Smit, Hendrikus Johannes (1883-1972)

 
English | Nederlands

SMIT, Hendrikus Johannes (1883-1972)

Smit, Hendrikus Johannes (zich noemende Jan Olav ), RK theoloog en bisschop (Deventer 19-2-1883 - Rome 23-6-1972). Zoon van Antonius Gerhardus Smit, fabrikant van en handelaar in petten, en Dorothea Maria Wennekendonk. afbeelding van Smit, Hendrikus Johannes

Smit werd geboren in een door en door roomse middenstandsfamilie, waarin zowel van vaders- als van moederskant geestelijken voorkwamen. Na de gewone opleiding op de seminaries van het aartsbisdom Utrecht, Culemborg en Rijsenburg werd hij op 15 augustus 1906 priester gewijd. Zijn bisschop zond hem voor verdere studies naar Rome, waar hij achtereenvolgens promoveerde in de filosofie, de theologie en de bijbelwetenschap. De toekomstige kardinaal W.M. van Rossum C.SS.R. was hier zijn biechtvader. In 1913 werd hij benoemd tot professor in de exegese aan het groot-seminarie Rijsenburg, waar hij o.m. les gaf aan twee van zijn broers, die eveneens priester werden. Gedurende de jaren van zijn professoraat wierp hij zich op als organisator van de Nederlandse missieactie. Dit was de reden dat kardinaal Van Rossum, inmiddels prefect van de Congregatie de Propaganda Fide, hem voordroeg als apostolisch vicaris van Noorwegen en Spitsbergen, waartoe paus Pius XI hem op 11 april 1922 benoemde op de titel bisschop van Paralus. Dit was tegen de wens van de aartsbisschop Henricus van de Wetering en heel het Nederlandse episcopaat, dat de benoeming geruime tijd ophield, omdat men Smit een hoogleraarschap aan de pas opgerichte RK Universiteit van Nijmegen had toegedacht. Kardinaal Van Rossum heeft echter zijn plan doorgezet, en zo werd mgr. Smit op 29 juni 1922 door zijn aartsbisschop in de Lebuïnuskerk te Deventer tot bisschop gewijd. Zelf wijdde hij nog zijn jongste broer tot priester en daarna vertrok hij naar het Noorden.

Jan Olav Smit, zoals hij zich voortaan noemde uit devotie voor de Noorse nationale heilige, werd Noor met de Noren en bereisde heel het uitgestrekte land. Financieel had hij niet veel armslag, zodat hij in feite maar weinig kon uitrichten. Vanuit Nederland kreeg hij nauwelijks steun, omdat men hier Noorwegen niet als missieland beschouwde. Wel kon hij enige bekende Noorse persoonlijkheden de katholieke kerk binnenleiden, onder wie de schrijfster Sigrid Undset. Van Noorwegen uit redigeerde hij het blad Uit het land van St. Olav (1923- ) en in Bussum werd in 1924 het St. Olavshuis gesticht, dat meisjes opnam die als religieuzen in een missiecongregatie voor Noorwegen wilden intreden. In de zomer van 1923 maakte kardinaal Van Rossum een visitatiereis door de Scandinavische landen, waarbij mgr. Smit hem vergezelde. Later in dat jaar liet de kardinaal een brochure verschijnen, Aan mijne katholieke landgenoten (Rotterdam, 1923), die een verslag van zijn reis bevatte en de bedoeling had de Nederlandse katholieken voor de Noorse missie te interesseren. In deze publi-katie liet de kardinaal zich geringschattend uit over de lutherse staatskerk en met name over de positie van de vrouw daarin. Bepaalde beweringen, o.m. aangaande de bisschopswijding, die later ook door Van Rossum als onjuist erkend werden, veroorzaakten in de Noorse pers nogal wat opschudding. In zijn overgroot enthousiasme wekte mgr. Smit zekere weerstanden onder zijn priesters, die hij nogal willekeurig en abrupt van standplaats liet wisselen. Eind 1928 vertrok hij plotseling naar Rome, zonder afscheidsaudiëntie bij de Koning en zonder onderscheiding. Het was duidelijk dat hij in bepaalde Noorse kringen persona non grata was geworden. Aannemelijk is dat het hem opgelegde ontslag in verband staat met klachten die zijn clerus in Rome had ingediend. De bisschop aanvaardde deze beslissing met sereniteit en werd benoemd tot kanunnik van St. Pieter te Rome. Deze positie bezorgde hem een inkomen en onderdak in de zg. Canonica di San Pietro.

