Schreinemakers, Franciscus Antonius Hubertus (1864-1945)

 
English | Nederlands

SCHREINEMAKERS, Franciscus Antonius Hubertus (1864-1945)

Schreinemakers, Franciscus Antonius Hubertus, scheikundige (Roermond 1-9-1864 - Roermond 20-2-1945). Zoon van Karel Hubertus Schrijnemaker (bekend onder de naam Schreinemakers), winkelier, en Margaretha Huberdina Kurstjens. Gehuwd op 2-8-1892 met Henriette Elisabeth Justine Polmans. Uit dit huwelijk werd 1 dochter geboren. afbeelding van Schreinemakers, Franciscus Antonius Hubertus

Schreinemakers ging, na de lagere school in Roermond te hebben bezocht, op 14-jarige leeftijd naar een opleidingsinstituut voor onderwijzers, waar hij in 1882 de akte lager onderwijs behaalde. Hij werd onderwijzer in Swalmen (bij Roermond) en behaalde de akte Middelbaar Onderwijs (KI). Onder leiding van J. Kramps, leraar aan de Roermondse HBS, studeerde hij tevens natuurkunde, scheikunde en biologie om zich daarmee voor te bereiden op een universitaire studie. In 1887 ging hij naar Leiden, waar hij colleges fysica, chemie, botanie, zoölogie en geologie volgde en verschillende MO-akten behaalde. In 1890 werd hij leraar aan de kweekschool voor onderwijzers en onderwijzeressen en wat later ook aan de school van het Genootschap Mathesis Scientiarum Genetrix, beide te Leiden. De hoogleraar J.M. van Bemmelen spoorde hem aan in zijn vrije tijd op het anorganisch-chemisch laboratorium van de universiteit een aantal problemen uit de fysische chemie experimenteel te bewerken. Schreinemakers maakte kennis met de onderzoekingen van de lector H.W. Bakhuis Roozeboom, en dit bracht hem tot de studie van de fasenleer. Toen Bakhuis Roozeboom in 1896 hoogleraar in Amsterdam werd, volgde Schreinemakers hem op als lector in Leiden. Hij bleef tevens leraar bij het middelbaar onderwijs, eerst in Leiden en later (1900) aan de Handelsschool in Rotterdam. Op voorstel van Bakhuis Roozeboom verkreeg hij op 7 juli 1898 het doctoraat honoris causa van de Leidse universiteit. In 1901 volgde zijn benoeming tot hoogleraar in de anorganische en de fysische chemie als opvolger van Van Bemmelen. Hij aanvaardde dit ambt op 18 september 1901 met een oratie: Een blik in de ontwikkeling der scheikunde. In 1908 droeg hij zijn algemene colleges over aan de lector W.P. Jorissen en ging hij zelfde colleges fysische en kolloïdchemie geven.

In zijn wetenschappelijk werk bouwde Schreinemakers voort op het fasentheoretisch onderzoek van Bakhuis Roozeboom. Zo werd dit onderzoek door hem zowel theoretisch als experimenteel uitgewerkt voor systemen van drie en meer componenten en daarbij de zogenaamde 'restmethode' ingevoerd, die van grote waarde is voor de praktijk en met behulp waarvan de samenstelling van een vaste fase, zonder deze geheel van de vloeistof te ontdoen, op vernuftige wijze is te bepalen. Het principe ervan publiceerde hij in een artikel: 'Graphische Ableitungen aus den Lösungs-Isothermen eines Doppelsalzes und seiner Komponenten und mögliche Formen der umwandlungskurve' (Zeitschrift für physikalische Chemie 11 (1893) 75-109 en later uitvoerig in 'Ternaire evenwichten' (Chemisch Weekblad 1 (1903-1904) 329-337). De toepassing van deze methode kon o.a. worden aangetoond met een onderzoek van de alkalichromaten. In Schreinemakers' publikaties worden de problemen streng mathematisch behandeld, waarbij de bevestiging of toepassing van de theoretische afleidingen uitvoerig experimenteel wordt onderzocht. Op deze wijze hield hij zich ook bezig met de vorming en ontleding van dubbelzouten, evenwichten met twee en drie vloeistoflagen, dampspanningen in binaire en ternaire systemen en mengkristallen in ternaire systemen. Door zijn onderzoekingen heeft hij nieuwe gebieden van de fasenleer ontsloten en met zijn leerlingen bewerkt. De resultaten zijn neergelegd in een 200-tal publikaties en in 24 onder zijn leiding bewerkte proefschriften. Daarnaast schreef hij het derde deel van Bakhuis Roozeboom, Die heterogenen Gleichgewichte vom Standpunkte der Phasenlehre (Braunschweig, 1901-1918). In twee delen publiceerde hij Die ternären Gleichgewichte: in 1911 Systeme mit nur einer Flüssigkeit ohne Mischkristallen und ohne Dampf en in 1913 Systeme mit zwei und mehr Flüssigkeiten ohne Mischkristalle und ohne Dampf. Door eigen lijden aan diabetes werd Schreinemakers' aandacht vanaf 1923 gevestigd op problemen van de permeabiliteit van membranen en de osmotische druk. Dit liep uit op een lange reeks goed gefundeerde en experimenteel interessante onderzoekingen. Vier jaar na zijn emeritaat in 1938 verscheen zijn Lectures on osmosis.

Schreinemakers was in de eerste plaats een hoogleraar die zich volledig inzette voor zijn uiterst zorgvuldig voorbereide colleges en zijn wetenschappelijk werk. Zijn verdiensten vonden erkenning in het lidmaatschap van de Koninklijke Akademie van Wetenschappen (1906) en in de verlening van de Bakhuis Roozeboom-medaille door de Koninklijke Nederlandsche Chemische Vereeniging wegens bijzondere waardering voor zijn werk op het gebied van de fasenleer. Buiten zijn hoogleraarschap heeft hij zich weinig bewogen. Hij was o.m. bestuurslid van de school van Mathesis Scientia-rum Genetrix en adviseur van het proefstation van de visserij.

P: Chemisch Weekblad 20 (1923) 371-373; 31 (1934)439.

L: W.P. Jorissen, 'F.A.H. Schreinemakers', in Chemisch Weekblad 20 (1923) 370-371; 'Feestbundel aangeboden aan F.A.H. Schreinemakers...', in Recueil des travaux chimique des Pays-Bas 42 (1923) 535-858; F.A. Freeth, 'The scientificwork of prof. F.A.H. Schreinemakers', in Chemisch Weekblad 23 (1926) 425-426; W.C. de Baat, 'Prof. F.A.H. Schreinemakers 18 Sept. 1901 - 18 Sept. 1926', ibidem, 23 (1926) 426-427; W.P. Jorissen, in Jaarboek der Koninklijke Nederlandsche Akademie der Wetenschappen 1945-1946, 209-214.

I: Jaarboek van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen 1945-1946 (Amsterdam 1946) afbeelding tegenover pagina 209.

H.A.M. Snelders


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 2 (Den Haag 1985)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013