943 sloot zij zich aan bij de Raad van Verzet (RVV), afdeling Haarlem, onder leiding van 'Frans' (M.A.F. van der Wiel), een groep met een duidelijk links politiek karakter. Zij verrichtte veel koeriersdiensten, waarvan soms het risico te groot geacht kon worden voor het belang ervan in het eigenlijke verzet. Verder heeft zij veel samengewerkt met de IJmuidenaar Jan Bonekamp, aanvankelijk employé bij de Hoogovens. Na de april/mei-stakingen in 1943 had deze zijn baan opgegeven en was hij een full-time verzetsman geworden. Jan was een zeer fel, onverzettelijk persoon en een trefzeker schutter, die zeer veel liquidatieopdrachten van de Zaanse RVV-commandant uitvoerde. Samen met Jan heeft Hannie enige gevaarlijke helpers van de vijand neergeschoten. Op 21 juni 1944 schoot Hannie de Zaanse politiecommandant W. Ragut neer, die, vóór hij bezweek, nog kans zag Jan Bonekamp dodelijk te treffen. Hannie vluchtte, maar Bonekamp viel stervende nog in de handen van de Duitse politie. Uiteraard maakte dit alles op Hannie Schaft een diepe indruk, maar zij werd er alleen maar feller en minder voorzichtig door.

Het werd nu voor Hannie te gevaarlijk om langer in haar ouderlijk huis te verblijven en zij dook in Haarlem onder. Maar het illegale werk zette zij voort. Zij werkte toen vooral met Truus Oversteegen en kreeg behalve met RVV-groepen ook contacten met verzetslieden uit de Velsense Binnenlandse Strijdkrachten. Herhaalde malen verrichtten Truus en Hannie koeriersdiensten voor de Velsense illegaliteit naar Den Haag. In de kerstnacht van 1944 heeft Hannie meegewerkt aan het ophalen van vijf kisten munitie uit de duikbootbasis van de Kriegsmarine bij de IJmuidense haven. Verder nam ze deel aan het opblazen van een Duitse munitietrein bij Santpoort. Op 21 maart 1945 ging Hannie met een pak illegale bladen, waaronder De Waarheid, met een pistool in haar tas per fiets naar IJmuiden. In Haarlem-Noord bij de Rijksstraatweg werd zij door de Duitsers aangehouden en eerst naar de Ripperda-kazerne in Haarlem en ten slotte naar het Huis van Bewaring in Amsterdam aan de Amstelveenseweg overgebracht, waar zij bekende vijf mensen te hebben geliquideerd. Op bevel van de Aussendienstleiter bij de Sicherheitspolizei in Amsterdam, Willy Lages, werd zij (naar diens zeggen in opdracht van de Obersturmbannführer Hans Kolitz, die dit heeft ontkend) op 17 april 1945 gefusilleerd in de duinen van Overveen. Op 27 november 1945 zouden haar stoffelijke resten op de ere-begraafplaats van Bloemendaal naast vele gevallenen in het verzet in tegenwoordigheid van o.a. leden van het Koninklijk Huis en het kabinet bijgezet worden. Zij ligt daar als enige vrouw te midden van de manlijke verzetsstrijders.

Op 25 november 1951 werd haar nagedachtenis inzet van een politieke krachtmeting. Voor die dag had het Hannie Schaft-herdenkingscomité, dat sterke banden onderhield met de Communistische Partij van Nederland (CPN), een demonstratieve optocht van Haarlem naar de erebegraafplaats georganiseerd. De burgemeesters van Haarlem en Bloemendaal hadden geen toestemming voor de optocht gegeven. Bovendien had het bestuur van de erebegraafplaats op advies van de Commissaris der Koningin besloten de poorten te sluiten om demonstraties te voorkomen. Hoewel het publiek via het ANP van de maatregelen tijdig op de hoogte werd gesteld en verzocht werd weg te blijven, hebben desalniettemin vele honderden demonstranten gepoogd door te dringen, maar een grote politiemacht, met o.a. gevechtswagens en honden, verhinderde dat. Een en ander gaf aanleiding tot een debat op 27 november 1951 in de Tweede Kamer tussen H. Gortzak (CPN) en de vice-président en minister van Binnenlandse Zaken a.i., F.C.J.M. Teulings.

Naarmate de tijd verstreek en tegenstellingen op bepaalde terreinen minder scherp waarneembaar werden, ontstond in brede kring de behoefte een blijvend gedenkteken aan haar nagedachtenis op te richten. Nadat aanvankelijk een ontwerp - een stalen kooiconstructie - door B & W van Haarlem afgekeurd was, is ten slotte in 1982 in het Kenaupark te Haarlem een standbeeld onthuld, vervaardigd door haar medestrijdster, de beeldhouwster Truus Menger-0versteegen.

A: Op 20 april 1980 heeft de AVRO een tv-portret uitgezonden onder de titel Hannie Schaft, het meisje met de rode haren. Op 23 september 1981 kwam de film Het meisje met het rode haar met Renée Soutendijk in de hoofdrol in roulatie.

L: Verslag der Handelingen van de Tweede Kamer der Staten-Generaal 1951-1952, 594 e.V.; Theun de Vries, Het meisje met het rode haar. Roman uit het verzet 1942-1945 (Amsterdam, 1956); Ton Kors, Hannie Schaft. Het levensverhaal van een vrouw in het verzet tegen de nazi's (Amsterdam, 1976); Evert Werkman, 'Een vergeten verzetsvrouw', in Het Parool, 4-5-1976; Igor Cornelissen, 'Vrouwenverzet. Hannie Schaft van de Haarlemse geborgenheid in de communistische ondergrondse', in Vrij Nederland, 5-6-1976; De Affaire-Menten. 1945-1976. Samengest. door J.C.H. Blom, A.C. 't Hart en I. Schoner ('s-Gravenhage, 1979. 2 dl.) passim; L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog ('s-Gravenhage, 1982)Xb; Otto Kraan, Jan Brasser, Witte Ko. Herinneringen uit het gewapend verzet (Amsterdam, 1982); Truus Menger, Toen niet, nu niet, nooit ('s-Gravenhage, 1982).

I: Ton Kors, Hannie Schaft. Het levensverhaal van een vrouw in het verzet tegen de nazi's (Amsterdam, 1976) afbeelding tegenover titelblad.

M.M. Warning


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 2 (Den Haag 1985)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013