Op 24 november 1929 tegen 16.00 uur, na afloop van een getijdendienst, werd in de Capella del Coro van de St. Pieter door een Zweedse actrice een aanslag gepleegd op het leven van mgr. Smit. Het beoogde slachtoffer heeft er zelf niets van bemerkt, want voordat een schot kon afgaan werd haar door een andere kanunnik de revolver uit de hand geslagen. Onderzoek van de magistratuur van Vaticaanstad wees uit dat men te doen had met een uiterst labiele dame, een katholieke bekeerlinge, genaamd Gudrun Margerita Ramstad, en dat verhalen in de roddelpers als zou de bisschop intieme betrekkingen met haar hebben onderhouden (W.K.M. Grossouw, Alles is van U (Baarn, 1981) 112-114) op geen enkele wijze bewezen konden worden en onwaarschijnlijk lijken. Mgr. Smit zou in Rome onder Pius XI nooit een functie hebben kunnen bekleden, hadden de zaken anders gelegen. Bij diens opvolger, Pius XII, stond hij in hoge gunst.

Te Rome bracht mgr. Smit zijn tijd door met het onvermoeid publiceren van wetenschappelijke en meer populaire werken op het gebied van de exegese en de kerkgeschiedenis. Hij vervulde er veertig jaar de functie van consultor van de Congregatie de Propaganda Fide. Paus Johannes XXIII benoemde hem in 1962 tot assistent-bisschop bij de pauselijke troon. Jaarlijks kwam hij in de naoorlogse tijd (tussen 1948 en 1955) naar Nederland, waar hij in het aartsbisdom vele vormreizen ondernam, om de later ernstig verzwakte kardinaal J. de Jong te ontlasten.

In Rome was mgr. Smit vraagbaak en gids voor Nederlandse bezoekers en zijn gastvrijheid werd spreekwoordelijk. Mgr. Smit had een sterk gestel en beschikte over een onverstoorbare blijmoedigheid en over een eenvoud des harten die soms het naïeve nabijkwam. Aan bezit hechtte hij in het geheel niet en persoonlijk leefde hij uiterst sober. In zijn vroomheid was hij van de oude stijl, maar niet zonder openheid voor het nieuwe. Op 8 juni 1972 zond paus Paulus VI hem op zijn ziekbed een gelukwens bij het naderen van zijn gouden bisschopsjubileum, waarin hij de bisschop dankte voor zijn leven en werken in dienst van de Kerk. Mgr. Smit overleed in zijn negentigste levensjaar na een sterfbed van klassieke vroomheid, terwijl de zusters van het Nederlands priestercollege te Rome bij hem baden. Na een requiemmis in de Sint Pieter werd de bisschop op het Campo Santo Teutonico begraven.

A: Twee stukken betreffende Smits visie op de Noorse verwikkelingen in archief van de Sacra Congregatio de Propaganda Fide te Rome (thans geheten: Sacra Congregatie pro gentium evangelizatione).

P: Behalve artikelen over zijn Noorse jaren in Uit het land van Sint Olav: De daemoniacis in historia evangelica (Rome, 1913); collegetractaten Rijsenburg 1913-1915 over de bijbel met Latijnse titels (Rijsenburg, 1913-1915. 4 dl.) in collectie Thomaasse van UB Utrecht; Ave Roma (Voorhout, 1940); Hereenigingspogingen in verleden en heden (Heemstede, 1941); Roma e l'Oriente Christiano (Rome, 1944); samen met R.R. Post, Naar Rome. Geïllustreerd handboek voor reizigers naar Rome 6e dr. (Utrecht [etc,], 1958).

L: 'Assoluzione in istruttoria', in L'Osservatore romano, 14en 15-12-1929; A. M.,'Il processo Ramstad', in I Rostri. Rassegna di vita Forense 2 (1930) 1 (jan.) 123-128; J. Geerdinck, in Analecta aartsbisdom Utrecht 45 (1972) 376-379; P.A. Kasteel, In memoriam mgr. dr. Jan Olav Smit (Rome: uitgave in eigen beheer, 1972). Aanwezig in de bibliotheek van het Nederlandsch-Historisch-Instituut te Rome; Jan Roes, Het grote missieuur, 1915-1940 (Bilthoven, 1974) passim.

I: Katholiek Documentatie Centrum te Nijmegen, Collectie personen: afb. 2A8953.

A.H.M. van Schaik


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 2 (Den Haag 1985)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013